• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

“Weer een andere hoofdpijn als ik aan nieuwe ABO-inschrijving denk”

Ingediend door admin op

Het lijkt erop dat de inschrijvingsprocedure voor de AVO (Algemene Voltooiing Onderwijs) in Suriname momenteel voor uitdagingen zorgt voor ouders die hun kinderen willen inschrijven. Ondanks de geruststellende berichten van minister Henry Ori van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, dat er geen paniek hoeft te zijn, geven sommige ouders aan dat ze nog steeds tegen obstakels aanlopen bij het inschrijven van hun kinderen.

Rosie deelt haar ervaring aan een van de verslaggeefsters van Dagblad Suriname: “Wij wonen aan de Isserdeistraat, een omgeving die rijk is aan scholen. Het is wel te merken door de jaren heen, dat het bij nieuwe inschrijvingen van

leerlingen stroef gaat. We zijn naar drie AVO scholen gegaan vanmorgen en tot onze pech zijn de scholen gesloten. Het is dus maandag. Ik had bij een van de scholen die wel open was gevraagd of ik de naam van mijn zoon alvast mocht doorgeven. Helaas kon het niet en mij werd gezegd om de berichten te volgen via het ministerie.”

“Sinds het nieuwe onderwijssysteem, merk ik dat het erger wordt. Weinig of geen communicatie als feedback terug. Waar staan wij nu wat betreft het onderwijs? Natuurlijk houd ik rekening met de berichten vanuit het Onderwijs-ministerie, maar in dit geval kan

er wel een uitzondering gemaakt worden, omdat mijn zoon niet ver van school is. Ik kan geen onnodige uitgaven doen, zoals geld voor de bus.”

De ontevreden ouders hebben waarschijnlijk te maken met een gebrek aan informatie, beperkte communicatie of misschien zelfs onduidelijkheid over de criteria die worden gehanteerd voor toelating tot bepaalde scholen. Dit kan frustrerend zijn, vooral voor ouders die dicht bij de school wonen en verwachten dat hun kinderen eenvoudig kunnen worden ingeschreven.

De aangekondigde maatregelen, zoals de registratie in oktober voor leerlingen zonder plek, bieden wellicht enige hoop. Het is goed dat het ministerie van Onderwijs rekening houdt met de woonplaats van de leerling, omdat dit kan helpen om een meer eerlijke verdeling van beschikbare plaatsen te garanderen.

CS

Sibibusi is tegen geen enkele regering

Ingediend door admin op

Naar aanleiding van het ingezonden artikel welke via uw medium is verschenen met als kop Sibibusi Beweging 2.0 in de maak? hebben wij de behoefte om te reageren. In het artikel wordt aangegeven dat de Sibibusi Beweging opgericht is om een krachtig statement te maken tegen de toenmalige regering. Het gestelde is evenwel niet correct. De Sibibusi Beweging tot Herstel

en Eenheid is opgericht nadat enkele christelijke leiders op uitnodiging van ondergetekende bij mekaar zijn gekomen om na te gaan hoe zij een positieve bijdrage konden leveren aan de ontwikkeling van het land. 

Gekozen is om een verbindende factor te zijn en daarom zeker niet als een organisatie tegen welke regering of politieke partij. Vanuit de gedachte van verbinding is Sibibusi ook een organisatie waar alle christelijke denominaties in samenwerken. Sibibusi kon ook niet tegen een regering of politieke partij zijn omdat in haar 33 leden bestaande adviesraad van academici en andere vooraanstaande burgers enkele ook lid waren van een politieke

partij maar vanuit de christelijke normen en waarden ook via Sibibusi een bijdrage wilden leveren ter opbouw van ons land. Daarnaast was er een college van aanbeveling bestaande uit Mgr. Aloysius Zichem, Bisschop Emile Ritfeld, Preases Benny Mac Nack en Zr. Esselien Polanen die zich zeker niet achter een dergelijk doel zouden stellen doch zich evenwel konden terugvinden in de verheven doelen van de beweging.

