• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Studenten tegen destructief gedrag vervolg van het programma

Ingediend door admin op

Het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur is in 2022 gestart met het programma “Students Against Destructive Decisions (SADD)”. Dit peer2peer educatie-preventieprogramma is door de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) onder toezicht van CICAD aan de verschillende Caribische landen aangeboden. Door tussenkomst van het Uitvoerend Bureau van de Nationale Anti-Drugs Raad (UBN) is het programma in Suriname geïntroduceerd. In Suriname wordt SADD gecoördineerd door de Basic Life Skills Education Unit (BLSE) van het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Het programma wordt jaarlijks uitgevoerd binnen scholen en heeft als doel om het aantal deelnemende scholen geleidelijk uit te breiden.

Om

het programma uit te kunnen voeren is een interne werkgroep samengesteld om het programma te implementeren. De werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de afdelingen Basic Life Skills Education (BLSE), afdeling begeleiding, Centrum voor Nascholing Suriname (CeNaSu) en Inspectie Voortgezet Onderwijs Senioren (IVOS)

Instructiesessie voor scholenOp maandag 15 december is een instructiesessie georganiseerd voor de scholen die zich dit jaar hebben aangesloten om het programma binnen hun school uit te voeren. Tijdens de bijeenkomst zijn de aanwezigen geïnformeerd over de opzet en doelstellingen van het SADD-programma.Versterken van jongeren

Het SADD-programma richt zich op het versterken van schooljeugd, zodat zij bewuste en goed doordachte

keuzes kunnen maken. Door middel van bewustwordingsactiviteiten, het ontwikkelen van persoonlijk leiderschap en het stimuleren van verantwoorde besluitvorming wordt gewerkt aan een gezonde leefstijl. De nadruk ligt daarbij op een drugsvrij leven, mentale stabiliteit en positieve attitudevorming.

De selectie van de deelnemende scholen vindt plaats op basis van een verzoek of specifieke uitdagingen.De werkgroep kijkt zeer tevreden terug op een geslaagde en goed bezochte SADD-instructiebijeenkomst. Zij maakt zich klaar voor de vervolgbijeenkomsten, waarbij er samen met vertegenwoordigers van de geselecteerde scholen gewerkt zal worden aan een planning voor het rekruteren van een groepje jongeren van elke school. Dit groepje zal, ondersteund door een adviseur (zorgcoördinator, decaan, mediatheekmedewerker of gemotiveerde leerkracht), activiteiten organiseren om hun schoolgenoten te versterken en bewust te maken van verschillende zaken die voor hen belangrijk zijn. Er zullen vanuit de werkgroep kennismakings- en oriëntatiebezoeken aan de scholen gebracht worden.

Ruim 70 personen op Albina opgeleid in zelfredzaamheid

Ingediend door admin op

Na negen maanden vaktrainingen te hebben gevolgd in textiele werkvormen, elektro- en huisinstallatie, assistent-kapper, assistent-barber en assistent-constructiewerken hebben 75 cursisten eindelijk hun certificaat in ontvangst mogen nemen. De uitreiking vond plaats op dinsdag 16 december 2025 op de VOJ-school te Albina. De vaktrainingen zijn onderdeel van het project ‘Wroko Fu Mek Moni’ van de Stichting Arbeidsmobilisatie en Ontwikkeling (SAO), een werkarm van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA). Binnen dit project worden personen landelijk in de gelegenheid gesteld een vak te leren, met als doel hen zelfredzaam te maken. De trainingen worden verzorgd door de SAO zelf.

President

Jennifer Simons, die volledig achter het project staat, heeft de eerste resultaten van het project mogen aanschouwen. Zo verschenen de vrouwelijke cursisten in kleding die zij zelf hadden vervaardigd. Daarnaast zijn de poort bij de ingang en een vergaarbak door de cursisten hersteld. Dit laat duidelijk zien dat de vaktrainingen daadwerkelijk resultaat opleveren. Het staatshoofd merkte op dat met de komst van olie en gas het belangrijk is dat het volk leert om bepaalde vaardigheden te ontwikkelen, zodat men diensten kan leveren aan degenen die in de sector zullen werken.

