• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

President Simons erkent bijdrage Zijin Rosebel Gold Mines aan ecomomie

Ingediend door admin op

President Jennifer Simons heeft op haar kabinet een onderhoud gehad met de leiding van goudmultinational Zijin Rosebel Gold Mines N.V. Het gesprek vond plaats op maandag 4 augustus 2025 en had als doel een nadere kennismaking en informatie-uitwisseling met betrekking tot de werkzaamheden en toekomstplannen van de onderneming.

Het staatshoofd toonde interesse in de bijdrage van het bedrijf aan de economische ontwikkeling van Suriname, waaronder investeringen in lokale gemeenschappen, werkgelegenheid en sociale verantwoordelijkheid. Tijdens de ontmoeting gaf de general manager van Zijin Rosebel Gold Mines N.V., Qianjie Wang, een uitgebreide toelichting over de activiteiten van het moedermaatschappij Zijin Mining Group

en de ontwikkelingen binnen Rosebel sinds de overname twee jaar geleden.

Wang benadrukte dat sinds de overname door Zijin er aanzienlijke verbeteringen zijn doorgevoerd binnen het bedrijf. “Rosebel opereerde voorheen met verlies. Sinds de overname hebben wij niet alleen ingezet op winstgevendheid, maar ook op versterking van de banden met lokale gemeenschappen, het scheppen van werkgelegenheid en het leveren van toegevoegde waarde aan het land”, aldus Wang.

Volgens de leidinggevende heeft Zijin Rosebel in de afgelopen twee jaar groot geïnvesteerd in lokale gemeenschappen en USD 200 miljoen aan kapitaalinvesteringen gedaan. Mede hierdoor kon de levensduur van de mijn worden verlengd met nog

eens 20 jaar.

President Simons sprak haar waardering uit voor de inspanningen van het bedrijf op het gebied van duurzame economische ontwikkeling. Ze onderstreepte het belang van een nauwe samenwerking met de regering en andere stakeholders, met bijzondere aandacht voor milieuverantwoordelijkheid.

Ook milieubescherming kwam aan bod tijdens het gesprek. Wang gaf aan dat het bedrijf zich bewust is van de potentiële impact van mijnbouwactiviteiten op het milieu en daarom strenge maatregelen treft. “Wij voeren voor, tijdens en na elke mijnactiviteit uitgebreide milieueffectrapportages uit en monitoren dagelijks waterkwaliteit, lozingen en afvalstoffen. Tot op heden zijn er geen significante negatieve milieueffecten geconstateerd”, aldus Wang.

Minister Bouva en EU-ambassadeur bespreken verdieping samenwerking en aanpak gezamenlijke uitdagingen

Ingediend door admin op

Op maandag 4 augustus 2025 heeft minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking een onderhoud gehad met de ambassadeur van de Europese Unie, René van Nes. De minister van Transport, Communicatie en Toerisme, Raymond Landveld, en de minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij, Mike Noersalim hebben ook deelgenomen aan de vergadering

Minister Bouva heeft zijn waardering uitgesproken voor de constructieve en blijvende samenwerking tussen de Europese Unie en Suriname. De minister benadrukte dat, ondanks de waardevolle initiatieven die reeds zijn ondernomen, er nog veel ruimte is voor verdere ontwikkeling. In dat kader gaf hij aan dat Suriname

belang hecht aan de voortgezette steun van de Europese Unie, onder meer bij het verkennen van nieuwe kansen en het versterken van de impact van zowel lopende als toekomstige projecten.

Voorts sprak de minister zijn dank uit voor de aanwezigheid van EU-waarnemers tijdens de algemene en geheime verkiezingen in mei 2025, hetgeen werd gezien als een teken van betrokkenheid bij de democratische processen in Suriname.

In het licht van de bilaterale betrekkingen heeft minister Bouva verwezen naar de ondertekening van twee belangrijke overeenkomsten op 14 februari 2025 tussen Suriname en de Benelux-landen. Deze zijn onder andere de visumvrijstelling voor houders van diplomatieke-

en dienstpaspoorten en de overeenkomst inzake terugname van wederzijdse onderdanen. Deze overeenkomsten worden beschouwd als positieve stappen richting bredere samenwerking op het gebied van migratie en als ondersteuning van Surinames streven naar visumliberalisatie binnen het Schengengebied.

