• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

LANDBOUW IN SURINAME – TUSSEN AFHANKELIJKHEID EN SOEVEREINITEIT (1)

Ingediend door admin op

Foto: Hydroponics in Suriname

Suriname bezit een overvloed aan vruchtbare gronden, een gunstig klimaat en een rijke traditie van kleinschalige familielandbouw. Toch bevinden we ons vandaag in een neerwaartse spiraal.  Ons land is namelijk sterk afhankelijk van voedselimporten, vooral uit westerse markten. Deze afhankelijkheid heeft verstrekkende gevolgen: niet alleen voor de economische positie van lokale producenten, de voedselzekerheid en ecologische duurzaamheid, ze vergroot ook de armoede!  En dat laatste kunnen we missen als kiespijn…

In deel 1 lees je:  Wat is de oorzaak van deze neerwaartse spiraal?  Kunnen we deze van richting doen veranderen?  Kan Suriname haar voedselsoevereiniteit herwinnen en eindelijk de

voedselschuur van de Caraïben worden?

Analyse: Jef Crab, mondiaal humanist

In samenwerking met het ministerie van LVV voerde de FAO onlangs een grootschalige agrarische telling uit [1] om betrouwbare data te verzamelen voor toekomstig beleid. De FAO benadrukt dat voedselzekerheid niet enkel een kwestie van productie is, maar ook van voedselsoevereiniteit: het recht van volkeren om hun eigen voedselbeleid te bepalen, los van de grillen van internationale markten, en om compleet in hun eigen voedselbehoeften te voorzien.  Voedselsoevereiniteit, samen met financieel-economische soevereiniteit, vormt een van de twee onontbeerlijke voorwaarden voor echte nationale onafhankelijkheid.

Volgens het FAO rapport is Suriname momenteel echter niet

in staat om in zijn eigen voedselzekerheid te voorzien. Meer dan de helft van wat in Suriname geconsumeerd wordt, is afkomstig uit het buitenland [2].   In 2019 importeerde het land voor ongeveer 214 miljoen US dollar aan voedsel, tegenover een exportwaarde van minder dan 45 miljoen US dollar. Tegelijkertijd geven de armste huishoudens meer dan 70% van hun inkomen uit aan voeding, wat de kwetsbaarheid van dit systeem van afhankelijkheid benadrukt.

Hoe is het zover gekomen?  Want de eerste bewoners en later de kolonie, voorzagen zelf in hun behoeften en exporteerden flink.  

De hoogtijdagen van de plantage-economie lagen tussen circa 1730 en 1863.

In deze periode waren er meer dan 700 actieve plantages langs de Suriname- en Commewijnerivier wiens economie volledig was gericht op export van tropische gewassen.

80% van de export bestond uit landbouwproducten zoals suiker, koffie, cacao en katoen en vertegenwoordigde een miljarden omzet.  In euro’s wel te verstaan!Volgens berekeningen van de Surinaamse econoom Armand Zunder, gebaseerd op historische data en omgerekend naar de waarde in 2006, bedroeg de totale exportwaarde van Surinaamse landbouwproducten tussen 1682 en 1940 ongeveer €166,5 miljard. Dit betrof vooral:

Deze producten werden geproduceerd op plantages met Afrikaanse slavenarbeid en later Aziatische contractarbeiders, en waren bestemd voor de Europese markt.

De landbouw die we vandaag in Suriname kennen is gevormd door koloniale structuren. Na de afschaffing van de slavernij degradeerde de exportgerichte plantage-economie – begrijpelijkerwijze– snel naar een kleinschalige bevolkingslandbouw in de stad en de districten.  Later ontstond door de contractarbeiders de rijstteelt in de westelijke districten.

Omdat het koloniale beleid vooreerst niet veranderde – het bleef gericht op exportgewassen en buitenlandse belangen – was dit alles voornamelijk een landbouw zonder visie, noch doordacht beleid, voor nationale opbouw.  Het “verdeel en heers” was belangrijker voor de koloniale macht. Met de onafhankelijkheid erfden we deze landbouw in dienst van niets, samen met het idee van export als zaligmakend model [3].De buitenlandse belangen moesten immers worden beschermd,  stelt J.K. Brandsma in het tijdschrift OSO in 1983[4]. 

