• donderdag 01 December 2022
  • Het laatste nieuws uit Suriname

POSTUUM — ‘Standvastige’ Jules Walker bleef De Arend trouw tot de dood

| de ware tijd | Door: Redactie

Tekst Stan HerewoodBeeld SV De Arend

“Een echte slepende ziekte waaraan hij zou hebben geleden, is mij niet bekend. Wel vertelde hij me dat een ingreep die hij moest ondergaan was uitgesteld.” Dit houdt de 91-jarige Purcy Harold Woerdings de Ware Tijd voor over zijn strijdmakker Jules Walker, die dinsdag op 89-jarige leeftijd overleed en met wie hij aan de wieg heeft gestaan bij de oprichting van de sportvereniging De Arend.

Spijtig haalt Woerdings hun laatste gesprek voor de geest. “Ik heb kort vóór zijn dood met hem afgesproken om, nadat hij uit het ziekenhuis was ontslagen en was aangesterkt, samen met mij

de basis te leggen voor het vastleggen van de ontstaansgeschiedenis van De Arend. Daar bestaat niets over en aangezien hij zeer actief was bij de onderdelen korfbal, basketbal en atletiek was Jules de aangewezen persoon om de geschiedenis van de club sedert de jaren vijftig vast te leggen.”

“Als vriend heb ik hem gekend als een evenwichtige, solide man zonder kapsones en prettig in de omgang”

Plein van 12 mei

Voor Woerdings is het een grote teleurstelling, want sedert de bekendmaking dat Walker er niet meer is, is alles op zwart. Als de krant opmerkt dat hij met zijn 91 jaar nog de enige met een bijdetijdse geest is, die iets kan neerzetten, volgt een stilte. En dan verzucht hij: “Ik weet het niet, praktisch iedereen woont buiten Suriname. Ik weet niet of ze zijn overleden in Nederland en Suriname. Het is moeilijk.” Op de vraag of het is gedaan met het ooit vastleggen van de geschiedenis van De Arend, klinkt zorgwekkend: “Ik zou het niet weten.”

Bij velen is Jules Walker bekend van de omgeving Oranjelaan, Kanardan, waar veel topsporters en verenigingen hun carrière op het plein van 12 mei zijn begonnen. Talenten van de Graaf von Zinzendorfschool vormden groepjes met mannen als Will Axwijk, waarvan de padvinderij aan de Weidestraat (nu Eddy Brumastraat) ook profiteerde. In 1950 ontstond de behoefte om een verenging op te richten. “Daarbij zijn we bij de arm genomen door Wim Boschverschuur en zag De Arend het levenslicht”, vertelt Woerdings.

Sportman van het jaar

Hij herinnert zich dat Walker als sportman van het jaar ooit het sportvuur heeft ontstoken op het Gouvernementsplein (het huidige Onafhankelijkheidsplein). “Hij is jarenlang recordhouder atletiek geweest op de 100 meter. Zijn specialisaties waren hardlopen en verspringen. Daarnaast was hij een goede korfballer bij De Arend, ook in basketbal was hij goed.”

Surinaamse sporters gingen in die periode niet op reis. “We kregen wel Trinidad en Tobago en Guyana op bezoek. De bond had ook geen geld. Veel onderscheidingen werden  toen niet gegeven. Er was wel jaarlijks een sportweek. Toen werd je uitgenodigd door de gouverneur. Een keer zijn we bij gouverneur Jan Klaasesz geweest. Bij die gelegenheid werd Walker uitgeroepen tot sportman van het jaar.”

Woerdings zegt dat ook buiten het veld Walker opviel. “Jules Walker was standvastig. Hij is De Arend trouw gebleven tot zijn dood. Als vriend heb ik hem gekend als een evenwichtige, solide man zonder kapsones en prettig in de omgang.”

Op het eerste gezicht lijkt het alsof de speling van het lot wil dat in een bepaald seizoen na mekaar sportbeoefenaars en bestuurders komen te overlijden. De Surinaamse Atletiekbond en De Arend verloren Jules Walker, de Surinaamse Voetbalbond oud-voorzitter Louis Giskus, de Surinaamse Taekwondo Associatie Siegfried Markiet en de Surinaamse Basketbalassociatie Lloyd Goedschalk, Chanell Ajaiso en Jeff. Allemaal hebben ze op hun eigen wijze hun geliefde tak van sport belangeloos en trouw gediend. Pe dede de dape lafu de luidt een Surinaams gezegde en als troost zeggen sommigen vaak ‘in de hemel heeft men een atleet, voetballer, basketballer of zwemmer nodig’. Veel sporters zijn in de vergetelheid geraakt en pas bij hun dood duikt hun naam weer op. In de jaren voorafgaand lijken ze vergeten. Het is nooit teveel aan hen te vragen of er ooit tijdens hun carrière ‘iets’ voor hen is gedaan. We moeten deze mensen – overigens, niet alleen in de sportwereld – niet laten vereenzamen.

| de ware tijd | Door: Redactie