Sibibusi heeft behalve verbindend opgetreden ook wekelijks haar inzichten gedeeld met betrekking tot verschillende maatschappelijke onderwerpen. Sibibusi heeft verder acties ondernomen door onder andere bij te dragen aan armoedebestrijding en de samenleving aan te sporen om bijvoorbeeld zelf ook te helpen wateroverlast te voorkomen dus zelfwerkzaamheid.

Tot slot is het goed om hierbij te vermelden dat de roep om de Sibibusi Beweging te heractiveren al geruime tijd gehoord wordt, dus wie weet komt er inderdaad Sibibusi 2.0.

SIBIBUSI BEWEGING tot Herstel en EenheidDirk HeaveVoorzitterBijgaand een korte historie van de Sibibusi Beweging.

Surinaamse President woont inauguratie president Abinader bij op Dominicaanse Republiek

Ingediend door admin op

President Chandrikapersad Santokhi van Suriname en zijn echtgenote waren gisteren aanwezig bij de inauguratieceremonie van president Luis Abinader van de Dominicaanse Republiek, die plaatsvond op 16 augustus in de Eduardo Brito-zaal van het Nationaal Theater in Santo Domingo

Tijdens deze ceremonie werd Abinader, samen met vicepresident Raquel Peña, ingezworen voor zijn tweede ambtstermijn, die loopt tot 2028.

De festiviteiten begonnen in het Centro de los Héroes, waar de leden van het Nationaal Congres werden geïnstalleerd voor de periode 2024-2028. In zijn toespraak prees Ricardo de los Santos Polanco, president van de Senaat, het leiderschap van president Abinader, vooral in moeilijke tijden.

Naast

de inauguratie markeerde de dag ook de 161ste verjaardag van de restauratie van de Dominicaanse Republiek. De president beloofde de onafhankelijkheid en soevereiniteit van het land te beschermen en sprak over de voortzetting van zijn inspanningen voor de ontwikkeling en stabiliteit van de natie. Hij benadrukte het belang van democratie, nationale eenheid en burgerlijke betrokkenheid.

President Abinader ging verder in op de economische prestaties van zijn regering en de noodzaak om deze groei te benutten voor sociale verbeteringen. Hij legde ook de nadruk op transparantie, corruptiebestrijding en de versterking van sociale programma’s.

Na de inauguratie werden president Santokhi en andere internationale hoogwaardigheidsbekleders

ontvangen in het presidentieel paleis, gevolgd door een Te Deum-mis in de kathedraal van Santo Domingo en een galareceptie ter ere van de internationale gasten.

Weetje van de dag – Vandaag in 1978: Ballon steekt de Atlantische Oceaan over

Ingediend door admin op

De Double Eagle II voltooide op 17 augustus 1978 de eerste transatlantische ballonvlucht toen hij landde in een gerstveld nabij Parijs, 137 uur na de lancering van Presque Isle, Maine (VS).

De met helium gevulde ballon werd bestuurd door Ben Abruzzo, Maxie Anderson en Larry Newman en vloog 3.233 mijl in de zesdaagse odyssee.

De eerste menselijke vlucht werd werkelijkheid in het begin van de jaren 1780 met de succesvolle ontwikkeling van de heteluchtballon door de Franse papiermakersbroers Joseph en Etienne Montgolfier. Al snel werden ballonnen gevuld met lichter dan luchtgas, zoals helium of waterstof, om drijfvermogen te bieden.

Een

vroege prestatie van ballonvaren kwam in 1785 toen de Fransman Jean-Pierre Blanchard en de Amerikaan John Jeffries de eersten waren die het Engelse Kanaal overstaken per ballon.

Vicepresident Brunswijk: “Veel van mijn besluiten worden teruggedraaid”

Ingediend door admin op

“De Grondwet zegt dat elk besluit dat de vicepresident neemt, kan worden teruggedraaid door de president van het land. En dat gebeurt veel,” zo heeft vicepresident Ronnie Brunswijk, tevens ABOP voorzitter, zich beklaagd over de samenwerking binnen de coalitie.