“Ik heb gezegd dat we in deze regeerperiode mensen van armoede

naar welzijn gaan brengen door productie. En het ministerie van VWA en SAO hebben een zeer grote taak om mensen zelfredzaam te maken door hen een vak te leren”, aldus president Simons, die de cursisten aanmoedigde om hun creativiteit in te zetten om hetgeen zij hebben geleerd verder te ontwikkelen en geld te verdienen. Voor degenen die willen ondernemen, zal het staatshoofd de Stichting Productieve Werk Eenheden (SPWE) vragen om op dit stuk een training te verzorgen, zodat zij het op de juiste manier kunnen aanpakken.

Vermeldenswaard is dat de cursisten naast het certificaat ook een starterspakket ontvingen met basisbenodigdheden voor wanneer zij hetgeen ze hebben geleerd, in de praktijk zullen omzetten. VWA-onderminister Raj Jadnanansing moedigde hen aan om ook anderen te motiveren deel te nemen aan het project en een vaktraining te volgen om hun leven te verbeteren. De bewindsman deelde verder mee dat VWA en SAO, Albina en omgeving binnenkort zullen aandoen met bewustwordingsactiviteiten voor de jeugd over de gevaren van drugs- en alcoholgebruik.

Marvin Vyent, districtscommissaris Marowijne Noordoost, meent dat er meer van dit soort mogelijkheden gecreëerd moeten worden voor jongeren, zodat zij een carrière kunnen opbouwen, zowel in het ondernemerschap als in een freelance loopbaan. Hij gaf aan dat Marowijne bekendstaat om zijn potentie in de horeca, maar dat met deze vaktrainingen meer mogelijkheden in de beroepssector worden gecreëerd.

SAO-directeur Joyce Lapar, sprak van een mijlpaal, aangezien het voor sommigen in de groep het eerste certificaat is dat zij ooit hebben ontvangen. Zij bedankte het bedrijfsleven, het Nationaal Leger, het schoolhoofd en vooral de president voor de ondersteuning bij de uitvoering van het project. “Dat u aanwezig bent, geeft aan dat u achter vaktrainingen staat, het nut ervan inziet, het belang van het instituut SAO erkent en vooral de capaciteitsversterking ondersteunt waar wij onderdeel van zijn. Daarvoor zijn wij zeer erkentelijk”, aldus de SAO-directeur.

Positieve vooruitzichten openbaar vervoer na dialoog president en PLO

Ingediend door admin op

Voor het openbaar vervoer zijn positieve vooruitzichten ontstaan na een gesprek tussen voorzitter John Mahadewsing van de Particuliere Lijnbushouders Organisatie (PLO) en president Jennifer Simons. Partijen hebben op woensdag 17 december 2025 op het Kabinet van de President gesproken over de huidige situatie en de toekomst van het openbaar vervoer in het land. De PLO heeft daarbij concrete oplossingsmodellen voorgedragen voor de knelpunten binnen de sector.

Een van de meest belangrijke kwesties betreft het verouderde buspark, waarvoor mogelijke oplossingen zijn besproken. Tevens zijn de tarieven en de achterstanden in de uitbetaling van subsidiegelden nadrukkelijk aan de orde gekomen. President Simons

heeft tijdens het overleg meteen contact opgenomen met het ministerie van Financiën en Planning. De PLO-voorzitter stelt dat dit vertrouwen geeft dat er snel stappen worden gezet.

De verwachting is dat de achterstallige subsidiegelden deze of de komende week zullen worden uitbetaald. Daarnaast zal een commissie worden ingesteld die belast wordt met het uitwerken van een plan voor de verdere ontwikkeling en verbetering van het openbaar vervoer. De PLO-voorzitter benadrukt dat er geen sprake is van actiedreiging. “De samenleving hoeft zich geen zorgen te maken”, aldus Mahadewsing.