De bewindsman gaf verder aan dat drie ingediende projectvoorstellen onder de Global Gateway Investment Agenda niet geselecteerd zijn vanwege een beperkte aansluiting bij de huidige EU-prioriteiten. Hij benadrukte dat Suriname momenteel werkt aan het herformuleren van deze voorstellen, zodat zij beter passen binnen het strategisch kader van de Global Gateway. Hierbij werd ook gewezen op de behoefte aan technische ondersteuning bij het ontwikkelen van projectdossiers die in aanmerking kunnen komen voor EU-financiering.

Tijdens het gesprek is er aandacht besteed aan het huidige EU-vliegverbod voor Surinaams-gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen. De minister merkte op dat het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme reeds schriftelijk contact hierover heeft opgenomen met de EU. In aansluiting daarop heeft de minister verwezen naar de tweedaagse nationale luchtvaartconferentie die recentelijk is gehouden onder leiding van president Jennifer Geerlings-Simons. Deze conferentie getuigt van de inzet van Suriname voor luchtvaartveiligheid en het naleven van internationale standaarden.

Tot slot is er ingegaan op de risico’s van mogelijke plaatsing van Suriname op de zwarte lijst in het kader van de EU-regelgeving inzake illegale, niet-gerapporteerde en niet-gereguleerde visserij. Minister Bouva onderkende de bestaande tekortkomingen en gaf aan dat de autoriteiten reeds samenwerken met het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) om dringend noodzakelijke maatregelen te treffen. Hij onderstreepte dat Suriname zich inzet voor het naleven van de EU-standaarden en dat het land bereid is tot voortzetten van dialoog en technische samenwerking op dit terrein. Vermeldenswaard is dat het ministerie van LVV hierover tweemaal een schrijven heeft gestuurd en dat, vanwege de goede missie die de EU eerder dit jaar heeft uitgevoerd, er geen blacklisting heeft plaatsgevonden.

Minister Bouva heeft zijn vertrouwen uitgesproken in het voortzetten en verdiepen van de samenwerking en het streven naar gezamenlijke doelstellingen.

Ministersteam voltallig met beëdiging onderwijsminister Currie

Ingediend door admin op

Met de beëdiging van Dirk Currie tot minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OWC) is het ministersteam van het kabinet-Simons/Rusland compleet. Currie is op dinsdag 5 augustus 2025 op het presidentieel paleis door president Jennifer Simons geïnstalleerd in zijn nieuwe ambt. Dit geschiedde in aanwezigheid van overige leden van het kabinet, de ministerraad en familie.

Het staatshoofd wenste de nieuwbakken bewindsman moed en kracht toe in het uitoefenen van zijn taken en het dragen van de verschillende verantwoordelijkheden. “Vandaag, minister Currie, begint u aan die zware job, die wij intussen allemaal zijn begonnen: om het land volgens een bepaalde visie

te gaan regeren”, aldus het staatshoofd. Volgens haar zal het ministerie van OWC een bijzondere rol moeten vervullen binnen de visie van de regering. “Wij moeten ervoor zorgen dat al onze kinderen naar school kunnen gaan. Dat zal niet alleen de taak zijn van het ministerie van OWC, maar ook van andere ministeries.”

President Simons benadrukte dat er een inhaalslag moet worden gemaakt op het gebied van onderwijs in Suriname. “Een belangrijke taak voor de komende vijf jaar is dat wij – als land, als regering – vaststellen wat we willen dat ons onderwijs wordt.” Het staatshoofd voegde eraan toe dat

er samen met het ministerie én deskundigen een duidelijk pad moet worden uitgestippeld om het onderwijs naar een hoger niveau te tillen. “Onderwijs dat past bij deze eeuw, en bij een land dat zijn eigen productie wil ontwikkelen.” Minister Currie gaf aan zich bewust te zijn van de immense verantwoordelijkheid als bewindsman op het ministerie van OWC. “Ik zal mij in alles wat ik doe, laten leiden door mijn geloof, mijn spirituele bagage, mijn kernwaarden – vrijheid, respect en rechtvaardigheid – en de kennis die ik de afgelopen jaren heb opgedaan.” Volgens de bewindsman vormt het onderwijsministerie het fundament van elke samenleving. “Het is de sleutel die deuren opent naar kansen, vooruitgang en menselijke waardigheid.”