Brunswijk doelde op het uitblijven van projecten in het binnenland en naar zijn zeggen stiefmoederlijke behandeling van delen van het land.  “Als ik zaken aanhaal en opmerkingen plaats, wordt ik niet serieus genomen”, zo sprak Brunswijk bij het Kabinet van de Vicepresident afgelopen week. 

Brunswijk stelt dat hij nu wacht op het einde van deze regeertermijn, want veel gebeurt er niet. De

middelen ontbreken. Volgens hem is de wekelijkse Raad van Ministers uitgehold door de president, die gebruikelijk, direct na de vergadering, een regeringsraad vergadering houdt op zijn eigen Kabient. “Daar worden de besluiten teruggedraaid door president Santokhi”, meent de tweede man. 

Momenteel neemt Brunswijk waar als waarnemend president voor Santokhi, die uitlandig is. Dit komt op een moment terwijl zowel de ABOP van Brunswijk als de VHP van president Santokhi zich opmaken voor de verkiezingen van 2025. Beide partijen staan steeds vaker haaks tegen over elkaar qua beleid.

Vissers kampen met lage opkoopprijzen vanwege dalende exporten 

Ingediend door admin op

Voortbestaan vissers en de visvrwerkingsbedrijven wordt ernstig bedreigd

Beleidsmaatregelen genomen door de overheid in het kader van het IMF-economisch herstelprogramma zijn fnuikend voor de visserijsector. Onder andere de BTW-maatregelen en de tariefsverhogingen van stroom en water werken door in de kostprijs van vis en visprodukten. Door de verhoogde kosten is de export van vis en visprodukten sinds begin dit jaar met minimaal 30 procent gedaald.

Visexportbedrijven kunnen met veel moeite hun produkten op de internationale markt kwijt. Hun vriesfaciliteiten zitten vol met visexportproducten. Deze situatie heeft als gevolg dat er ook veel minder vis kan worden opgekocht van vissers. De opkoopprijs

van vis is hierdoor drastisch gedaald. De opbrengsten van vissers voor hun visvangst wegen steeds minder op tegen de verhoogde kosten om uit te varen.

Lage visopkoopprijzen

Willem Mohamedhoesein, voorzitter van het Visserscollectief Paramaribo en Commewijne, zegt dat vissers zeer moeilijke tijden doormaken. De opkoopprijs van de bang-bang vis is in de recente maanden van SRD 220 per kilogram gedaald naar SRD 95. De opkoopprijs van de kandratiki vis is van SRD 160 per kilogram gedaald naar SRD 90. Deze twee vissoorten worden voornamelijk geëxporteerd. Andere bekende exportvissen zijn de botervis en de tango. Ook de opkooprijzen van deze twee vissoorten zijn

drastisch gedaald.

Vissers kampen aan de andere kant met verhoogde expeditiekosten. Daaronder vallen brandstofkosten, de kosten van levensmiddelen, ijs en visgerei. Meestal blijft men 15 tot 17 dagen op zee om vis te vangen. Om te kunnen uitvaren voor de visvangst is er een minimale investering van gemiddeld SRD 110.000 nodig. Bij terugkomst moeten uit de opbrengsten van de visvangst ook nog de arbeiders worden betaald. Door de lage visopkoopprijs is het steeds passen en meten om uit de kosten te kunnen komen en nog een beetje winst te maken. “Dan moet je duimen dat je niet plots te maken krijgt met kosten voor dringende reparatie aan de boot of de machines”, aldus Mohamedhoersein. 

Vissers krijgen ook heel vaak te maken met situaties waarbij de visopkoper pas na drie dagen komt betalen voor de opgekochte visvangst. Dat levert problemen op omdat de arbeiders uitbetaald moeten worden.