Hij spreekt van een dialoog in een positieve en open sfeer en “een constructief en

luchtig overleg, waarin gezamenlijk is nagedacht over mogelijke oplossingen”. “Als ik zo naar de president heb geluisterd, dan is het gesprek zeker positief verlopen.” De PLO-voorzitter leidt hieruit voorzichtig af dat er positieve ontwikkelingen in het vooruitzicht liggen. Hij verwacht dat de gemaakte afspraken op zorgvuldige wijze zullen worden uitgevoerd, in het belang van zowel de bushouders als de samenleving.

Ambassadeur van Finland en minister Abiamofo verkennen samenwerkingsmogelijkheden

Ingediend door admin op

De ambassadeur van Finland, Pertti Ikonen, en minister van Natuurlijke Hulpbronnen (NH), David Abiamofo, hebben overleg gevoerd over mogelijke samenwerking tussen Finland en Suriname op het gebied van energie, water en mijnbouw. Het gesprek vond op 15 december plaats tijdens een werkbezoek van de Finse ambassadeur aan het ministerie van NH. De bewindsman werd bijgestaan door zijn directieleden Valerie Lalji (Energie), Gonda Asadang (Water) en Preciosa Simons (Mijnbouw).

Het werkbezoek tevens kennismakingsbezoek vloeit mede voort uit de interesse van Finland om haar activiteiten in Suriname verder uit te breiden, voortbouwend op ervaringen in buurland Guyana, met een sterke focus op

duurzaamheid, efficiëntie en emissiereductie. Tijdens het gesprek kwamen diverse samenwerkingsmogelijkheden aan bod, waaronder duurzame energieoplossingen, batterijopslag, gasoplossingen en milieubeheer. Daarbij werd ook gesproken over geïntegreerde afval- en waterbeheeroplossingen voor de olie-, gas- en mijnbouwsector.

De minister benadrukte het belang van tijdige investeringen in energiecapaciteit om toekomstige tekorten te voorkomen. Volgens Abiamofo wordt er nu al gekeken naar de groeiende energiebehoefte van Suriname, mede in het licht van economische ontwikkeling en industrialisatie, waarbij uitbreidingsplannen van onder meer de N.V. Energiebedrijven Suriname de nodige aandacht genieten.

Verder schetste de bewindsman de huidige inzet van het ministerie op onder meer de rehabilitatie van voormalige bauxietmijngebieden

en de herstructurering van de kleinschalige goudwinning, onder andere via het GEFGold- en EMSAGS-project. Ook werd gewezen op kansen voor gezamenlijke verkenning van nieuwe mineralen, zoals zeldzame aardmetalen.

Minister Abiamofo gaf aan grote waarde te hechten aan een verdere verdieping van de samenwerking met Finland en relevante partners. In samenspraak met de Finse ambassade en betrokken stakeholders zullen de besproken mogelijkheden verder worden uitgewerkt.

Bee over jaarafsluiting: ‘het is niet fout om te dansen toch?’

Ingediend door admin op

Voor de ministersraadvergadering van afgelopen week, heeft minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken (Biza) aan journalisten gezegd dat het budget van SRD 500.000,- voor de jaarafsluiting van het ministerie, zal worden besteed aan een personeelsfeest. Dit zorgde voor gemengde reacties vanuit de samenleving; met name de manier waarop hij dat onderbouwde: “die 500.000 is het voor het ministerie… dus kow dansi en prisiri. Want in 2026 gaan we harder werken”.

Bij het persmoment voor de raadsvergadering deze week, reageerde de bewindsman wederom op een vraag over de kritiek. ‘En als hier een besluit is genomen van luister…er is een bepaald

bedrag beschikbaar gesteld om het jaar af te sluiten, en wij hebben ervoor gekozen om een feest te bouwen voor niet meer dan die 500.000, dan weet ik niet wat fout eraan is’, aldus Bee.

Er wordt volgens hem een bepaalde sfeer gecreëerd in Suriname rond de maand december. Vandaar dat de keuze is gevallen op deze manier van de jaarafsluiting. Er zijn daarnaast verschillende modellen besproken.

