• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

PAHO waarschuwt voor verhoogd risico op dengue-uitbraken

Ingediend door admin op

De Pan American Health Organization (PAHO) heeft een epidemiologisch alarm afgegeven met betrekking tot het verhoogde risico op dengue-uitbraken in Amerika, toegeschreven aan de groeiende circulatie van het DENV-3-serotype in verschillende landen in de regio. PAHO dringt er bij landen op aan hun toezicht, vroege diagnose en klinische behandeling te versterken om mogelijke toenames in dengue-gevallen aan te pakken.Dengue, overgedragen
door de Aedes aegypti-mug, heeft vier serotypen: DENV-1, DENV-2, DENV-3 en DENV-4. Immuniteit tegen één serotype biedt alleen levenslange bescherming tegen dat specifieke serotype, wat betekent dat daaropvolgende infecties met andere serotypen het risico op ernstige vormen van de ziekte kunnen vergroten. De verschijning of opkomst van een serotype dat voorheen niet dominant was in een regio, kan leiden tot een toename van het aantal gevallen vanwege de grotere vatbaarheid van de bevolking.Situatie DENV-3 in de regioHet DENV-3-serotype is geïdentificeerd in verschillende landen in Noord- en Zuid-Amerika, waaronder Brazilië, Colombia, Costa Rica, Guatemala, Mexico en Peru. In 2024 meldde Argentinië
de verspreiding ervan, wat de introductie van dit serotype in het land markeerde. In hetzelfde jaar meldden Brazilië en Colombia een toename van het aantal gevallen in verband met DENV-3, met name onder kinderen, en het is ook gedetecteerd in andere landen in Centraal-Amerika en het Caribisch gebied. Dit serotype is in verband gebracht met ernstige vormen van de ziekte, zelfs bij primaire infecties, wat zorgen oproept over de mogelijke impact ervan op de volksgezondheid.De heropleving van DENV-3, na een langdurige afwezigheid in bepaalde gebieden van de regio, vergroot de kwetsbaarheid van bevolkingsgroepen die niet eerder aan dit serotype zijn blootgesteld.Huidige situatie en aanbevolen maatregelenIn 2024 meldde de regio Amerika meer dan 13 miljoen gevallen van dengue, waarvan 22.684 werden geclassificeerd als ernstig (0,17% van het totaal) en 8.186 resulteerden in sterfgevallen (case fatality rate van 0,063%). In de eerste weken van 2025 meldden 23 landen en territoria in de regio in totaal 238.659 gevallen, waarvan de meerderheid geconcentreerd was in Brazilië (87%), gevolgd door Colombia (5,6%), Nicaragua (2,5%), Peru (2,5%) en Mexico (2,5%). Van deze gevallen waren 263 ernstig en stierven 23 mensen als gevolg van de ziekte.PAHO beveelt aan dat landen de maatregelen voor vectorbestrijding versterken, de diagnostische capaciteit binnen zorgsystemen verbeteren en zorgen voor een vroege en adequate behandeling van patiënten om ernstige complicaties te voorkomen. Publieke voorlichtingscampagnes om blootstelling aan muggenvectoren te verminderen en broedplaatsen te elimineren, zijn ook essentieel.Rol van vaccinatie en monitoringWat vaccinatie betreft, heeft het TAK-003 denguevaccin, dat in sommige landen in de regio wordt gebruikt, volgens het bewijsmateriaal dat door de fabrikant is gegenereerd en is gepubliceerd in de belangrijkste fase 3-studie, een lagere bescherming tegen DENV-3 laten zien, met name bij kinderen zonder een infectiegeschiedenis. Dit onderstreept de noodzaak om veilige vaccinatie te garanderen en continue monitoring van bijwerkingen die mogelijk aan de vaccinatie kunnen worden toegeschreven, te handhaven.PAHO houdt de evolutie van de circulatie van DENV-3 nauwlettend in de gaten, samen met de andere serotypen, en zal landen blijven ondersteunen bij het implementeren van effectieve controle- en responsmaatregelen bij mogelijke uitbraken. Het is van cruciaal belang dat zorgsystemen voorbereid zijn om de verwachte toename van het aantal gevallen te beheren en het risico op ernstige complicaties die verband houden met deze ziekte te beperken.