Op zee kampen vissers met het probleem van illegale vissers. Die houden zich noch aan God noch aan gebod. Ze zetten hun netten uit waar het ze uitkomt. Hierdoor lopen ze de Surinaamse vissersboten voor de voeten, waardoor die niet vrij kunnen werken.

De visvangst is in de afgelopen periode ook minder geworden. Vissers moeten nu langer op zee blijven om voldoende vangst binnen te halen om tenminste de expeditiekosten en arbeiderskosten te kunnen dekken. Voorheen was daarvoor een vangst van tussen de 500 tot 600 kilogram voldoende. Nu moet zeker een vangst van circa 1.100 kilogram worden gehaald. Vissers moeten nu zich meer inspannen om tenminste uit de kosten te komen. 

Export stagneert

Udo Karg van de Surinamse Seafood Association (SSA) zegt dat de huidige situatie in de visserijsector het gevolg is van niet genoeg doordachte beleidsmaatregelen van de overheid. Hoe kunnen er maatregelen worden doorgevoerd die nadelig zijn voor de exportproductie sector. De kosten voor water en stroom zijn met de tariefsverhogingen met bijna 500 procent omhoog gegaan. Ook de BTW maatregelen hebben de productiekosten van de visverwerkings- en exportbedrijven aanzienlijk omhoog doen gaan. Met deze verhoogde productiekosten van vis- en visproducten heeft Suriname feitelijk zichzelf uit de markt gedrukt. Daar komt nog bovenop dat er geconcurreerd moet worden tegen vis- en visprodukten uit China. De Chinese prijzen liggen lager vanwege de subsidies van overheidswege.

Karg zegt de situatie van de vissers te kunnen begrijpen. Het zijn de vissers die het meest gedupeerd worden door de ontstane situatie in de sector. De visverwerking- en exportbedrijven zitten momenteel met vriesfaciliteiten die stampvol zijn. Producten wachten om voor export verscheept te worden. De producten hebben een bepaalde houdbaarheid. Om nog grotere verliezen te voorkomen komt het voor dat de producten beneden de kostprijs moeten worden geëxporteerd. Als dat te vaak moet gebeuren wordt gevreesd dat de bedrijven het niet lang zullen kunnen volhouden.

Voor wat de visopkoop betreft zegt Karg, dat er niet meer kan worden opgekocht dan nodig is ter verwerking en export. De Suriname Seafood Associatie heeft president Santokhi over deze situatie in de visserijsector aangeschreven, maar nog geen reactie vernomen. Het voortbestaan van vissers en de visvrwerkingsbedrijven wordt ernstig bedreigd.

Gebrek aan jeugdopvang en begeleiding voor onhandelbare jeugdigen in Nickerie 

Ingediend door admin op

De puberfase kan voor zowel jongeren als hun ouders een uitdagende periode zijn. Helaas ontbreekt het in het district Nickerie aan de nodige opvang en begeleiding voor deze jeugdigen. Grootmoeder W. M., een bezorgde inwoonster van het district, uit haar ernstige zorgen over de aanpak van onhandelbare jongeren, die volgens haar nagenoeg ontbreekt.

“Ouders die handen vol hebben aan onhandelbare kinderen worden aan hun lot overgelaten”

In het verleden waren er in Nickerie vertegenwoordigers van jeugdcentra, zoals Opa Doeli, aanwezig om jongeren die extra begeleiding nodig hadden op te vangen en waar nodig te begeleiden. Deze centra speelden een cruciale rol in

het omgaan met onhandelbare jongeren, die vaak meer aandacht en zorg nodig hebben om op het rechte pad te blijven.

Tegenwoordig is deze steun echter bijna volledig weggevallen, aldus grootmoeder W. “Ouders die hun handen vol hebben aan onhandelbare kinderen worden nu aan hun lot overgelaten”, vertelt ze in een gesprek met de redactie. “Vroeger konden we rekenen op de steun van gespecialiseerde instanties, maar nu moeten we het zelf maar zien uit te vinden.”