‘Ik ben heel eerlijk wat dat betreft, ik ga niet komen doen alsof. Het besluit is in gemeen overleg genomen en dat gaan we doen. En het is niet fout om te dansen, toch’?,

klonk het.

Wereldbank ondersteunt Suriname bij overzicht staatsfinanciën

Ingediend door admin op

Suriname is in oktober 2024 toegetreden tot het programma van de Wereldbank, de International Development Association (IDA). Dit programma biedt leningen en subsidies voor projecten op onder andere het gebied van klimaatadaptatie, economische diversificatie en gemeenschapsontwikkeling.

Binnen het IDA-programma zijn zogenoemde Performance Policy Actions (PPA’s) vastgesteld. Deze acties moeten jaarlijks worden uitgevoerd om in aanmerking te blijven komen voor financiering.

Een van deze PPA’s betreft het opstellen van kredietrisico-rapportages over staatsinstellingen, parastatalen en andere relevante instellingen. Deze taak ligt bij het Bureau voor de Staatsschuld (SDMO), in samenwerking met het ministerie van Financiën en Planning (MOFP), specifiek de State-Owned Enterprises (SOE)

Unit.

In dit kader was van 8 tot en met 12 november 2025 een missie van de Wereldbank in Suriname. De missie ondersteunde het SDMO en de MOFP-SOE Unit bij het opstellen van rapportages over financiële en bedrijfsrisico’s van staatsinstellingen en parastatalen.

De kredietrisico-rapportages zullen voortaan jaarlijks worden opgesteld. Na goedkeuring door de Administrateur-Generaal worden deze gepubliceerd op de website van het SDMO.

REGERING BUIGT ZICH OVER HARDE AANPAK GOUDWINNING EN BESCHERMDE GEBIEDEN

Ingediend door admin op

De aanhoudende problemen in de goudsector en in beschermde natuurgebieden dwingen de overheid tot bezinning op haar handhavingsstrategie.

Waar jarenlang de nadruk lag op incidentele controles en tijdelijke acties, groeit binnen de regering nu wel het besef dat een fundamenteel andere benadering noodzakelijk is om het gezag van de staat te herstellen en kwetsbare gebieden effectief te beschermen. President Geerlings-Simons is hierover duidelijk.

Zij stelt dat de illegale activiteiten niet los van elkaar staan, maar het resultaat zijn van diepgewortelde structuren die al decennia bestaan. Volgens haar bieden juist de natuurreservaten aanknopingspunten om verbeteringen door te voeren, mits er snel duidelijke keuzes

worden gemaakt. In dat kader zal op korte termijn overleg plaatsvinden met alle relevante actoren om maatregelen vast te stellen die direct uitvoerbaar zijn, terwijl parallel wordt gewerkt aan een bredere langetermijnvisie.

De president wees erop dat de overheid te maken heeft met personen en netwerken die bewust buiten de wet opereren. Dit zet niet alleen de handhaving onder druk, maar bemoeilijkt ook de beleidsvorming, doordat belangen en invloeden niet altijd zichtbaar zijn.

Minister van Natuurlijke Hulpbronnen David Abiamofo plaatste recent uitgevoerde acties in het Brownsberg Natuurpark in een bredere kader. De controles die de afgelopen weken samen met de politie van

Brownsberg zijn uitgevoerd, leidden tot de inbeslagname van illegale apparatuur en moesten vooral duidelijk maken dat de overheid haar verantwoordelijkheid niet uit de weg gaat. Tegelijkertijd erkende de minister dat deze interventies slechts een begin zijn.

Volgens Abiamofo ligt de sleutel in continuïteit en samenwerking. De plannen voor een permanente aanwezigheid in het natuurpark, in overleg met Stinasu als beheerder, moeten voorkomen dat illegale activiteiten telkens terugkeren zodra de controles afnemen. Daarnaast wordt intensief overleg gevoerd met justitie, politie en defensie om te komen tot een gecoördineerde aanpak.