President Santokhi bespreekt voortgang grondzaken met GBB

Ingediend door admin op

President Chandrikapersad Santokhi heeft een overleg gehad met het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) en verschillende betrokken structuren om de voortgang in het oplossen van grondproblemen te bespreken. Het overleg was een vervolg op de afspraken die eerder, op 13 januari 2025, zijn gemaakt. Tijdens de bijeenkomst op maandag 10 februari 2025 op het Kabinet van de President gaf GBB-onderminister, Sieuw Ramsukul, een update met betrekking tot achterstanden en uitdagingen binnen het grondbeleid.

Ramsukul lichtte toe dat stagnaties bij grondinspecteurs door onder meer een tekort aan voertuigen en brandstof de voortgang van werkzaamheden belemmerde. Hij bracht echter naar voren

dat recentelijk twee voertuigen en vier chauffeurs ter beschikking zijn gesteld. Dit werd mede mogelijk gemaakt door een bijdrage vanuit de particuliere sector. Daarnaast heeft het ministerie van Openbare Werken (OW) ervoor gezorgd dat grondinspecteurs brandstof kunnen verkrijgen voor hun veldwerk.

Doordat grondinspecteurs zelf chauffeurs zijn, leidt dat tot uitputting en vertragingen in de uitvoering van hun taken. Met de recente verbeteringen merkt de onderminister een aanzienlijke versnelling in het proces. Ramsukul gaf verder aan dat hij van het team van grondinspecteurs verwacht dat zij gezamenlijk 40 rapporten per dag opleveren, wat neerkomt op tien rapporten per inspecteur per dag.

Hoewel er

al veel vooruitgang is geboekt en verschillende lijsten zijn afgehandeld, zijn er volgens de onderminister nog steeds aanzienlijke inspanningen nodig om de achterstanden volledig in te lopen. Hij wees op de noodzaak van extra ruimte, meubilair, werkplekken en apparatuur om het proces efficiënter te laten verlopen.

De regering blijft zich inzetten voor een transparant en efficiënt grondbeleid, waarbij stagnaties worden aangepakt en procedures worden versneld ten behoeve van de samenleving.

AWJ geeft nadere uitleg over vaststelling armoedegrens

Ingediend door admin op
Rosita Woodly-Sobhie, voorzitter van de multidisciplinaire werkgroep Armoedegrensbepaling, en minister Mac Andrew van Arbeid, Werkgelegenheid en Jeugdzaken tijdens de persconferentie maandag.

Er is veel kritiek op de armoedegrens van SRD 7.337 voor een éénpersoonshuishouden (één volwassene). Minister Mac Andrew van Arbeid, Werkgelegenheid en Jeugdzaken (AWJ) merkt op dat na de vaststelling er wat kritiek, zorgpunten en diverse visies zijn geuit

vanuit de samenleving. Daarom is besloten gedetailleerde informatie te verschaffen over het bepalen van de armoedegrens, onder meer over de gebruikte methoden en technieken. In vergelijking met de armoedegrens per 31 december 2023 en die van het vorig jaar is, deze gedaald met SRD 59.

De bewindsman werd bijgestaan door de onderdirecteur Arbeidsmarkt Naomi Esajas-Friperson en Rosita Woodly-Sobhie, voorzitter van de multidisciplinaire werkgroep Armoedegrensbepaling. Volgens de bewindsman bestaat de werkgroep uit een aantal technocraten dat zich in de afgelopen periode vanaf juli 2020 zich heeft ingezet om de armoedegrens te bepalen. De bevindingen zijn ook bepalend om beleid te maken.

In

de werkgroep zitten vertegenwoordigers van de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS), het Algemeen Bureau voor de Statistiek, het Planbureau en de ministeries van AWJ, Sociale Zaken en Volkshuisvesting en de Vereniging van Economisten in Suriname. Woodly gaf op een persconferentie maandag aan dat de werkgroep sedert 2016 bestaat en vanaf toen is gestart met het bepalen van een methodiek voor de armoedegrens. De methodiek is 2021 in een raadsvergadering vastgesteld en in 2023 vastgelegd in een publicatie.