Het gebrek aan gespecialiseerde jeugdopvang en begeleiding in Nickerie heeft geleid tot een groeiend probleem binnen de gemeenschap. Jongeren die in de puberfase gedragsproblemen vertonen, hebben dringend

behoefte aan de juiste begeleiding en steun. Zonder de aanwezigheid van jeugdcentra zoals Opa Doeli, blijven veel ouders en grootouders achter met een gevoel van machteloosheid. 

Grootmoeder W. maakt zich vooral zorgen over de gevolgen voor de toekomst van deze jongeren. “Als ze nu geen hulp krijgen, hoe zal het dan later met hen gaan? We willen niet dat onze kinderen en kleinkinderen opgroeien zonder de nodige begeleiding.”

Grootmoeder W. roept in haar noodkreet de verantwoordelijke instanties op om dringend aandacht te besteden aan het gebrek aan opvang en begeleiding voor onhandelbare jeugdigen in Nickerie. “We hebben dringend hulp nodig. Deze jongeren zijn de toekomst van ons district, en we kunnen het ons niet veroorloven om ze aan hun lot over te laten.”

Inmiddels is overigens deze week het Jeugd Doorgangscentrum Nickerie geopend (zie foto). Het is het resultaat van een samenwerking tussen het Openbaar Ministerie en UNICEF, die zich inzetten voor de ontwikkeling en bescherming van het kind. Het Jeugd Doorgangscentrum is opgezet om jongeren van 12 tot 18 jaar, die in conflict komen met de wet, of die om andere redenen extra ondersteuning nodig hebben, de nodige begeleiding te bieden in een kindvriendelijke omgeving.

IMF’s onbeholpen uitleg over subsidies voor rijken 

Ingediend door admin op

In een ontstellende vertoning van economische logica, heeft de IMF-missie onder leiding van Anastacia Guscina weer eens bewezen dat zelfs de hoogste instanties er soms totaal naast kunnen zitten. 

Guscina verklaarde dat rijken geen subsidie voor stroom nodig hebben, en baseerde dit inzicht op een hoogst wetenschappelijk voorbeeld: een collega die kennelijk meer verdient dan hij nodig heeft.

Blijkbaar is het streven naar een beter leven, of erger nog, rijkdom, nu een zonde. 

Guscina’s opmerkingen scheppen een sfeer van haat en afgunst tegen degenen die werken en succesvol zijn. Rijken zijn echter cruciaal voor de economie; zij investeren, creëren werkgelegenheid en stimuleren innovatie.

Hun uitgaven en belastingbetalingen ondersteunen talloze sectoren en publieke diensten.

Waarom zouden deze mensen worden uitgesloten van subsidies terwijl hun bijdragen terugvloeien naar de samenleving? 

Het is moeilijk voor te stellen dat Guscina dezelfde argumenten in de Verenigde Staten zou gebruiken, een land dat trots is op zijn groei en streeft naar meer rijkdom.

Het is zelfs meer dan opmerkelijk dat onze zogenaamd deskundige adviseurs deze opvattingen zonder kritische reflectie overnemen. Een maatschappij zonder rijken is een mislukte maatschappij en riskeert te vervallen in een pariastaat. Misschien is dat wel waar men uiteindelijk naar streeft.

Michael B.

IMF-watcher

Elektrische auto in context

Ingediend door admin op

Met de olie en gasplannen van Suriname gaat het land in een groen dilemma komen te zitten. Suriname wil olie exploiteren, maar het land is ook gebonden aan de internationale klimaatakkoorden. Nu worden er al elektrische auto’s in Suriname verkocht en vond Staatsolie het nodig om zich daarover uit te laten. 

Staatsolie was ooit op het pad van de ontwikkeling van groene energie uit biobrandstof. Dat pad is verlaten waarbij er zelfs aanplanten waren gedaan. Staatsolie is nu wel betrokken bij de EBS als de dure leverancier van brandstof, wat op zich een vervuilende activiteit is. 

