• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

President Simons kondigt “Heritage Month” aan; eenheid kern van beleid

Ingediend door admin op

President Jennifer Simons heeft op dinsdag 30 september in haar eerste jaarrede het regeringsbeleid voor het dienstjaar 2026 en de prioriteiten voor de komende jaren uiteengezet. Als eerste in de toespraak staat het onderwerp natievorming als overkoepelend doel, dat verweven moet zijn in alle beleidsvoering. President Simons benadrukte in De Nationale Assemblee (DNA) de noodzaak voor een blijvend verbonden Surinaamse gemeenschap, 50 jaar na de onafhankelijkheid.

Het staatshoofd startte haar betoog met een krachtige boodschap over de fundamentele waarden voor Suriname. “Ik kies er bewust voor om vandaag als éérst met het onderwerp van natievorming te beginnen als overkoepelend doel,

dat altijd verweven moet zijn in het handelen van iedereen die zich leider noemt in Suriname. Wij Surinamers moeten blijvend smeden aan een in solidariteit verbonden gemeenschap.”

Om de ambitie voor nationale eenheid te verwezenlijken, kondigde het staatshoofd aan dat er keihard gewerkt moet worden aan een herdefiniëring en herinterpretatie van de Surinaamse geschiedenis, erkend vanuit alle perspectieven. Deze inspanningen vormen volgens haar de bouwstenen voor een veerkrachtige natie, gedragen door een verenigd Surinaams volk.

De president kondigde de introductie aan van de jaarlijkse “Heritage Month”, te starten in augustus 2026. Deze maand zal in het teken staan van bezinning en viering

van de Surinaamse herkomst en verbondenheid. “Daarom, voorzitter, wil de regering in augustus 2026 beginnen om jaarlijks te bezinnen over onze herkomst – hoe we hier kwamen of waren – en het herdenken én het daadwerkelijk vieren van onze verbondenheid. Zo kunnen we steeds dichterbij elkaar komen en elkaar steeds beter leren kennen”, aldus het staatshoofd.

Het doel is om van de “Heritage Month” een internationaal evenement te maken, waarbij de regio en de wereld worden gemotiveerd om mee te vieren. De president zei dat de drang naar eenheid bij een groot deel van de gemeenschap leeft en het evenement daarom groeipotentie heeft.

Versnelde ontwikkeling niet-mijnbouwsectoren moet economische weerbaarheid bieden

Ingediend door admin op

De regering werkt aan de versnelde ontwikkeling van niet-mijnbouwsectoren en het midden- en kleinbedrijf (MKB) om zodoende economische weerbaarheid van Suriname tot stand te brengen. Zo heeft president Jennifer Simons op dinsdag 30 september 2025 laten doorschemeren in haar eerste jaarrede. Het staatshoofd heeft in De Nationale Assemblee (DNA) de economische langetermijnstrategie van de regering gepresenteerd, gericht op economische diversificatie en het creëren van duurzame werkgelegenheid.

Focus komende drie jaarDe focus ligt de komende drie jaar op het bewaren van fiscaal evenwicht, terwijl er tegelijkertijd geïnvesteerd wordt in sectoren buiten de mijnbouw. President Simons erkende dat de komende jaren zwaar

zullen zijn, maar benadrukte de noodzaak van het weerbaarder maken van de economie om zo meer Surinamers aan goed betaalde banen of ondernemerschap te helpen. “Klein ondernemerschap zal krachtig moeten worden bevorderd. Trainingen en opleidingen voor onze en mensen, die nu onvoldoende verdienen, zijn dringend noodzakelijk, om deze burgers te brengen van armoede naar welzijn door productieve arbeid. Speciale aandacht gaat uit naar jongeren met weinig kansen op de arbeidsmarkt”, aldus het staatshoofd.

HervormingsmaatregelenVolgens president Simons bespreekt en werkt de regering momenteel met bilaterale en multilaterale partners aan hervormingsmaatregelen in het kader van economische diplomatie. Deze zijn gericht op het sterk

ondersteunen en bevorderen van het midden- en kleinbedrijf (MKB), in het bijzonder in de volgende duurzame sectoren: Landbouw, bouwsector met de huisvestingssector als belangrijk sociaal-economisch speerpunt en toerisme met nadruk op duurzaam high-end ecotoerisme en adventure toerisme.Deze sectoren kunnen een directe bijdrage leveren aan de groei van het bruto binnenlands product (BBP) en kwalitatief goede werkgelegenheid scheppen. De president merkte op dat de schadelijke gevolgen van de huidige afhankelijkheid van mijnbouwinkomsten de economie tot nu toe parten spelen en dat diversificatie daarom van eminent belang is.

Wetgeving en uitvoering local contentOm deze economische transitie te bewerkstelligen, wordt nieuwe wetgeving als cruciaal beschouwd, met als voorbeelden de investeringswet, local content wetgeving en de wet Duurzaam Natuurbeheer. Het intact laten van de bossen biedt ook de mogelijkheid voor inkomsten via carbon credits. Het staatshoofd onderstreepte echter: “Wetgeving is echter slechts een van de eerste stappen. Uitvoering is van groot belang.”