Politie publiceert opsporingsbericht ontsnapte militair

Ingediend door admin op

De politie in Suriname heeft zojuist een opsporingsbericht naar buiten gebracht van de 41-jarige militair Orpheo Beeldsnijder.

Hij wordt ervan verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan de strafbare feiten: criminele organisatie en de wet verdovende middelen.

Beeldsnijder, die ook zanger is bij een Surinaamse band, werd gisteren op Zanderij aangehouden nadat 7,8 kilo cocaïne in zijn bagage werd aangetroffen. Hij stond op het punt samen met zijn zoon naar Nederland te vertrekken.

(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});

De drugs werden aangetroffen in snoep die in zijn bagage zat. Hij werd door

de Narcotica Brigade overgedragen aan de Militaire Politie. Kort daarna wist hij echter te ontsnappen.

Vernomen wordt dat hij eerder al betrokken was bij drugsgerelateerde zaken in zowel Suriname als Frans-Guyana, waarbij hij door de autoriteiten werd aangehouden.

Een ieder die informatie kan verstrekken over de verblijfplaats van deze verdachte wordt verzocht om contact te maken met de afdeling Recherche van de Militaire Politie op het telefoonnummer 477642/ 472221; de Command Center (CC) op 115 of de dichtstbijzijnde politiepost.

Politieman en vier anderen aangehouden met beschermde vogels in Nickerie

Ingediend door admin op

Een politieman en vier burgers zijn op zaterdagavond 2 augustus op heterdaad betrapt en aangehouden met onder andere beschermde vogels, jachtgeweren en verboden vismateriaal aan de Abdoel Islam Alibuxweg in het district Nickerie.

Waterkant.Net verneemt dat het gaat om de 33-jarige politieman Nitesh R. en de burgers Rodrigo M. (45), Mohamed J. (36), Dhiraj C. (28) en Sharief B. (27).

De aanhouding vond plaats omstreeks 19.25 uur, nadat surveillerende medewerkers van de Dienst ’s Lands Bosbeheer in het Labini-gebied een verdacht voertuig zagen naderen vanuit oostelijke richting.

(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});

Bij controle van de wagen werden drie jachtgeweren aangetroffen, waarvoor de inzittenden

geen geldige documenten konden overleggen, evenals een aantal hagelpatronen, twee blauwe koelboxen, visnetten en een zwarte plastic zak met daarin drie vogels (Chileense Kievit – Vanellus chilensis). De vogels behoren tot de volledig beschermde diersoorten volgens de geldende Jachtwet van Suriname.

Op vragen over de herkomst van de dieren gaf het vijftal geen verklaring. De jachtgeweren bleken geregistreerd te zijn op naam van drie van de verdachten. Zowel de vogels, het voertuig, de wapens als de overige spullen zijn in beslag genomen en overgedragen aan de bevoegde instanties.

De vijf mannen werden, na afstemming met het Surinaamse Openbaar Ministerie, heengezonden nadat zij

een transactieboete van SRD 32.000 hadden betaald.

 

BRICS DAGEN DOMINANTIE DOLLAR UIT MET NIEUW VALUTARAAMWERK

Ingediend door admin op

Bron: Business.am

De BRICS-landen willen hun afhankelijkheid van de Amerikaanse dollar verminderen door een alternatief financieel systeem op te zetten.

Het BRICS-blok maakt gebruik van technologie, waaronder blockchain en CBDC’s (Central Bank Digital Currencies), om een efficiënter en onafhankelijker grensoverschrijdend betalingssysteem te creëren.