Suriname is een carbon negatief land,

een van de enige 3 in de wereld. Verder zouden wij in de top 3 zitten van de landen met de hoogste bosbedekking procentueel bekeken qua landoppervlakte. Er zijn wel landen met meer hectare bos, maar Suriname heeft een van de hoogste oppervlakken qua bosbedekking. De Surinaamse president heeft al op een klimaattop aangegeven, dat hij het oneerlijk vindt dat wij als onderontwikkeld land met zware schulden onze rijkdommen die laat zijn ontdekt niet kunnen exploiteren, terwijl wij grote achterstanden hebben. Bijna heeft de Surinaamse regering om de recente klimaattop om toestemming gevraagd om buiten de klimaatakkoorden om de aardolie
en het gas uit de bodem te halen en bij te dragen aan de klimaatvervuiling. 

We zien ook dat de final investment decision uitblijft en dat er twijfels zijn of Suriname de olie in zee wel gaat kunnen exploiteren, misschien wel. Wie daarvan het profijt zal hebben is ook een vraag. De predicties zijn dat Suriname niet eens de schulden met de olieinkomsten zal kunnen betalen. 

Verder vernamen we dat Staatsolie als aandeelhouder in de olie exploratie de middelen al heeft (miljarden SRD) om bij te dragen aan de investeringen. Het volledige verhaal van de olie-industrie is niet geheel bekend, omdat zich een olie-elite in Suriname heeft ontwikkeld die gecorrumpeerd is. Men blijkt niet uit in transparantie, de gepolitiseerde elite. Die politisering is meer onder deze regering dan de vorige. Suriname zal in elke geval over moeten gaan naar de groene energie en jaarlijks zal het land rapportages moeten doen over klimaatvorderingen. 

Transport blijkt in de wereld een van de meest vervuilende sectoren te zijn. Dat geldt voor zowel het personenverkeer, de treinen, het goederenverkeer over land en de vliegtuigen. De besnoeiingen in de luchtvaartsector halen vaak het nieuws. Maar, ook de auto’s vervuilen veel vanuit de openbare wegen. 

De regeringen kunnen een voorbeeld geven door alvast de vele overheidsovertuigen gefaseerd te vervangen met elektrische auto’s. Maar dan zal de regering ook moeten investeren, samen met bedrijven, maar groene oplaadpunten. 

Een elektrische auto is een auto die wordt aangedreven met een elektromotor. Deze auto wordt soms ook wel stekkerauto genoemd. De energie wordt geleverd door een tractiebatterij of een brandstofcel. Eind negentiende – begin twintigste eeuw, toen de ontwikkeling van de auto nog in de kinderschoenen stond, was de elektrische auto een serieuze concurrent van de stoomauto en de auto met een benzinemotor. Deze laatste zou het echter winnen, waarna de elektrische auto een nicheproduct werd. De elektrische auto is sinds 2010 sterk in opkomst en zal mogelijk de andere soorten verdringen. Het aantal elektrische auto’s (inclusief hybride auto’s) bedroeg wereldwijd in 2019 5,6 miljoen.

De milieu-effecten van de elektrische auto tijdens de gehele levenscyclus kunnen worden opgedeeld in drie fases: de productie van de auto (inclusief productie van de aandrijfbatterij), het rijden (inclusief de elektriciteitsproductie die nodig is om de aandrijfbatterij op te laden) en het recycleren van auto en aandrijfbatterij.

Elektrische wagens veroorzaken tijdens het rijden geen uitstoot van koolstofdioxide (CO2) en stikstofoxide (NOx). Door slijtage van de remmen en banden komen fijnstofdeeltjes vrij, maar door regeneratief remmen vindt er minder slijtage aan de remblokjes plaats; hoewel er door het soms hogere gewicht van een elektrische auto meer slijtage van de banden en het wegdek plaatsvindt ten opzichte van een gemiddelde auto met verbrandingsmotor. Hoe groot het lokale effect hiervan is ten opzichte van een benzineauto is nog niet goed onderzocht.

