• zondag 27 November 2022
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Immaterieel cultureel erfgoed voor vooruitgang en duurzame ontwikkeling

| de ware tijd | Door: Redactie

“Immaterieel cultureel erfgoed is nauw verbonden met duurzame ontwikkeling. Het is deel van de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen, waarvan er wereldwijd sedert 2015 zeventien zijn geformuleerd door de Verenigde Naties (VN).” Randy van Zichem, deeltijd docent bij de opleiding ‘Master of Education Research and Development’, vertelt dat er bij het vak ‘Armoedebestrijding’ ook wordt gesproken over het beschermen van immaterieel cultureel erfgoed.

Tekst en beeld Tascha Aveloo

De docent legt uit dat de VN in 2003 in een internationale conventie specifieke richtlijnen heeft vastgesteld wat immaterieel erfgoed is. “Immaterieel cultureel erfgoed sluit goed aan bij de mensen in de samenleving zelf, wat we

noemen human capital. En dat menselijk kapitaal behelst onder meer gewoonten, het collectieve geheugen, de taal en alle aspecten die daarmee te maken hebben.”

Waarde, bronnen en schatten

De opleiding houdt in de ontwikkeling van manieren waarop onderwijs vorm wordt gegeven. Er worden onderzoeksmethodieken aangeleerd die noodzakelijk zijn om binnen en met  de gemeenschap op kwalitatieve, kwantitatieve en transformerende manier gegevens te verzamelen  voor duurzame ontwikkeling van de samenleving.

“Ik geloof dat als je het van de mensen zelf hoort, het kwalitatiever en directer is”

“Binnen ontwikkelingswerk is er vaak sprake van top-downbenadering, waar degenen die hulp bieden bepalen hoe dat geschiedt. Maar binnen deze studie staan we stil bij manieren om die ontwikkeling te brengen vanuit de nood, zoals de mensen dat zelf aangeven. We staan stil bij de waarde, de bronnen en de schatten binnen elke etnische groep vanuit hun culturele beleving, normen en waarden.”

Om deze kennis kracht bij te zetten, laat Van Zichem gastcolleges verzorgen door cultuurdragers, onder wie Edward Redjopawiro, die Javanist en cultuurkenner is. “Ik geloof dat als je het van de mensen zelf hoort, het kwalitatiever en directer is en ze kunnen ook vragen beantwoorden. Dat geeft een enorme meerwaarde.”

Culturele uitingsvormen

Redjopawiro heeft onderzoek gedaan naar het materiële en immateriële cultureel erfgoed bij de Javanen in Suriname, Nederland en Indonesië. “Dit moet niet alleen worden gezien als een beleving en conservering van culturele uitingsvormen, maar dit erfgoed moet op een effectieve manier worden toegepast ten behoeve van de nationale ontwikkeling.”

Hij gaf aan dat het een bekend gegeven is dat de centrale overheid niet of onvoldoende in staat is, vanwege gebrek aan geld, om te voorzien in veel basisbehoeften van de burgers. “Uitgaande hiervan geloof ik dat het volk zelf activiteiten op het gebied van zelfredzaamheid, zelfinitiatief en zelfwerkzaamheid moet kunnen organiseren om deze problemen op te lossen.”

Volgens Redjopawiro is het immateriële erfgoed namelijk de culturele norm en het gedachtegoed van de gotong royong (ondersteunend samenwerken) succesvol toegepast door veel niet-gouvernementele organisaties in Wanica, Para en Commewijne.

Gewoonterecht

Hij sprak ook over andere culturele rijkdommen die kunnen worden ingezet bij de ontwikkeling van het land en noemde traditionele geneeskunde die door de Javaanse dukun (geneesvrouw) wordt gegeven. Dat gebeurt bij de prenatale zorg van zwangere vrouwen, traditionele handelingen bij bevallingen, zorg en massage bij postnatale zorg en bereiding van geneeskrachtige kruidendranken (jamu). “In Indonesië is de modernisering van onder meer het maken van jamu en kruiden in tabletvorm een miljoenen industrie. Waarom zouden wij dat hier niet kunnen?”

Redjopawiro ging diepgaand in op allerlei andere aspecten van het Javaans immateriële erfgoed, zoals het gewoonterecht (adat) bij de levenshouding van elke Javaan. De studenten genoten zichtbaar van de uitleg van het belang van astrologie, numerologie, symboliek, dat nu nog leeft. Hij sprak over de Javaanse kalender (Weton Djowo), waarvan een jaar 354 of 355 dagen heeft, een week zeven dagen, waarvan vijf Pon, Wage, Kliwon, Legie en Paing heten.

“Het geloof is dat bepaalde maanden of dagen ongeluksperioden zijn en rampspoed of ongeluk kunnen brengen. Het is bijvoorbeeld verboden om feesten te organiseren, te trouwen of zelfs bijvoorbeeld een zaak te openen op zulke ongeluksmomenten, zoals weergegeven op de kalender.”

Overlevering en traditie

Redjopawiro had het verder over volksverhalen en overleveringen, zoals over maansverduistering en populaire kinderverhalen met als hoofdfiguur de kantjil (konkoni), die geliefd is bij Javaanse kinderen. “Er is een verhaal waarbij de maan een heel mooie vrouw is of symboliseert. Zij wordt achtervolgd door een lelijke man (de aarde).

Als hij de vrouw pakt, wordt het donker en worden bewoners van een leefgemeenschap gevraagd om op potten en pannen te slaan, totdat de vrouw wordt losgelaten en het maanlicht weer tevoorschijn komt.” Een andere vorm van overlevering en traditie is dat het is verboden voor kinderen en vrouwen, vooral zwangere vrouwen, om naar de maansverduistering te kijken. “Men gelooft dat deze vrouwen problemen kunnen krijgen.” De studenten hebben vele vragen gesteld.

| de ware tijd | Door: Redactie