De voorbije jaren horen we steeds vaker dat Suriname de voedselschuur van de Caraïben kan zijn.  Om die doelstelling te kunnen realiseren, richtte elke opeenvolgende regering zich naar een grootschalige machinale landbouw, monoculturen en mega-projecten.  Denk maar even aan de Mennonieten…   Helaas heeft dit alles ook niet met het gewenste resultaat.  De koloniale erfenis van exportgerichtheid, marginalisering en verdeeldheid vormt nu de belangrijkste barrière voor de onontbeerlijke voedselsoevereiniteit.

Tijdens de koloniale periode bleven, zuidelijk van het Cordonpad, de Inheemse en marron gemeenschappen verder ontwikkelen op basis van familielandbouw en duurzame systemen voor zelfvoorziening gebaseerd op ecologische kennis.  Deze worden tot heden nog niet erkend in nationaal beleid. Internationaal gaan echter steeds meer stemmen op om vooruit te kijken naar de integratie van zulke systemen om in de lokale behoeften te voorzien en voedselsoevereiniteit te realiseren. Echter heeft de verbeterde toegang tot de stad het leven van binnenlandbewoners in Suriname ingrijpend veranderd. En niet zonder gevolgen. Waar gemeenschappen vroeger grotendeels zelfvoorzienend waren via gezinslandbouw, zijn velen nu afhankelijk geworden van geïmporteerde voeding uit de stad. Deze verschuiving heeft geleid tot een verlies aan voedselsoevereiniteit en een toename van structurele armoede.  Importvoeding is vaak duurder, minder voedzaam en onderhevig aan prijsschommelingen, waardoor huishoudens in afgelegen gebieden kwetsbaarder zijn geworden. De traditionele kennis van landbouw en voedselbereiding verdwijnt langzaam, terwijl de afhankelijkheid van externe markten toeneemt — een ontwikkeling die de economische en culturele veerkracht van het binnenland ondermijnt.

Het Rapport Armoede en Ongelijkheid in Suriname [5] van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB)  , ondersteund door de Anton de Kom Universiteit, IDB en Wereldbank,  geeft aan dat in 2022 maar liefst 51,6% van de binnenlandbewoners onder de armoedegrens leefde.

30% van de huishoudens rapporteerde voedselonzekerheid in 2020, een verdubbeling ten opzichte van pre-COVID niveaus.

De studie wijst daarom op de noodzaak van duurzame investeringen in lokale voedselproductie om armoede en afhankelijkheid te verminderen.

Wat zijn de uitdagingen en over welke kansen beschikken we daartoe?

Tijdens een bezoek aan Boven-Suriname benadrukte professor Kurt Manrique-Klinge, als specialist in Vernieuwende Landbouwsystemen van IICA International, dat gezinslandbouw stimuleren nu de hoogste prioriteit is!

Hij bezocht samen met een internationaal gezelschap de proeven met boslandbouw van de Surinaamse Stichting Ecosystem 2000.  Tussen 2015 en 2020  voerde deze in Boven-Suriname, op vraag van het traditionele gezag, in samenwerking met lokale gemeenschappen innovatieve landbouwprojecten uit gericht op verbeterde rijstteelt [6].

Centraal stond de ontwikkeling van het Saamaka Söötö Baaku Sistema, een ecologisch verantwoord teeltsysteem dat de arbeidsintensiteit van de gezinnen met 85% verminderde en toch de opbrengst tot zesmaal verhoogde. Deze methode werd vooreerst toegepast op uitgeputte kostgronden. Door gebruik te maken van lokale rijstvariëteiten, doordachte wisselteelt en een methode die het bos intact laat, werd niet alleen de voedselzekerheid versterkt, maar ook de culturele autonomie van de Saamaka-gemeenschappen ondersteund.  Het project trok internationale aandacht, onder meer van Cornell University. FAO en IICA, en wordt gezien als een model voor duurzame landbouw in tropische bosgebieden.