Er wordt volgens Woodley gewerkt met het minimale dat de mens nodig heeft om in leven te blijven. Er wordt bij de bepaling uitgegaan van een wetenschappelijke benadering, namelijk de Basic Need-benadering waarbij gebruik wordt gemaakt van een basisvoedselpakket gebaseerd op de Food-Energy-Intake-methode (FEI). Deze FEI heeft als uitgangspunt het noodzakelijke aantal kilocalorieën (kCal), namelijk 2000-2400 kCal in het dagelijkse voedingspakket (van verschillende voedingsintems) van elke volwassene. Vervolgens is het voedselpakket getransformeerd naar een basispakket met ook niet-voedingsitems. Er wordt ook gebruik gemaakt van de ABS-huishoudbudgetonderzoeken.

“Onze hele werkwijze vanaf 2016 tot heden is ongewijzigd. We gaan niet over een dag ijs om een bepaalde methodiek vast te stellen. We zijn niet veranderd qua methoden en inzichten. En onze bronnen zijn nog steeds hetzelfde”, benadrukte de werkgroepvoorzitter. Ze gaf aan dat in 2021 is goedgekeurd dat de nationale definitie van armoede in Suriname als volgt luidt: “Armoede in huishoudens in Suriname kenmerkt zich door een gebrek aan inkomen en/of bezit om een basispakket van voedingsmiddelen en andere noodzakelijke goederen en diensten te verwerven, die nodig zijn om een menswaardig bestaan te leiden.”

Medewerkster overlijdt plotseling in keuken van eetgelegenheid

Ingediend door admin op

Een 49-jarige vrouw is maandagmorgen overleden terwijl zij aan het werk was in de keuken van een eetgelegenheid, gevestigd onderaan het bekende Assuria Hermitage High-Rise gebouw.

De redactie van Waterkant.Net verneemt dat het slachtoffer samen met een collega bezig was toen zij plotseling onwel werd en neer zeeg.

Haar collega schakelde direct de hulpdiensten in. Bij aankomst van de ambulance vertoonde het slachtoffer echter geen tekenen van leven meer.

De politie van Uitvlugt was snel ter plaatse en startte een onderzoek. Op basis van de eerste medische bevindingen blijkt het te gaan om een natuurlijke dood.

Na overleg met het Surinaamse Openbaar Ministerie werd

het lichaam afgestaan aan de nabestaanden.

Chevron bereidt debuutexploratieput voor op Surinaamse olievoorraden

Ingediend door admin op
Chevron-topman Mike Wirth. (Foto: Reuters)