Tijdens het rijden verbruikt de auto elektrische energie. Wanneer de auto wordt opgeladen bij een oplaadpunt waarvan de elektriciteit afkomstig is van zonnepanelen of een groene stroomleverancier, dan rijdt hij op duurzaam geproduceerde elektriciteit. De snellaadstations van Fastned leveren 100% groene stroom van zon en wind. De energiebron van andere laadpalen is moeilijker vast te stellen. Volgens TNO in Nederland, die de gehele cyclus van bron tot verbruik met alle ins en outs heeft uitgerekend, produceert een elektrische auto beduidend minder CO2 dan een conventionele auto. Bij de elektriciteitsmix van 2014 stoot een volledig elektrische auto zo’n 35% minder CO2 uit dan een conventionele auto. Dit kan verbeteren als het percentage duurzame elektriciteit omhoog gaat en de efficiëntie van de auto’s verder stijgt.

De milieubelasting die optreedt bij de productie en afschrijving van elektrische auto’s, exclusief de aandrijfbatterij, is gelijk aan of kleiner dan die bij traditionele auto’s. Elektrische auto’s hebben echter zwaardere aandrijfbatterijen. De milieubelasting van productie en afschrijving hangt af van het type aandrijfbatterij.  Een ander, zowel ecologisch als ethisch, pijnpunt is de ontginning van met name kobalt, veelal in Congo, dat nodig is voor de productie van batterijen. Deze mijnbouw is niet alleen ecologisch twijfelachtig, maar impliceert vaak ook kinderarbeid. In 2018 werd een proefproject opgestart om de ontmijning van kobalt in de zogenaamde artisanale mijnen van begin tot einde te volgen, om zo de problematiek van slechte arbeidsomstandigheden en kinderarbeid aan te pakken en te verzekeren dat de kobalt die men aankoopt op een ethische manier is ontgonnen.

Anti-Fraude Platform voor verkiezingen in Suriname

Ingediend door admin op

In een recente uitzending van “Kal Aaj Aur Kal” sprak presentator Faried Pierkhan met Ronny Asabina, de voorzitter van de BEP (Broederschap voor Eenheid in de Politiek) over het nieuwe anti-fraude platform dat is opgericht in samenwerking met de Nationale Democratische Partij (NDP) en de Nationale Partij Suriname (NPS). Het doel van dit platform is om eerlijke en betrouwbare verkiezingen te waarborgen in Suriname, met een focus op transparantie en controleerbaarheid.

Asabina benadrukte het belang van dit initiatief gezien de cruciale rol van de komende verkiezingen voor de toekomst van het land. Hij legde uit dat het platform mechanismen zal implementeren

om onregelmatigheden en frauduleuze handelingen vanaf de voorbereidingen tot en met de verkiezingsdag te voorkomen. Verschillende non-gouvernementele organisaties en maatschappelijke groeperingen zijn ook betrokken om een breed draagvlak te creëren.

Tijdens de lancering van dit initiatief in het KKF-centrum benoemde de groep mr. dr. Jennifer Van Dijk-Silos als voorzitter, die de verdere invulling van het team en de strategie zal leiden.

Asabina wees ook op de noodzaak van digitale transparantie in het nieuwe verkiezingsstelsel, inclusief transparante veldonderzoeken en controleerbare processen. Het platform zal functioneren als een waakhond en gebruik maken van moderne technologieën om verkiezingsfraude te minimaliseren.

Daarnaast noemde hij specifieke uitdagingen zoals

massaverplaatsingen van kiezers en het ongeoorloofd beïnvloeden van stemgedrag, bijvoorbeeld door het fotograferen van stembiljetten in het stemhokje.

Ronny Asabina benadrukte verder dat dit initiatief puur gericht is op het waarborgen van de integriteit van de verkiezingen en niet als basis dient voor politieke samenwerking na de verkiezingen. De partijen hebben onafhankelijk besloten dit initiatief te steunen in het belang van het land en zijn burgers.