Oliesector en spaarfondsDe regering kijkt hoopvol uit naar de ontwikkelingen binnen de oliesector en de voortgang van offshore en onshore projecten. Hierbij moet versneld gewerkt worden aan programma’s en beleid om het Surinaamse volk voor te bereiden op deze belangrijke ontwikkeling. Local content—de participatie van het Surinaamse volk—is van het grootste belang. Daarnaast zal het Spaar- en Stabilisatiefonds worden geactualiseerd om een verantwoorde besteding van toekomstige inkomsten uit deze sector te garanderen.

Ministers Noersalim van LVV en Brunings van OGM slaan de handen ineen voor toekomstbestendige landbouw

Ingediend door admin op

De ministers van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), Mike Noersalim, en Olie, Gas en Milieu (OGM), Patrick Brunings, kwamen recentelijk bijeen voor een constructief en strategisch overleg om de interministeriële samenwerking te intensiveren.

Dit gesprek benadrukt de gedeelde ambitie om te werken aan een klimaatbestendige, innovatieve en economisch krachtige landbouwsector. Door deze krachtenbundeling willen de ministeries niet alleen de voedselzekerheid garanderen, maar ook een substantiële bijdrage leveren aan de nationale klimaatdoelen. De versterkte samenwerking tussen LVV en OGM vormt daarmee een cruciaal aandachtspunt in het streven naar een duurzamere en sterkere economie.

Minister Noersalim van LVV onderstreepte het strategische belang van

landbouw voor de nationale en regionale toekomst. Hij stelde: “Als we in de toekomst de regio willen voeden, is het cruciaal dat we nú investeren in moderne technieken, klimaatbestendige gewassen en het aantrekkelijk maken van de sector voor jongeren.” Binnen de landbouw is de rijstsector de grootste uitstoter van broeikassen waaronder methaan en koolstofdioxide. Door het initiëren van duurzame projecten en aangaan van partnerschappen met internationale donoren kunnen beide ministeries werken aan het verduurzamen van de landbouwsector en bijdragen aan de klimaatdoelstellingen van het land.

Zijn collega, minister Brunings van OGM, onderschreef deze dringende noodzaak volledig. Hij benadrukte de focus op

de horizon: “We moeten het lef hebben om te kiezen voor een langetermijnvisie die reikt tot 2050. Alleen door vandaag de juiste en moedige keuzes te maken, garanderen we een duurzame en economisch krachtige landbouwsector voor toekomstige generaties.” De ministers benadrukten daarmee gezamenlijk de noodzaak van onmiddellijkeactie voor duurzame groei. Als vervolgstap op deze strategische dialoog kondigde Minister Brunings de start van de implementatie van de Green Development Strategy (GDS) aan, waarin de landbouwsector een cruciale rol is toebedeeld.

Om dit proces succesvol te laten verlopen, is de betrokkenheid van de sector essentieel. De minister benadrukte de noodzaak dat alle bij de landbouw betrokken partijen eerst gehoord moeten worden. Onder gezamenlijke leiding van beide ministeries zullen alle stakeholders uit de landbouwsector de krachten bundelen. Hun primaire taak wordt het ontwerpen van een gezamenlijk, integraal landbouwplan dat direct voldoet aan de ambitieuze klimatologische vereisten zoals vastgelegd in de GDS. Dit zorgt ervoor dat de strategie van onderaf wordt gedragen en direct toepasbaar is.

PRESIDENT SIMONS PRESENTEERT TIJDENS EERSTE JAARREDE BEGROTINGSTEKORT VAN SRD 6,3 MILJARD

Ingediend door admin op

President Jennifer Geerlings-Simons | Foto bron: CDS

De staatsbegroting voor 2026 is dinsdag door president Jennifer Geerlings-Simons aangeboden aan De Nationale Assemblee (DNA).

Uit de ontwerpbegroting blijkt het te gaan om een tekort van SRD 6,31 miljard, gelijk aan 3,5% van het Bruto Binnenlands Product (bbp). De totale inkomsten zijn geraamd op SRD 61,13 miljard, terwijl de uitgaven worden begroot op SRD 54,82 miljard. Ondanks de positieve cijfers op papier, toont de begroting vooral de kwetsbaarheid van de Surinaamse economie en de zware uitdagingen waar de regering voor staat.

Tijdens haar eerste jaarrede als president wees Geerlings-Simons op de ernstige achteruitgang van de

sociale en economische sectoren in de afgelopen periode. Uit het overdrachtsrapport van de minister van Financiën van het vorige kabinet blijkt volgens haar dat het primaire saldo van 0,3% van het bbp in 2024 gedaald was naar negatief 7,8% van het bbp in mei 2025; nadat in maart 2025 het IMF-programma was geëindigd.

“De huidige regering heeft dus een primair saldo aangetroffen in dezelfde orde van grootte als in 2020, met het grote verschil dat de sociale en economische sectoren en diensten ernstig achteruit zijn gegaan”, stelt de president in haar jaarrede.