In eigen land kaapte Ronny Brunswijk het project en degradeerde het tot machinale landbouw met een tikje groenbemesting.  Vierkante kilometers bos sneuvelden in het Langu-gebied en de lokale vrouwen werden gedegradeerd tot veldwerksters. Tijdens zijn periode als VP kreeg hij ook voor elkaar dat dit model in Marowijne zou worden toegepast. Met overheidsgelden, wel te verstaan.  De heer Brunswijk zal natuurlijk zijn eigen redenen hebben voor deze show van greenwashing-landbouw.

Een bijna compleet gebrek aan kennis van innovatieve en duurzame landbouwmethoden bij Min LVV  en Min RO, in samenhang met nepotisme en clientelisme – de vriendjespolitiek waar we met zijn allen zo onder lijden – groeven mee het graf van wat door landbouwspecialisten internationaal als een uitstekend model werd herkend. De in 2020 in de startblokken staande opschaling van het succesvolle pilootproject naar nationale schaal werd politiek op achterbakse wijze in de kiem gesmoord. 

Een eenvoudige rekensom laat echter inzien dat het stimuleren van gezinslandbouw een uitzonderlijke uitkomst biedt en kan leiden in de richting van de gewenste voedselsoevereiniteit.

Een gezin dat volgens het  Saamaka Sistema produceert kan, na volledig zelfvoorzienend te zijn op vlak van voeding, ook jaarlijks 5 ton bio-hooglandrijst op de markt brengen. 

Met een zeer voorzichtige schatting dat er van de ongeveer 24.000 Marrongezinnen in Suriname nog slechts 2.000 gezinnen actief zijn in de gezinslandbouw, dan betekent dat nog een jaarlijkse marktproductie van 100.000 T hooglandrijst . Ofwel lokaal geproduceerde voeding voor 10.000 gezinnen.  Genoeg om de helft van de binnenlandbewoners te voorzien.

Het Saamaka Systeem produceert vanaf jaar drie ook cacao en laat elke boer toe 800 – 1600 bomen in een natuurlijk boslandbouwsysteem te onderhouden. Samen met andere producten als aardvruchten, gember of olie, verhoogt dit het gezinsinkomen tot ver boven de armoedegrens. Het belangrijkste is de enorme tijdswinst omdat er geen nieuwe kostgronden meer moeten worden opengekapt, wat meteen ook het groene beleid van de regering ondersteunt.

Zulke modellen bieden perspectief voor de binnenlandbewoners, maar ook voor jongeren.

Het heeft eveneens een gunstig effect op de golf van binnenlandvluchtelingen en stadsimmigratie.

Het biedt reële kansen aan Inheemsen en Marrons voor behoud van hun cultuur en leefwijze, om economisch weerbaar te zijn en gelijktijdig bij te dragen aan het Bruto Nationale Product.  Met slechts 15% van de huidige tijdsinvestering kan hun gezinslandbouw – wat voor elkeen tijd overlaat voor andere economische of culturele bezigheden – dan jaarlijks meer dan 150.000 T hoogwaardige bio-rijst produceren.  Enkel correcte kennisoverdracht en kleine investeringen vanuit de overheid zijn nodig.   Waarop wachten onze regeringen?

Maar er is meer.  In het kader van de huidige klimaatveranderingen speelt de Inheemse en Marronlandbouw een nog meer prominente rol.

Terwijl de stedelijke landbouw in Suriname worstelt met afhankelijkheid van import, chemicaliën en grootschalige monoculturen, biedt het binnenland een zeldzaam perspectief: een volledig biologische landbouwpraktijk, geworteld in ecologische kennis en gemeenschapszin. Marron- en Inheemse gemeenschappen bewerken hun kostgrondjes met respect voor het bos, nu nog zonder pesticiden of kunstmest, en met een diep besef van seizoenen, bodem en biodiversiteit. Dit maakt het binnenland tot een levend laboratorium voor duurzame landbouw.