Handelen in lokale munten biedt voordelen zoals verminderde valutarisico’s, meer zekerheid bij het plannen van investeringen en bescherming tegen dollarkoersschommelingen.

Het BRICS-blok, dat nu uit tien landen bestaat, zet grote stappen in de richting van een alternatief financieel systeem dat de afhankelijkheid van de Amerikaanse dollar vermindert. Deze vooruitgang is te danken aan een aantal factoren, niet in het minst aan

de groeiende economische invloed van de BRICS-leden, die samen 46 procent van de wereldbevolking en 37 procent van het wereldwijde bbp voor hun rekening nemen.

Praktische stappen op weg naar financiële onafhankelijkheid

In plaats van onmiddellijk te streven naar een gezamenlijke BRICS-valuta, geven de lidstaten prioriteit aan praktische stappen op weg naar financiële onafhankelijkheid.

Een belangrijke strategie is het afsluiten van bilaterale valutaswapovereenkomsten die de directe uitwisseling van lokale valuta mogelijk maken zonder dat de Amerikaanse dollar als tussenpersoon fungeert.

Deze aanpak wordt ondersteund door de ontwikkeling van geavanceerde digitale betalingssystemen binnen de Unie. Rusland en China doen het bijvoorbeeld goed in de bilaterale

handel met hun respectieve nationale valuta’s, terwijl India met succes betalingen in roepie met zijn zuidelijke partners heeft gestimuleerd.

De integratie van CBDC’s in het BRICS monetaire raamwerk

Het monetaire kader van de BRICS-landen maakt gebruik van blockchaintechnologie voor grensoverschrijdende betalingen, waarbij de traditionele SWIFT-systemen worden omzeild. Het onderzoek naar de integratie van CBDC’s (Central Bank Digital Currencies) vordert ook binnen het blok, met proefprogramma’s die naar verwachting tegen 2026 belangrijke mijlpalen zullen testen.

Hoewel een definitieve lanceerdatum voor de BRICS-valuta nog moet worden bevestigd vanwege de complexiteit van de implementatie, wordt er gestaag vooruitgang geboekt. De economische coördinatie tussen de leden verbetert, met landen die samenwerken om de inflatie aan te pakken en uniforme monetaire beleidskaders te ontwikkelen.

Motivaties achter het wegstappen van de dollar

De de-dollariseringsbeweging wordt door verschillende factoren gemotiveerd. Decennialang was de Amerikaanse dollar de belangrijkste reservemunt ter wereld, waardoor de VS een aanzienlijke economische en geopolitieke invloed had. Deze dominantie maakt andere landen echter kwetsbaar voor schommelingen in de Amerikaanse economie en voor een mogelijke militarisering van de dollar door sancties.

De ervaringen van Rusland na het conflict in Oekraïne en van Iran dat decennialang met sancties werd geconfronteerd, benadrukken de kwetsbaarheid die gepaard gaat met een grote afhankelijkheid van de dollar. Voor BRICS-leden is het verminderen van de blootstelling aan de dollar essentieel om economische soevereiniteit en veerkracht tegen externe schokken te waarborgen.

Voordelen van handelen in lokale valuta

De ontwikkeling van alternatieve infrastructuren, zoals China’s Cross-Border Interbank Payment System (CIPS) en Rusland’s Financial Message Transfer System (SPFS), biedt extra bescherming tegen uitsluiting van door het Westen gedomineerde financiële systemen. De Nieuwe Ontwikkelingsbank (NDB) speelt een cruciale rol in het leveren van vereffeningsdiensten en liquiditeit voor transacties in lokale valuta, waardoor de BRICS-landen onafhankelijk kunnen opereren van instellingen zoals de Wereldbank en het IMF.

Handel drijven in lokale valuta heeft verschillende voordelen voor BRICS-economieën. Het beschermt hen tegen externe schokken en dollarkoersschommelingen, vermindert valutarisico’s en bevordert een grotere zekerheid bij het plannen van investeringen. Uit de eerste gegevens van de overeenkomst tussen Rusland en China over lokale valuta blijkt dat de prijsvolatiliteit met 25 procent is afgenomen in vergelijking met overeenkomsten die in dollars luiden.