De president gaf aan dat de overheid met een groot

aantal onbetaalde reçu’s kampt, wat de financiële positie verder onder druk zet. De regering ziet zich genoodzaakt realistische bezuinigingsmaatregelen te implementeren, de inkomsten van de staat te vergroten en de last van renteverplichtingen en schuldaflossingen voor de komende jaren dragelijker te maken.

Een bijkomend probleem is de instabiliteit van de wisselkoers. Door de omvangrijke SRD-circulatie eerder dit jaar moest de Centrale Bank van Suriname ingrijpen via deviezenveilingen.

UNITEDNEWS

 

Ontwerpbegroting 2026: tekort van SRD 6,3 miljard

Ingediend door admin op

President Jennifer Simons heeft vandaag in De Nationale Assemblée (DNA) de ontwerpbegroting voor het dienstjaar 2026 ingediend. Daaruit blijkt dat de inkomsten en uitgaven niet in balans zijn: tegenover de geraamde inkomsten van SRD 50,6 miljard staan uitgaven van SRD 61,1 miljard. Dit resulteert in een tekort van SRD 6,3 miljard, gelijk aan 3,5% van het bruto binnenlands product (bbp).

Van de totale uitgaven gaat SRD 20,3 miljard naar operationele kosten, zoals lonen, sociale premies, subsidies en onderhoud. De overige SRD 40,9 miljard is bestemd voor programma’s en projecten die het regeringsbeleid uitvoeren.

De operationele uitgaven omvatten onder meer personeelskosten, goederen

en diensten, subsidies en kantoorkosten. De programma-uitgaven moeten bijdragen aan de uitvoering van beleidsinitiatieven en investeringsprojecten.

Het grootste deel van de begroting – SRD 56,9 miljard – wordt gedekt door eigen middelen, bestaande uit belasting- en niet-belastinginkomsten. Daarnaast rekent de regering op SRD 4,2 miljard uit leningen en schenkingen.

De inkomsten zijn verdeeld in:

KUSTWACHT EN OMNI HELICOPTERS BUNDELEN KRACHTEN IN TRAINING OP ZEE

Ingediend door admin op

De Kustwacht van Suriname en Omni Helicopters International hebben hun samenwerking verder verstevigd met een gezamenlijke training die volledig in het teken stond van zoek- en reddingsoperaties.

Ook de Marine van het Nationaal Leger nam deel aan de oefening, die dinsdag werd uitgevoerd met de kustwachtvaartuigen P-101 Rutu en P-102 Dyamantie.

Tijdens de training werden verschillende scenario’s geoefend, waaronder search and rescue (SAR)-operaties en man-over-boord (MOB)-situaties. Daarbij kwamen snelheid, precisie en samenwerking centraal te staan – elementen die in de praktijk het verschil kunnen maken tussen leven en dood. Volgens de leiding van de Kustwacht zijn dit soort oefeningen onmisbaar om de

paraatheid te vergroten. “Veiligheid staat bij ons altijd centraal. Door intensief te trainen met partners versterken wij ons vermogen om mensenlevens te redden op zee,” aldus de organisatie.

Het initiatief voor de training kwam van Omni Helicopters International, dat na afloop zijn waardering uitsprak voor de samenwerking. Voor de Kustwacht betekende de gezamenlijke oefening een welkome kans om met internationale expertise te werken, aangezien de eigen middelen niet altijd toelaten dit soort grootschalige trainingen zelfstandig te organiseren.

De manschappen van de Kustwacht en de Marine kregen de gelegenheid hun vaardigheden onder realistische omstandigheden te testen. Daarmee werd niet alleen hun individuele professionaliteit

aangescherpt, maar ook de gezamenlijke slagkracht van de betrokken diensten vergroot.

De Kustwacht benadrukt dat er in de toekomst meer van dit soort oefeningen volgen, waarbij de eigen manschappen nog actiever zullen worden ingezet. De organisatie onderstreept dat samenwerking met zowel nationale als internationale partners cruciaal blijft om de maritieme veiligheid van Suriname te waarborgen, mensenlevens te redden en het land zijn maritieme hulpbronnen en grenzen te laten beschermen.

UNITEDNEWS

 

Suriname versterkt regionale aanpak tegen African Swine Fever

Ingediend door admin op

Suriname heeft een belangrijke stap gezet in de regionale aanpak van African Swine Fever (ASF) door het versterken van de surveillance- en responscapaciteiten binnen CARICOM-lidstaten. Op 15 en 16 september organiseerde het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) een tweedaagse training die in het teken stond van het vergroten van technische kennis en praktische vaardigheden rond de opsporing en beheersing van ASF.

De training maakte deel uit van het programma “Strengthening Surveillance and Response Capacity for African Swine Fever through Training and Sample Collection in the Caribbean Region”.

Het initiatief werd ondersteund door het Inter-American Institute for Cooperation on Agriculture

(IICA), met financiële steun van het United States Department of Agriculture (USDA) en in samenwerking met de Caribbean Agricultural Health and Food Safety Agency (CAHFSA).

Naast Suriname nam ook het ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur van Curaçao actief deel aan de sessie.