UNITEDNEWS

 

RAMDIN HEKELT INTREKKING DIPLOMATIEK PASPOORT JESSURUN | ‘VOORBARIG EN INHUMAAN’

Ingediend door admin op

Foto: OAS-secretaris-generaal en voormalig minister van Buitenlandse Zaken Albert Ramdin, samen met voormalig president-commissaris van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM) Xaviera Jessurun.

Voormalig minister van Buitenlandse Zaken Albert Ramdin heeft felle kritiek geuit op de wijze waarop de regering omgaat met de Surinaamse staatsburger Xaviera Jessurun.

Volgens hem is niet alleen de behandeling van haar zaak problematisch, maar roept ook het lopende strafproces ernstige vragen op. De beslissing van minister Melvin Bouva om het diplomatieke paspoort van Jessurun in te trekken, terwijl zij juridisch nog slechts de status van verdachte heeft, noemt Ramdin “voorbarig” en “inhumaan”. In zijn ogen is de

maatregel vooral bedoeld om haar reputatie te beschadigen.

In een interview stelt Ramdin dat in eerdere regeringsperiodes diplomatieke paspoorten zijn verstrekt aan personen die eveneens verdachte waren in strafzaken, en zelfs aan mensen die al veroordeeld waren. “En nu is men ineens zo principieel. Dit riekt naar rancune. Het is een gepolitiseerd proces”, aldus Ramdin, die momenteel secretaris-generaal is van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Hij nam Jessurun eerder dit jaar, na zijn aantreden bij de OAS, aan als adviseur.

Jessurun, voormalig president-commissaris van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM), wordt samen met oud-directeur Paul de Haan en juridisch adviseur Prenobe Bissesur

door het Openbaar Ministerie verdacht van witwassen, overtreding van de Vuurwapenwet en valsheid in geschrifte. Tijdens een pro-formazitting op 5 december waren de verdachten niet aanwezig. Via haar advocaat heeft Jessurun bezwaar aangetekend tegen haar dagvaarding.

Ramdin noemt het onbegrijpelijk dat het OM haar als verdachte aanmerkt. Volgens hem draagt Jessurun geen verantwoordelijkheid voor de besluiten die tijdens haar periode bij de SLM zijn genomen.

Dit zou ook tijdens het gerechtelijk vooronderzoek duidelijk zijn gemaakt aan de rechter-commissaris. Ramdin werd in dat kader tweemaal gehoord: eenmaal samen met de andere clusterministers die verantwoordelijk waren voor het SLM-beleid en eenmaal afzonderlijk als voorzitter van dat cluster. “Wij als clusterteam van ministers hebben de besluiten genomen. Na goedkeuring door de regering zijn die als instructies doorgegeven aan het crisismanagementteam bij de SLM. Jessurun heeft in haar hoedanigheid van president-commissaris geen eigen besluiten genomen,” benadrukt hij.

De ex-minister weerspreekt bovendien uitspraken van minister Bouva. Zo ontkent hij dat hij al sinds februari op de hoogte zou zijn geweest van Jessuruns verdachtenstatus. “Ik wist dat niet tot kort voor haar vertrek,” stelt Ramdin. Ook bestrijdt hij berichten dat de procureur-generaal president Santokhi zou hebben verzocht maatregelen te nemen om te voorkomen dat Jessurun het land zou verlaten. Volgens Ramdin heeft de pg de president enkel geïnformeerd over haar status als verdachte, zonder te spreken over verdere acties.

Verder benadrukt Ramdin dat Jessurun voor haar werkzaamheden bij de OAS geen diplomatiek paspoort nodig heeft. Het verstrekken ervan noemt hij een gebruikelijke vorm van beleefdheid aan Surinamers die door internationale organisaties worden aangetrokken. Geruchten over een andere nationaliteit van Jessurun doet hij af als onjuist: zij bezit volgens hem uitsluitend de Surinaamse nationaliteit.

Ramdin betreurt het dat Jessurun in het publieke debat en in de media feitelijk al lijkt te zijn veroordeeld. Dat zij haar professionele loopbaan voortzet, noemt hij vanzelfsprekend. Hij zegt haar te blijven steunen zolang er geen rechterlijke uitspraak is. “Pas bij een voor haar ongunstige uitspraak zal ik handelen. Tot die tijd ga ik geen voorbarige acties ondernemen.”