De Amerikaanse oliegigant Chevron is van plan om later dit jaar zijn eerste exploratieput voor de kust van Suriname te boren in de hoop het succes van andere bedrijven te evenaren. De booractiviteiten in Suriname nemen toe, met exploitanten zoals TotalEnergies, Shell en Petronas die ook van plan zijn om in 2025 exploratiewerkzaamheden in het land
uit te voeren.
Bronnen uit de industrie vertelden Upstream dat Chevron doorgaat met zijn eigen plannen om olie- en aardgasvoorraden in Suriname aan te pakken.In tegenstelling tot zijn concurrenten zal Chevron echter boren in een nieuw grensgebied om de commercialiteit van het onbewezen ondiepe watergedeelte van het Guyana-Surinamebekken te testen.Chevron en projectpartners Staatsolie en QatarEnergy gaan de Korikori-1 in Blok 5 boren om reservoirs uit het Boven-Krijt te onderzoeken aan de binnenzijde van het productieve diepwatergebied.Een bron vertelde Upstream dat Chevron naar verwachting in het vierde kwartaal van 2025 Korikori-1 zal boren, maar gaf geen indicaties of het bedrijf al op
de markt is om een ​​boorplatform voor de klus te contracteren.Blok 5 bevindt zich in waterdieptes van 30 tot 45 meter en wordt beschreven als liggend in het migratiepad tussen gevestigde onshore velden, waar Staatsolie al tientallen jaren zware ruwe olie produceert, en het GranMorgu offshore veld dat in 2028 de eerste olie zal produceren.Verkenningsactiviteiten in Suriname dit jaar omvatten naar verwachting ook het Macaw-1 prospect, dat door TotalEnergies wordt geboordin Blok 64, en de door Shell geëxploiteerde Araku Deep-1 sondein Blok 65.Beide putten zullen gericht zijn op het Demerara Plateau gebied in waterdieptes van meer dan 1500 meter en nabij de grens met Frans-Guyana.Wat Petronas betreft, is het nog onduidelijk of het bedrijf exploratie- of taxatiewerkzaamheden voor de kust van Suriname zal uitvoeren.Het Maleisische oliebedrijf heeft het boorschip Noble Developer gecharterdvoor een campagne met drie putten, waarbij het contract in juni van start gaat en ongeveer 200 dagen zal duren.Petronas exploiteert drie vergunningen voor de kust van Suriname, waaronder Blok 52, waar het bedrijf een reeks ontdekkingen deed die gevoelig zijn voor aardgas, waaronder Sloanea-1, Roystonea-1 en Fusaea-1.Het bedrijf exploiteert ook blokken 48 en 63, waarbij de laatste het Ironman-1-vooruitzicht bevat dat het in 2026 in de planning zou kunnen staan ​​voor boringen.

Vreedzaam: “Na crazy Leandro e crazy kaba”

Ingediend door admin op

Volgens NDP-parlementariër Jennifer Vreedzaam bestaat er naast hondsdolheid waarschijnlijk ook olifantendolheid wanneer zij kijkt naar de uitspraken van president tevens VHP-voorzitter Chan Santokhi.

Santokhi zei vorige maand dat er ook politieke partijen in Suriname zijn die in hun naam het woord ‘nationaal‘ hebben. Maar in hun denken, in hun doen, in hun handelen, zijn ze allemaal volgens hem racistische en etnische partijen.

“Want na crazy Leandro e crazy kaba. Hij weet niet meer hoe hij moet liegen, dan komt hij praten over mijn partij… bemoeien in mijn partij”, zei Vreedzaam zaterdagavond bij de opening van een Infocentrum van de Nationale Democratische Partij

(NDP) in het district Para.

Volgens de Surinaamse politica moet als eerste verworvenheid na de verkiezingsoverwinning in mei de opening zijn van het eerste psychiatrisch centrum te Lelydorp.

“Al die olifanten moeten dan daar behandeld worden. Ik ben er al moe van. A lei mus’ kaba. Para, unu sabi fa den lei e pina unu. Unu e firi den prijs en de Bazo-kaarten die geen waarde meer hebben”, aldus de NDP’er.

Volgens Vreedzaam heeft de VHP-ABOP-regering het district Para vernietigd. De decentralisatie die in gang was gezet, is aan de kant gelaten. Gelukkig heeft de olifantendolheid het gezonde verstand van het Surinaamse volk

niet bereikt, waardoor in ieder geval de 15.000 stemgerechtigden in Para volgens haar moeten stemmen op de NDP.

Openbare Werken: Maaien van bermen gaat landelijk van start

Ingediend door admin op

Het Ministerie van Openbare Werken (OW) heeft vandaag aangekondigd dat het maaien van bermen binnenkort landelijk van start gaat.

Volgens OW wordt er momenteel al gewerkt en met hun nieuwe beleid wordt er meer geïnvesteerd in machines en betere technologie.

Om het maaien sneller en efficiënter te maken, zijn er maar liefst 200 nieuwe brushcutters ingezet. Volgens het ministerie is het doel ook om bij te dragen aan een schoner en mooier Suriname.

OW-minister Riad Nurmohamed heeft meerdere keren benadrukt dat de verschillende werkzaamheden die landelijk momenteel in snel tempo worden uitgevoerd, geen verkiezingsstunt zijn.

Volgens de bewindsman is er dit jaar

meer geld beschikbaar, waardoor er ook meer gedaan kan worden.