Niet zonder uitdagingen

Er blijven echter uitdagingen. Economische verschillen tussen BRICS-leden bemoeilijken de inspanningen om billijke wisselkoersmechanismen op te zetten. De economie van China is bijvoorbeeld veel groter dan die van de andere leden, wat kan leiden tot onevenwichtigheden in handelsovereenkomsten.

De BRICS-leiders hebben geleerd van de problemen in de eurozone en kiezen voor een gematigde en geleidelijke aanpak, waarbij ze zich richten op praktische handelsbevordering in plaats van een onmiddellijke monetaire unie. Deze strategie geeft prioriteit aan het behoud van de onafhankelijkheid van het monetaire beleid en levert tegelijkertijd tastbare voordelen op door handel in lokale valuta.

GEO|POLITIEK

GERELATEERD AAN: LULA BENADRUKT DAT BRAZILIE NIET LANGER AFHANKELIJK IS VAN VS

 

 

 

Minister Huur voert oriëntatiegesprek met Directie DOI

Ingediend door admin op

Op 4 augustus heeft minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling(RO) een oriëntatiegesprek gevoerd met het directieteam van het directoraat Duurzame Ontwikkeling Inheemsen (DOI), ten kantore van het ministerie. De minister gaf aan zich te willen oriënteren op het gevoerde beleid binnen het ministerie en is daarom gestart met kennismakingsgesprekken met de verschillende directoraten. Daarbij wordt onder andere aandacht besteed aan hun taken, werkprocessen en de knelpunten waarmee zij te maken hebben.

“Er is niets zo frustrerend als bereid zijn om hard te werken, maar niet te beschikken over de noodzakelijke middelen of processen,” aldus minister Huur. Ze voegde eraan toe

dat zij zich heeft voorgenomen alles in het werk te stellen om het werk efficiënter en voortvarender te laten verlopen.

Aanwezig bij het gesprek waren DOI-directeur mevrouw Melisa Fredericks, Od Administratieve Diensten Sharma Betterson, Od Ontwikkelingsdiensten Kayleigh Galgren, Od Gemeenschapsontwikkeling de heer Joekoe, evenals het ondersteunende team van de minister.

Directeur Fredericks gaf een uitgebreide inleiding en toelichting op de beleidsgebieden van het directoraat. Het DOI is verantwoordelijk voor het beleid in 58 inheemse gemeenschappen, verdeeld over vier regio’s: Oost, West, Zuid en Midden. De vier hoofdpijlers van het directoraat zijn: Traditioneel Gezag, Gemeenschapsontwikkeling, Grondenrechten en Onderzoek, Documentatie en Projectontwikkeling. Het doel

is om ontwikkelingsinitiatieven te identificeren, stimuleren, faciliteren, begeleiden en waar nodig bij te sturen, alles in overeenstemming met het FPIC-principe (Free, Prior and Informed Consent).

De geplande projecten voor de periode 2025-2026 omvatten onder meer werkbezoeken aan dorpen, het vervaardigen en verstrekken van legitimatiebadges voor het traditioneel gezag, en de aanschaf van landbouwgereedschappen, brandstof en diverse machines. Ook organiseert het directoraat trainingen ter bevordering van kleinschalig ondernemerschap.

De grootste knelpunten waarmee het directoraat kampt, zijn het gebrek aan financiële middelen, onvoldoende kantoormateriaal, gebrekkige huisvesting en een tekort aan transportmiddelen. Ter ondersteuning van de toelichting werden aan de minister diverse bijlagen, reçus en nieuwsbrieven overhandigd.

Minister Huur gaf tot slot aan dat het directoraat een cruciale rol vervult in de ontwikkeling van inheemse gemeenschappen. “Deze groepen moeten het gevoel hebben dat het directoraat er is om hun belangen te behartigen. Dat kan echter alleen als je over de middelen beschikt om het werk goed te doen,” aldus de minister.