Volgens de OAS-topman brengen dergelijke voorbarige maatregelen schade toe aan zowel de betrokkene als aan Suriname. Hij benadrukt het beginsel van onschuldpresumptie: iemand is onschuldig totdat schuld door een onafhankelijke rechter is vastgesteld. “Die verdachtenstatus betekent op zichzelf niets. Het OM heeft niet concreet aangegeven wie wat heeft gedaan. Daarom wacht ik het verdere verloop van het onderzoek af,” aldus Ramdin. Tot nu toe heeft de zaak volgens hem geen invloed gehad op Jessuruns functioneren binnen de OAS en hebben lidstaten daarover geen vragen gesteld.

UNITEDNEWS

GERELATEEERD AAN | DIPLOMATIEKE EN JURIDISCHE STRIJD ROND XAVIERA JESSURUN BEREIKT KOOKPUNT

Zwaaien met mes bij familieruzie eindigt in verwondingen: 16-jarige zus aangehouden

Ingediend door admin op

De politie in Suriname heeft dinsdag de 16-jarige Condereshia M. aangehouden en in verzekering gesteld in verband met een steekincident waarbij haar broer gewond raakte. Het incident deed zich voor op maandag 15 december aan de Leliendaalweg in Suriname.

De politie kreeg die dag via het Command Center een melding van een persoon met een steekverwonding. Ter plaatse troffen agenten een man aan met een snijwond aan zijn linker bovenarm. Het slachtoffer verklaarde dat hij kort daarvoor in een woordenwisseling was geraakt met zijn jongere zus, die uitmondde in een vechtpartij.

(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});

Volgens de verklaring van D.M. bevond hij zich thuis toen zijn jongere broer J.M. na school thuiskwam en boos begon te schreeuwen omdat iemand zonder zijn toestemming aan zijn spullen zou hebben gezeten. Tussen de twee ontstond een woordenwisseling die escaleerde, waarbij J.M. een fles wasverzachter naar hem gooide. Vervolgens rende J.M. het huis uit, waarna D.M. hem achterna ging.

Op dat moment kwam ook de jongere zus, Condereshia, van school thuis. Zij zou zich met de situatie hebben bemoeid en haar broer hebben geconfronteerd. Volgens het slachtoffer pakte zij een keukenmes en stak dit aan haar

broek, waarna zij hem uitschold en bedreigde. Er ontstond opnieuw een woordenwisseling. Omdat zij volgens D.M. in het verleden de neiging had gehad hem te verwonden, nam hij naar eigen zeggen een voorwerp ter zelfbescherming.

Tijdens de confrontatie zwaaide Condereshia met het mes in zijn richting. D.M. sloeg haar daarop met het voorwerp dat hij vasthad. Daarbij raakte het mes hem aan zijn linker bovenarm, waardoor hij een snijwond opliep. Het voorwerp waarmee hij sloeg, raakte zijn zus in het gezicht, met als gevolg een barstwond aan de voorzijde van haar hoofd.

D.M. gaf aan pijn te hebben en nog steeds hinder te ondervinden van de verwonding, maar verklaarde geen strafrechtelijke vervolging tegen zijn jongere zus te willen instellen. Op zijn naam werd een geneeskundige verklaring uitgeschreven, waarna hij zich op eigen gelegenheid begaf naar de Spoedeisende Hulp van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo.

Nog vóór aankomst van de politie was Condereshia eveneens op eigen gelegenheid naar de Spoedeisende Hulp van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo gebracht. Daar troffen agenten haar aan met een barstwond aan het hoofd. Zij gaf aan wegens hevige pijn niet in staat te zijn een verklaring af te leggen. Ook voor haar werd een geneeskundige verklaring uitgeschreven.

Na afstemming met het Surinaamse Openbaar Ministerie is de 16-jarige Condereshia M. in verzekering gesteld.