AWJ geeft gedetailleerde uitleg over vaststellen armoedegrens

Ingediend door admin op

De regering heeft vorige week de armoedegrens in Suriname vastgesteld op SRD 7.337,- voor een éénpersoonshuishouden oftewel een volwassene. Minister Mac Andrew van Arbeid, Werkgelegenheid en Jeugdzaken (AWJ) merkt op dat na de vaststelling er wat kritiek, zorgpunten en diverse visies zijn geuit vanuit de samenleving. Het ministerie heeft daarom besloten om via de media meer gedetailleerde informatie te verschaffen over het bepalen van de armoedegrens, onder meer over de gebruikte methoden en technieken.

De bewindsman werd bijgestaan door de onderdirecteur Arbeidsmarkt Naomi Esajas-Friperson en drs. Rosita Woodly-Sobhie, voorzitter van de multidisciplinaire werkgroep Armoedegrensbepaling. Volgens de bewindsman bestaat de werkgroep

uit een aantal technocraten die zich in de afgelopen periode vanaf juli 2020 zich hebben ingezet om de armoedegrens te bepalen. De bevindingen zijn ook bepalend om beleid te maken.

 In de werkgroep zitten vertegenwoordigers van de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS), het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS), het Planbureau en de ministeries van AWJ en Sociale Zaken en Volkshuisvesting (Sozavo) en de Vereniging van Economisten in Suriname (VES). Drs. Woodly gaf aan dat de werkgroep sedert 2016 bestaat en vanaf toen is gestart met het bepalen van een methodiek voor de armoedegrens. De methodiek is 2021 in

een raadsvergadering vastgesteld en in 2023 vastgelegd in een publicatie.

Er wordt volgens drs. Woodley gewerkt met het minimale dat de mens nodig heeft om in leven te blijven. Er wordt bij de bepaling uitgegaan van een wetenschappelijke benadering, namelijk de Basic Need-benadering waarbij gebruik wordt gemaakt van een basisvoedselpakket (BVP) gebaseerd op de Food-Energy_Intake-methode (FEI). Deze FEI heeft als uitgangspunt het noodzakelijke aantal kilocalorieën (kCal), namelijk 2000-2400 kCal in het dagelijkse voedingspakket (van verschillende voedingsintems) van elke volwassene. Vervolgens is het voedselpakket getransformeerd naar een basispakket met ook niet-voedingsitems. Er wordt ook gebruik gemaakt van de ABS-huishoudbudgetonderzoeken.

“Onze hele werkwijze vanaf 2016 tot heden is ongewijzigd. We gaan niet over een dag ijs om een bepaalde methodiek vast te stellen. We zijn niet veranderd qua methoden en inzichten. En onze bronnen zijn nog steeds hetzelfde”, aldus de werkgroepvoorzitter. Ze gaf aan dat in 2021 is goedgekeurd dat de nationale definitie van armoede in Suriname als volgt luidt: “Armoede in huishoudens in Suriname kenmerkt zich door een gebrek aan inkomen en/of bezit om een basispakket van voedingsmiddelen en andere noodzakelijke goederen en diensten te verwerven, die nodig zijn om een menswaardig bestaan te leiden.”