STICHTING WI TRU SRANAN ONDERSTEUNT BASISSCHOOL BIJ HET VERSTERKEN VAN WAARDEN EN NORMEN

Ingediend door admin op

Op 4 augustus vond op de basisschool O.S. Lust en Rust de ceremoniële overdracht plaats van een set posters met de titel: Onze Waarden en Normen.

Deze posters zijn een onderdeel van een proefproject, een samenwerking tussen Stichting Wi Tru Sranan,  de schoolleiding en de Inspecteur van Onderwijs.

Op de posters zijn de waarden en normen te vinden die de directie en leraren van de school, ook via het betrekken van de ouders, willen versterken in hun leerlingen. Als waarden zijn gekozen: ontwikkeling, respect, integriteit, samenwerking en verantwoordelijkheid, elk met een aantal bijbehorende gedragsnormen.

De posters worden in elk klaslokaal geplaatst en

daarnaast op een aantal centrale punten op de school. Ook krijgen alle leraren en ouders een exemplaar in klein formaat, met adviezen voor het gebruik.

Stichting Wi Tru Sranan heeft de school geassisteerd bij het formuleren van de waarden en normen, het ontwerpen van een inspirerende poster in de kleuren van de Surinaamse vlag en het uitwerken van een aantal adviezen voor het gebruik van de posters in het dagelijks schoolleven.

Het proefproject heeft financiële ondersteuning gekregen vanuit het Surinaams bedrijfsleven. De leidster van de school, Soewana Astrokarijo: “Wij zijn trots dat we geselecteerd zijn voor dit project, we zijn er erg

enthousiast over en we zijn Wi Tru Sranan dankbaar voor de posters en de adviezen”.

De Inspecteur Basis Onderwijs, Marleen Samuels-Barclay: “De jeugd is de toekomst van Suriname, zij heeft ons nodig. Als je leider bent moet je leiders creëren. Als dit proefproject een succces blijkt zien wij dit graag ook bij andere scholen geintroduceerd”.

De voorzitter van Wi Tru Sranan, Wendy Slagveer-Ramautarsing: “Het onderwijsstelsel is van groot belang voor het versterken van waarden en normen bij de jeugd en in de samenleving. Wij hopen dat meerdere scholen op landelijk niveau geinteresseerd zullen zijn in dit project en wij streven naar een verdere nauwe samenwerking met het MinOWC”.

Wi Tru Sranan werkt sinds 2022 aan de promotie  van nationale eenheid, waarden en normen via onder andere dialoogsessies, seminars, schrijf- en tekenwedstrijden, tentoonstellingen, en video communicaties via social media.

Meer informatie over waarden en normen en over Wi Tru Sranan is te vinden op http://www.witrusranan.sr en op de Facebook, LinkedIn en Instagram paginas van de stichting.

PERSBERICHT|STICHTING WI TRU SRANAN

 

TOTALENERGIES ZIET RUIMTE VOOR HOGERE PRODUCTIE SURINAAMS OFFSHORE-PROJECT

Ingediend door admin op

Foto: CEO TotalEnergies, Patrick Pouyanné. | Bron: OilNow.

Het aankomende offshore-project van TotalEnergies in Suriname zou de geplande productie van 220.000 vaten olie per dag kunnen overtreffen.

Volgens topman Patrick Pouyanné is het mogelijk dat de productiepiek stijgt tot 240.000 vaten per dag, wat aanzienlijke extra waarde zou creëren voor de ontwikkeling in Blok 58.

Het GranMorgu-project, gelegen in het Surinaamse Blok 58, ligt op schema voor de eerste oliewinning in 2028. Tijdens een conference call over de kwartaalcijfers in juli verklaarde Pouyanné dat het productiesysteem, net als andere die zijn ontworpen voor 220.000 vaten per dag, een verhoging van 10% zonder

ingrijpende aanpassingen zou aankunnen. “Deze machines, toen we ze ontwierpen voor 220.000 vaten, kunnen gemakkelijk tot 240.000 vaten per dag”, aldus de topman, verwijzend naar het productieplatform dat voor GranMorgu is gepland. “Als we extra ontdekkingen kunnen aansluiten, creëert dit meer waarde.”