Internationale modellen zoals permacultuur en agroforestry sluiten naadloos aan bij deze lokale praktijken. Permacultuur, geïnspireerd door de natuur en inheemse tradities, streeft naar kleinschalige, zelfvoorzienende systemen die de ecologische balans versterken [7].

Agroforestry of boslandbouw— het integreren van een hoog productief landbouwsysteem in bestaand of hernieuwd bos — wordt al toegepast in projecten zoals het Saamaka Söötö Baaku Sistema, dat niet alleen rijst maar ook cacao, gember en oliegewassen integreert in een bosvriendelijk ontwerp. 

Stichting Ecosystem 2000 coördineert al dertig jaren een 3ha groot boeiend voorbeeld van hoog productieve boslandbouw gekoppeld aan geïntegreerd wonen en werken in haar Vormingscentrum te Domburg.  Hieruit ontstond het Saamaka Söötö Baaku Sistema. 

Daarnaast wint regeneratieve landbouw terrein als antwoord op klimaatverandering en bodemuitputting [8].  Deze methode richt zich op het herstellen van ecosystemen, het verbeteren van bodemgezondheid en het minimaliseren van externe inputs. In Suriname kan dit leiden tot een veerkrachtiger landbouwsysteem dat erosie tegengaat, water vasthoudt en lokale gemeenschappen versterkt, ook toepasbaar in de stad en de kustdistricten. 

Ook volgens CELOS en Tropenbos Suriname zijn deze methoden niet alleen ecologisch verantwoord, maar ook economisch haalbaar. Ze bieden alternatieven voor het jaarlijkse openkappen van nieuwe kostgronden en kunnen jongeren motiveren om in hun dorpen te blijven, in plaats van naar de stad te trekken voor onzeker werk [9].  

Suriname beschikt over alles wat nodig is om voedselsoeverein te zijn: vruchtbare gronden, ecologische kennis, en gemeenschappen die al generaties lang in harmonie met hun omgeving produceren. Wat ontbreekt, is de politieke wil en beleidsmatige erkenning van deze rijkdom. De structurele afhankelijkheid van importvoeding en het marginaliseren van gezinslandbouw hebben geleid tot armoede, verlies van culturele autonomie en een fragiel voedselsysteem.

Daarom is het essentieel dat Suriname een koerswijziging inzet. De integratie van duurzame gezinslandbouwsystemen, zoals het Saamaka Söötö Baaku Sistema, in het nationaal landbouwbeleid is geen optie meer, maar een noodzaak. Dit model bewijst dat voedselsoevereiniteit, economische weerbaarheid en ecologische duurzaamheid hand in hand kunnen gaan.

Concreet bevelen we aan:

Door deze stappen te zetten, kan Suriname niet alleen haar voedselsoevereiniteit herwinnen, maar ook het binnenland transformeren tot een bron van innovatie, trots en toekomstbestendigheid. Het is tijd om het potentieel van de gemeenschappen zuidelijk van het Cordonpad te erkennen — niet als achterland, maar als voorhoede van een nieuwe landbouwvisie.

Immers, wat winnen we er bij om in een afhankelijkheidspositie te blijven die ons jaarlijks honderden miljoenen euro’s kost?

Deel 2 bespreekt hoe buurlanden als Amapa en Guyana er in slaagden voedselsoevereiniteit te creëren, evenals  beleidslijnen voor de kustdistricten en het creëren van perspectieven voor jongeren Deel 3 behandelt innovatieve en verantwoorde landbouw in het licht van de volksgezondheid 