De Stagnatie van de Surinaamse samenleving

Ingediend door admin op

Suriname heeft de afgelopen decennia keer op keer zijn ambitie voor vooruitgang uitgesproken, maar daadwerkelijke verandering blijft uit. Bij elke verkiezing klinken de beloften voor verbetering, maar na de stembusgang blijken deze vaak niet waar te worden gemaakt. Wat weerhoudt ons ervan om vooruit te gaan? Waarom lukt het ons niet om de stagnatie te doorbreken, ondanks de aanwezige kansen
en middelen?De stagnatie is diep geworteld in ons stemgedrag en de keuzes die we maken. Vaak stemmen we op leiders die tijdelijke oplossingen beloven, in plaats van te kiezen voor duurzame veranderingen. De jonge werkloze generatie ziet geen structurele verbetering in het onderwijs- en werkgelegenheidsbeleid, terwijl veel ouderen, die jarenlang hard gewerkt hebben, nog steeds in armoede leven. Dit zijn tekenen van een samenleving die vastzit in verouderde denkpatronen en kortetermijnoplossingen.Wat Suriname nodig heeft, is een verandering in de manier waarop we denken en handelen. De verandering begint met het heroverwegen van onze keuzes en het stellen van langetermijnprioriteiten. In
plaats van tijdelijke maatregelen, moeten we kiezen voor structurele oplossingen die gericht zijn op een duurzame toekomst voor iedereen.De KortetermijnvalkuilDe nadruk op kortetermijnoplossingen is een belangrijke oorzaak van de stagnatie. Veel Surinamers stemmen op leiders die snelle beloften doen, zoals belastingverlagingen en financiële hulp. Deze tijdelijke maatregelen lijken verleidelijke oplossingen voor de onmiddellijke problemen van armoede en werkloosheid, maar ze verergeren de stagnatie op de lange termijn. Het kiezen voor kortetermijnoplossingen kan ons op de korte termijn verlichting geven, maar houdt ons gevangen in een situatie die steeds terugkomt zonder blijvende vooruitgang.Duurzame vooruitgangSuriname heeft een omslag nodig van kortetermijndenken naar een langetermijnvisie die duurzame vooruitgang garandeert. Duurzame economische groei, ethisch leiderschap en een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel de overheid als de burgers zijn essentieel om de stagnatie te doorbreken. Leiders moeten bereid zijn om beslissingen te nemen die niet altijd onmiddellijke voordelen opleveren, maar die op de lange termijn een stabiele en eerlijke toekomst voor iedereen garanderen. Dit vereist niet alleen politiek leiderschap, maar ook actieve betrokkenheid van de samenleving zelf. We moeten als burgers niet alleen stemmen op basis van wat ons direct ten goede komt, maar ook kiezen voor leiders die gericht zijn op verantwoorde en toekomstgerichte keuzes, zoals investeringen in hernieuwbare energie, onderwijs en infrastructuur.Een goed voorbeeld van duurzame vooruitgang is de transitie naar hernieuwbare energie. Suriname heeft een enorme potentie in zonne-energie, maar deze wordt nog niet voldoende benut. Door te investeren in zonnepanelen en andere groene initiatieven kunnen we zowel het milieu beschermen als economische voordelen op lange termijn realiseren. Dit soort projecten zouden de ecologische voetafdruk verkleinen, de werkgelegenheid vergroten en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen.Bewustwording en verantwoordelijkheidHet is van cruciaal belang dat we ons als samenleving bewust worden van de invloed van onze keuzes op de toekomst van Suriname. We moeten leren voorbij de onmiddellijke voordelen van kortetermijnoplossingen te kijken en ons te richten op beleid en leiderschap die gericht zijn op een duurzame en rechtvaardige toekomst. Alleen als we bereid zijn om ons verantwoordelijk op te stellen en moeilijke keuzes te maken, kunnen we Suriname uit de stagnatie halen en de koers naar vooruitgang zetten.De manier waarop we stemmen, de keuzes die we maken en de leiders die we kiezen, bepalen onze toekomst. Veel Surinamers stemmen vaak op basis van kortetermijnwinst, maar deze keuzes hebben gevolgen voor de lange termijn.Het is essentieel dat we ons bewust worden van de invloed die onze stem heeft op de koers van het land. De focus moet liggen op leiders die zich inzetten voor het collectieve belang van de samenleving en niet alleen reageren op de grillen van de markt of tijdelijke politieke druk.Innerlijke verandering als sleutel tot duurzame vooruitgangNaast externe veranderingen, is het essentieel dat we als samenleving een innerlijke transformatie doormaken. Duurzame vooruitgang begint met de manier waarop wij als individuen denken en handelen. Wanneer we leren onze keuzes en gedragingen beter te begrijpen, kunnen we verantwoordelijkheid dragen voor de richting die we inslaan. Deze innerlijke transformatie is essentieel, omdat de veranderingen die we willen zien, niet alleen van buitenaf komen, maar ook van binnenuit moeten beginnen.Door verantwoordelijkheid te nemen voor onze gedachten en acties, creëren we ruimte voor leiderschap dat gericht is op lange-termijnoplossingen. Dit vraagt geduld, reflectie en een langetermijnvisie die verder gaat dan de onmiddellijke resultaten van kortetermijnmaatregelen. Pas wanneer we als samenleving in staat zijn om innerlijke rust en stabiliteit te bereiken, kunnen we een koers kiezen die duurzame vooruitgang garandeert voor alle generaties.ConclusieDe stagnatie van Suriname kan alleen worden doorbroken door keuzes die gericht zijn op de lange termijn. Het begint bij onszelf: we moeten kiezen voor leiders die ethisch, transparant en duurzaam handelen. We hebben de verantwoordelijkheid om beleid te ondersteunen dat investeert in hernieuwbare energie, onderwijs en werkgelegenheid. Op 25 mei 2025 krijgen we de kans om onze koers te bepalen. Laten we kiezen voor leiders die zich inzetten voor duurzaamheid en vooruitgang, en samen werken aan een rechtvaardig, welvarend Suriname. Het is tijd om de stagnatie te doorbreken en een nieuwe richting in te slaan die ons naar een stabiele en eerlijke toekomst leidt.Robby Tjauw-Foe