De CEO benoemde een recente ontdekking van ongeveer 50 miljoen vaten in het nabijgelegen Blok 53, dat TotalEnergies van CEPSA heeft overgenomen. Deze vondst zou gekoppeld kunnen worden aan de GranMorgu-ontwikkeling om de plateauproductie te ondersteunen of te verlengen.

Deze potentiële productie-uitbreiding sluit aan bij een trend die zich afspeelt aan de andere kant van de maritieme grens in Guyana.

Daar heeft ExxonMobil de olieproductie van zijn offshore-projecten consistent verhoogd door middel van optimalisatie. Zonder nieuwe Floating Production, Storage and Offloading (FPSO) installaties toe te voegen, heeft Exxon de capaciteit van zijn drie projecten met 130.000 vaten per dag verhoogd, van 560.000 naar 690.000 vaten per dag. Deze stijgingen werden gerealiseerd door het wegwerken van knelpunten en het upgraden van systeemdoorvoer, wat aanzienlijke financiële rendementen opleverde tegen een fractie van de kosten van een nieuwe FPSO.

Hoewel TotalEnergies nog geen expliciete toezegging heeft gedaan voor een dergelijke optimalisatie, gaf Pouyanné aan dat het bedrijf manieren onderzoekt om meer waarde uit GranMorgu te halen. Door eerdere ontdekkingen te evalueren en plannen te maken voor koppelingen, kan de productieduur worden verlengd of de productiepiek worden verhoogd.

“We proberen terug te komen op sommige [ontdekkingen] en ze te evalueren… Zelfs als er misschien niet genoeg is voor een tweede FPSO… Het doel is om de productieduur te verlengen en de piek te verhogen om veel waarde uit deze infrastructuur te halen”, aldus Pouyanné.

De FPSO voor GranMorgu wordt gebouwd door SBM Offshore, dat ook het contract heeft gekregen voor de exploitatie en het onderhoud na de ingebruikname. TotalEnergies is de operator van het Blok 58-project in samenwerking met APA Corporation en Staatsolie, die heeft besloten om te participeren.

UNITEDNEWS

 

 

MINISTER TSANG TREFT PERSONEELSTEKORTEN EN WANORDE AAN BIJ OWRO

Ingediend door admin op

Foto: Minister van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO), Stephan Tsang.

Het Ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO) verkeert bij de aanvang van het nieuwe ministerschap van Stephan Tsang in een staat van interne ontregeling.

Een opvallend tekort aan schoonmaak- en bewakingspersoneel blijkt het gevolg van interne verschuivingen, waarbij ondersteunend personeel in de afgelopen periode zonder vervanging is bevorderd naar hogere functies. Het ontbreken van essentiële krachten legt volgens Tsang druk op de dagelijkse uitvoering van werkzaamheden.

Ook op het vlak van infrastructuur stuit het ministerie op urgente uitdagingen. De wegaansluiting van de Van ’t Hogerhuysstraat op de brug over de

Saramaccarivier verkeert in slechte staat en vereist spoedig herstel.

Daarnaast zorgen schade en achterstallig onderhoud aan het volledige traject van de Van ’t Hogerhuysstraat voor toenemende ergernis bij weggebruikers. De stroom van klachten, vooral via sociale media, onderstreept het groeiende ongenoegen in de samenleving over de staat van de weg.

Minister Tsang is inmiddels gestart met het doorvoeren van corrigerende maatregelen. In een eerste stap zijn alle dienstvoertuigen die in gebruik zijn bij afdelingshoofden en lager personeel teruggevorderd. Voortaan mag uitsluitend één voertuig per directielid worden geregistreerd. Tevens is het onbeperkt gebruik van brandstof stopgezet. Medewerkers die aanspraak willen maken op brandstofvoorziening

vanuit het ministerie dienen daarvoor voortaan verantwoording af te leggen en vooraf goedkeuring te verkrijgen.

UNITEDNEWS