Bronnen

[1] FAO tevreden over agrarische telling in Suriname

[2] https://stvs.sr/nieuws/2025/09/grote-vooruitgang-geboekt-bij-uitvoering…

[3] https://www.dbnl.org/tekst/_oso001198301_01/_oso001198301_01_0021.php

[4] Zijn wel onderbouwde stelling is : “.. dat we in het geval van Suriname te maken hebben met een zeer extreme en bijzondere vorm van afhankelijkheid van het buitenland, die in hoge mate (maar niet uitsluitend) bepalend is (geweest) voor het ontstaan van de specifieke maatschappelijke structuur, die hier wordt aangeduid als de plantagestructuur…”

[5] https://vsbstia.org/?p=9479

[6] https://www.srherald.com/ingezonden/2018/04/01/saamaka-verbeterde-rijst…- aandacht/?fbclid=IwY2xjawMn3jdleHRuA2FlbQIxMQBicmlkETFwUTR4UXpXOEM5TlFub01HAR5Al1xYUWvuqPexBR8ZYkh9h8GvlxNtzw_E0dscCu0aXftySK3jvFE2UxaOfA_aem_FdcHeaW718xnSi2mwSI9kA

[7] https://schoonengroensuriname.sr/initiatief/permacultuur/

[8] https://eyesonsuriname.com/nl/regeneratieve-landbouw-het-kweken-van-vee…    

[9] https://www.dbsuriname.com/2025/03/13/celos-stimuleert-agroforestry-als…

UNITEDNEWS

WERELDDIERENDAG ALS SYMBOLIEK: ZORGVULDIGE LVV-WOORDEN BOTSEN MET SNELGROEIENDE ZWERFDIERENCRISIS IN SURINAME

Ingediend door admin op

Vandaag, op Werelddierendag (4 oktober), staat het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) stil bij het belang van dierenwelzijn. Terwijl het ministerie oproept tot respect en waardigheid voor elk levend wezen – stellend dat “een betere toekomst voor Suriname begint met zorg en toewijding voor onze dieren” – wijst de actuele situatie van huisdieren in het land op een hardnekkige kloof tussen idealen en de dagelijkse realiteit.

De oproep van LVV tot verantwoordelijkheid valt samen met een tien jaar durende periode van intensieve inspanningen door non-profitorganisaties om de gesteldheid van huisdieren te verbeteren. De Surinaamse overheid en maatschappelijke organisaties hebben

belangrijke stappen gezet, waaronder de invoering van de Wet Dierenwelzijn (o.a. Staatsbesluit 2018), die een formele basis legt voor de bescherming van dieren. Ook is de georganiseerde hulp versterkt door de oprichting en uitbreiding van het eerste Dierenasiel (sinds 2009) en de inzet van een dierenambulance. Bovendien organiseren de Stichting Dierenbescherming Suriname (DBS) en haar partners met succes grootschalige sterilisatie- en castratieprojecten, vaak ondersteund door Nederlandse vrijwilligers en dierenartsen.

Naast de projecten van de dierenbescherming organiseert Stichting Caribbean Spay Neuter Suriname in samenwerking met haar moederorganisatie Caribbean Spay Neuter meerdere grootschalige sterilisatie- en castratieprojecten een paar keer per jaar ondersteund door

buitenlandse dierenartsen en dierenarts assistenten.

Deze projecten zijn cruciaal om ongewenste nesten te voorkomen en bieden hulp aan eigenaren die de kosten anders niet kunnen dragen. De lage vergoeding die eigenaren betalen is mede bedoeld om het dier in hun ogen ‘meer waard’ te maken.

Ondanks deze lofwaardige inspanningen, laten de rapporten van de organisaties zien dat de zwerfdierenpopulatie – honden en katten – nog steeds onverminderd groot is en snel groeit. Het dagelijks dumpen van ongewenste puppy’s en kittens is een aanhoudend probleem, wat wijst op het beperkte effect van de projecten op de totale populatie en het gebrek aan brede culturele verschuiving. De harde realiteit is dat veel zwerfdieren en huisdieren van minder draagkrachtige eigenaren lijden onder ondervoeding en ernstige parasitaire infecties (zoals Babesia en Leishmania).