DIS-directeur Armaketo: “Tijd voor actie na succesvolle summit”

Ingediend door admin op

“De eerste Surinaamse Diaspora Business Summit heeft de verwachtingen overtroffen. Het is tijd om in actie te gaan. Tijd om te discussiëren is al voorbij.” Zo benadrukt directeur Marciano Armaketo van het Diaspora Instituut Suriname (DIS). Het evenement dat drie dagen heeft geduurd, is op zaterdag 8 februari in Prince Ballroom afgesloten. Volgens de DIS-directeur was het enthousiasme er onder de deelnemers om verder te gaan.

“Ze waren heel enthousiast en zeiden hoeveel ze van Suriname houden.” Het is directeur Armaketo opgevallen dat consultancy groepen en de verschillende deelnemers openstonden voor samenwerking. “Ze hebben ook informatie uitgewisseld met de bedoeling

om in contact te blijven en initiatieven te ondernemen.” De functionaris is zeer tevreden. Volgens hem heeft de summit laten zien dat er niet alleen gedeelde passie is voor Suriname, maar ook een sterke wil om het veschil te maken. “Er zal zeker een vervolg komen, want Suriname biedt verschillende kansen waaronder investeren”, aldus de DIS-directeur.

De summit is in samenwerking met het Directoraat International Business (DIB) georganiseerd, beide instanties zijn werkarmen van het ministerie van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS). DIB-directeur Henna Soerdjoesing zegt dat er een plan opgezet moet worden. “Want we hebben toppers uit de

business en policy wereld gehad. We hebben bewust gekozen voor deze combinatie en daarnaast is er genoeg informatie. We starten eerst met een interne evaluatie. Hierna zal contact opgenomen worden met de panelleden”, aldus directeur Soerdjoesing.

Ze geeft verder aan dat de eerstvolgende thema’s zeker over investeringsplatform en educatie zullen gaan, omdat ook het bedrijfsleven heeft aangegeven dat geschoold personeel van belang is. “Er is gedacht aan distance learning, want het is een aanwinst dat ze zijn weggegaan en nu terug zijn om hun kennis en kunde over te dragen. Diaspora blijft je rijkdom”, zegt de DIB-directeur. E-learning en digital technology zijn ook onderwerpen geweest tijdens de summit.

 Directeur Soerdjoesing legt uit dat educatie niet alleen op school gebeurt. “Ook trainingen  geven is educatie”, benadrukt ze. Volgens Soerdjoesing zal er een fonds opgezet en gemonitord worden bestaande uit vertegenwoordigers uit de energiesector, bankierswereld en ministers die in het panel zaten waaronder de ministers van Openbare Werken (OW), Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC). Deze groepen konden gericht aangeven wat zij nodig hebben. Het geheel was volgens directeur Soerdjoesing pragmatisch opgezet.