Ten slotte zet de huidige economische crisis in Suriname de financiering van het Dierenasiel, Stichting Help Save Animals Suriname, de sterilisatieprojecten en de overige opvangadressen zwaar onder druk; de vitale zorg en dagelijkse voeding blijven sterk afhankelijk van donaties en buitenlandse steun.

Terwijl het Ministerie van LVV terecht stelt dat Werelddierendag een oproep tot verantwoordelijkheid is, benadrukken dierenwelzijnsorganisaties dat deze verantwoordelijkheid moet leiden tot meer dan symboliek.

Er is een dringende behoefte aan meer financiering en strengere handhaving om de gesteldheid van het gemiddelde huisdier in Suriname structureel te verbeteren.

UNITEDNEWS

CARICRIS HERBEVESTIGT FINABANK’S STERKE KREDIETWAARDIGHEID

Ingediend door admin op

Finabank N.V. kondigt met trots aan dat Caribbean Information and Credit Rating Services Limited (CariCRIS) de kredietwaardigheid van de bank opnieuw heeft herbevestigd met een aA rating voor vreemde valuta en een aA+ rating voor lokale valuta.

Beide ratings zijn afgegeven met een stabiele outlook en bevestigen de solide kredietpositie van Finabank binnen de Surinaamse bancaire sector.

Volgens CariCRIS is de stabiele outlook gebaseerd op de verwachting dat Finabank in 2025 haar winstgevendheid verder zal verbeteren, gedreven door een stabiele inkomstenbasis en lagere inflatiedruk op de operationele kosten. De bank blijft goed gekapitaliseerd en behoudt sterke liquiditeitsratio’s, ook terwijl zij investeert

in digitale innovaties. De hoge kwaliteit van de activa en de effectieve kredietrisicobeheersing zijn de cruciale factoren die de weerstand van de bank tegen ongunstige ontwikkelingen in de Surinaamse bancaire sector onderstrepen. De sterke positie en reputatie binnen de Surinaamse bancaire sector en verder wordt ondersteund door regionale uitbreidingsplannen. Dankzij haar robuuste governance-structuur en effectief risicomanagement blijft de bank in staat risico’s zorgvuldig te beheersen en vertrouwen te behouden.

Finabank blijft zich inzetten om haar positie als toonaangevende commerciële bank in Suriname te versterken en klanten te ondersteunen met betrouwbare en innovatieve financiële oplossingen. Helein C. Frangie, CEO van Finabank, verklaarde:

“De bekrachtiging van onze sterke kredietrating is een erkenning van de solide basis waarop wij opereren. Dit geeft vertrouwen aan onze klanten, aandeelhouders en medewerkers, en versterkt onze ambitie om duurzame groei te realiseren, met oog voor innovatie en regionale uitbreiding.”

Caribbean Information and Credit Rating Services (CariCRIS) is het toonaangevende ratingbureau van het Caribisch gebied. In CariCRIS participeren regionale centrale banken, diverse grote commerciële banken in de regio en DFIs, een staatsbedrijf van het verenigd koninkrijk, ratingbureaus (‘Standard & Poor’s’), de verenigd van de Caribische regio.

PERSBERICHT | FINABANK

 

 

VS BLIJFT VENEZUELA PROVOCEREN: F-35 JETS NABIJ DE KUST ZORGEN VOOR EXTRA SPANNING

Ingediend door admin op

President Donald Trump heeft drugskartels geclassificeerd als “onwettige militanten” in een memo, en beweert dat de Verenigde Staten in een “gewapend conflict” met hen verwikkeld zijn.

Deze stap, die volgt op recente Amerikaanse militaire aanvallen op drugsschepen in het Caribisch gebied, machtigt het Pentagon om dodelijk militair geweld te gebruiken tegen de kartels onder de Wet op Gewapende Conflicten. Dit beleid is een significante verschuiving van Trumps eerdere ‘America First’-beleid en wekt bezorgdheid bij experts. Zij waarschuwen dat de memo een gevaarlijke schending van het internationaal recht kan zijn, aangezien het de VS toestaat kartelleden zonder proces vast te houden

en dodelijk geweld tegen hen te gebruiken.

De militaire escalatie, waarbij acht oorlogsschepen en duizenden militairen in de regio zijn ingezet, heeft geleid tot spanningen met Venezuela. De Venezolaanse regering van Nicolás Maduro ziet de Amerikaanse aanwezigheid en de aanvallen – waarvan minstens twee gericht waren op Venezolaanse schepen – als een militaire provocatie en een dekmantel voor regimeverandering en controle over de oliereserves.

Minister van Defensie Vladimir Padrino López meldde F-35 gevechtsvliegtuigen nabij de kust en Maduro waarschuwde voor het risico van een “catastrofale oorlog” in het Caribisch gebied, waarbij hij Latijns-Amerikaanse landen opriep tot verzet. De situatie creëert

een gespannen patstelling: de VS noemt het drugsbestrijding, terwijl Venezuela het ziet als een belegering en een bedreiging voor hun soevereiniteit.

UNITEDNEWS|REGIO

FINANCIERING VAN DE TOEKOMST: STAATSOLIE’S $1,6 MILJARD DEAL ZET KOERS NAAR OFFSHORE OPERATOR

Ingediend door admin op

Foto bron: latinfinance.com

Staatsolie Maatschappij Suriname N.V. (Staatsolie) heeft de prestigieuze titel “Loan of the Year” van de LatinFinance Awards 2025 gewonnen voor de financiering van haar aandeel in het Block 58 GranMorgu Olieproject. De deal betreft een gesyndiceerde mini-perm lening van $1,6 miljard, wat de grootste projectfinanciering in de geschiedenis van Suriname is, en wordt gezien als de katalysator voor een verwachte drievoudige groei van het Surinaamse BBP.

Het GranMorgu-project, beheerd door het Franse TotalEnergies in Block 58 offshore, zal naar verwachting 220.000 vaten olie per dag leveren vanaf 2028, gebaseerd op geschatte reserves van 760 miljoen vaten. De

totale investering bedraagt ruim $10 miljard, en de totale opbrengsten voor Suriname – dat momenteel een economie heeft van slechts $4,7 miljard – worden geprojecteerd op $26 miljard (in de vorm van royalty’s, belastingen en dividenden), wat bestemd is voor vitale sectoren zoals infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg.

Staatsolie’s Managing Director, Annand Jagesar, benadrukte de ongekende schaal van de lening in verhouding tot de nationale economie. De lening financiert Staatsolie’s 20% belang in het project. De onderhandelingen startten eind 2024 en werden in mei 2025 afgerond, kort voor de algemene verkiezingen. De financiering werd gecoördineerd door de African Export-Import Bank (Afrexim

Bank), Bladex en Deutsche Bank, met deelname van 18 geldschieters, variërend van lokale tot internationale instellingen. De lening is gestructureerd onder het Engelse, New Yorkse en Surinaamse recht en maakt gebruik van gesofisticeerde risicobeperkende technieken zoals oil and gold hedging en cash sweep mechanisms.

Het project zet ook een nieuwe regionale maatstaf voor duurzaamheid; de FPSO (Floating Production, Storage and Offloading unit) zal volledig elektrisch zijn en geen routinematige fakkeling (zero routine flaring) toestaan.

Naast GranMorgu heeft Staatsolie de ambitie om haar positie te verstevigen, met exploratie in 22 andere blokken, en wil het in de toekomst zelf offshore operator worden.

Het GranMorgu-project zal naar verwachting meer dan 6.000 directe en indirecte banen creëren. Het succes van deze financiering onderstreept het internationale vertrouwen in Suriname’s opkomende energiemarkt.

UNITEDNEWS

Korps Politie Suriname semi kampioen op Voetbaltoernooi Korpsweek Curaçao

Ingediend door admin op

Het Voetbalteam van het Korps Politie Suriname (KPS) heeft op vrijdag 3 oktober 2025 een opmerkelijke sportieve prestatie geleverd op het invloedrijke voetbaltoernooi. Dit toernooi werd georganiseerd in het kader van de jaarlijkse Korpsweek die gehouden wordt te Curaçao. Het geheel vond plaats in het Sentro Deportivo Jo Mathilda (Vesta) stadion.

Het KPS-voetbalteam demonstreerde gedurende het gehele toernooi een uitzonderlijke inzet, discipline en tactisch inzicht. Deze kwaliteiten waren direct zichtbaar in hun openingswedstrijd tegen de collega’s uit Nederland. Het KPS domineerde de confrontatie en behaalde een overtuigende 3-0 overwinning, waarmee haar intenties voor het toernooi met kracht werd onderstreept.

De weg

naar de finale werd vervolgd in de tweede poulewedstrijd, waarin het team van Sint Maarten de tegenstander was. Ook deze uitdaging werd succesvol overwonnen. Met een gecontroleerde 2-1 zege stelde het KPS vroegtijdig haar plaats in de finale van het toernooi veilig, waarmee de sportieve ambities werden waargemaakt.

In de finale nam het KPS het op tegen de gastheren, het Korps Politie Curaçao (KPC). Na een intense en tactische strijd eindigde de reguliere speeltijd in een 0-0 gelijkspel. De beslissing moest vallen via een zenuwslopende strafschoppenserie, die uiteindelijk met 4-3 in het voordeel van het KPC werd beslist.

Met deze eervolle prestatie

heeft het KPS-voetbalteam de tweede plaats op het toernooi behaald. De delegatieleden hebben hiermee de gestelde doelen, om prijzen in de wacht te slepen, bewezen en gerealiseerd. De getoonde teamgeest, motivatie en sportiviteit van de politieambtenaren gedurende het gehele toernooi strekken tot eer van het Korps Politie Suriname en bevestigen de waarde van sport als bindmiddel en uithangbord voor het korps.

Twee minderjarige verdachten aangehouden ter zake oplichting en gewapende beroving

Ingediend door admin op

De twee 17-jarige jeugdige verdachten H.K. alias “Boeger” en G.T. alias “Papie”, zijn op woensdag 1 oktober 2025 op een adres in het district Para door de politie opgespoord en aangehouden.

Een benadeelde deed op vrijdag 22 augustus 2025 aangifte ter zake op het politiebureau Livorno. Naar zeggen van de aangever had hij via social media contact gelegd met iemand die een iPhone Pro Max te koop aanbood. Na onderhandelingen kwamen partijen tot een akkoord voor een bepaald geldbedrag in SRD. De koper en de verkoper ontmoetten elkaar op de afgesproken locatie in het ressort Livorno.De koper die te voet

was nam plaats in het voertuig van de verkoper die vergezeld was van een andere manspersoon. Tijdens de transactie bleek het niet om een iPhone Pro Max te gaan, maar om een iPhone Pro. De aangever betaalde voor de iPhone, maar overhandigde het toestel voor controle weer aan de verkoper. Bij die gelegenheid haalde de verkoper een vuistvuurwapen tevoorschijn en dwong de koper uit het voertuig te stappen, waarna de verdachten vervolgens met het geld en de iPhone er vandoor gingen.

De politie stelde direct een onderzoek in, waarbij uit veilig gestelde beeldmateriaal het kentekennummer van het voertuig waarmee de verdachten

zich verplaatste, werd achterhaald. De eigenaar van het voertuig gaf de politie te kennen dat hij het voertuig had verhuurd, waardoor de huurder in het district Para werd opgespoord en aangehouden. Ook zijn kompaan werd in de kraag gevat. Bij een ingsteld onderzoek in de woning werden aangetroffen en in beslag genomen een gasbuks en vijf scherpe 9mm patronen. Ook het toestel dat van diefstal afkomstig bleek te zijn, werd in beslag genomen.

De verdachten zijn voorgeleid en vanwege hun jeugdige leeftijd is het tweetal na overleg met het Openbaar Ministerie hangende het onderzoek ondergebracht in het jeugddetentiecentrum Opa Doelie.