• woensdag 21 April 2021
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Het ruimteaspect in de trilogie Astrid Roemer

Datum: | Bron: Dagblad Suriname | Door: Redactie

Deel 1

Als het gaat om een literatuurwetenschappelijke benadering van de Surinaamse roman dan vrees ik dat er een ondermaatse literatuurwetenschappelijke aandacht bestaat voor de Surinaamse literatuur in het algemeen. Degene die hier wel wat verschil in bracht is de in Suriname wonende Hagenaar Peter Potter. Potter deed een briljant onderzoek naar de literaire kritische kant van de Surinaamse literatuur.  Bij de exploratie van verschillende analysemethoden bleek dat er op de geschriften van Peter Potter na verder geen bevredigende literatuur te vinden is waarmee ik de literaire kritiek die ik tracht te vinden, kon meenemen in mijn beschouwing. Hopelijk kunnen onderzoekers die op deze summiere beschouwing bepleite methode willen voortbouwen, zich door mijn visie verscheidene theoretische overpeinzingen besparen, en diepgaander de Surinaamse literaire werken bestuderen. In de trilogie Gewaagd Leven, Lijken op Liefde, Was getekend van Astrid Roemer belichaamt het begrip literaire verbeelding een tribunaal dat nooit heeft plaats gevonden: de berechting van de daders van de Decembermoorden. Astrid H. Roemer verbeeldt de werkelijkheid en de dromen van de Surinamers in de laatste drie decennia van de 20e eeuw. Haar literaire verbeelding schept een ruimtelijke omgeving  die duidelijk kan maken hoe de gebeurtenissen die er plaatsvonden, gewaardeerd moeten worden en vice versa: ‘De ruimte kan een decor vormen dat bijdraagt tot de sfeer waarin de gebeurtenissen zich voltrekken.’ (Van Boven & Dorleijn 2003: 292) Bij een lichte sfeerschepping is de ruimte ondergeschikt aan de handeling, maar het is ook mogelijk dat de ruimte als het ware de handeling voorspelt. In deze trilogie kan de ruimte het compositieprincipe van het literaire werk vormen: ‘De ruimte kan ook in dienst staan van de compositie van een verhaal. Het gaat dan om een plaats die de verschillende personages samenbrengt en de handeling op gang zet.’ (Van Boven & Dorleijn 2003: 293) De ruimte is het centrale element van het verhaal omdat het de trechter is die de actants samenvoegt en de acties opwekt. Als voorbeeld neem ik de roman Gewaagd Leven van Astrid Roemer.

Bij de waarneming van ruimtes zijn er in het bijzonder betrokken drie zintuigen betrokken. In

volgorde van belangrijkheid zijn dat het zicht, het gehoor en het gevoel (Bal 1978: 98).Door middel van die drie zintuigen kunnen twee relaties tussen personages en ruimte duidelijk worden. Ten eerste is er de ruimte als kader: ‘De ruimte waarin personages zijn of juist niet zijn, wordt meestal beschouwd als kader.’ (Bal 1978: 98).Ten tweede is er ook de ruimte als ruimtevulling: ‘De ruimtevulling wordt bepaald door voorwerpen die zich in de ruimte bevinden.’ (Bal 1978: 99) Doordat voorwerpen een ruimtelijke vorm hebben, bepalen ze mee het ruimtelijke effect van een vertrek. Als men de twee ruimterelaties van Bal uitdrukt in theatertermen, kan men zeggen dat de

ruimte opduikt in de vorm van het decor en in de vorm van rekwisieten. De semantische inhoud van ruimtelijke aspecten wordt volgens Mieke Bal bepaald door verschillende factoren: ‘determinatie vooraf, herhaling, accumulatie, transformatie, en relaties tussen verschillende ruimten.’ (Bal 1978: 99) Determinatie kan tot stand komen door het referentiekader van de lezer. (Bal 1978: 99) . De eerste puzzelstukken worden al uitgezet vanaf Gewaagd Leven. Deze eerste roman bestaat uit negen verhalen, die gevolgd worden door een rubriek ‘berichten’ en een gesprek tussen de twee broers Onno en Hagith Mus uit het gezin dat de hoofdpersonages aflevert. In die gesprekken is het de zestienjarige Onno, de jongere broer, die als ik-figuur optreedt. Fragmentarisch en a-chronologisch vermeldt Roemer in de ‘berichten’ na elk verhaal gebeurtenissen uit de geschiedenis van Suriname en het Caraïbische gebied. In die bindteksten wordt Roemer de chroniqueur van enkele eeuwen Surinaamse geschiedenis, niet op de geëngageerd-literaire manier zoals Eduardo Galeano dat deed in zijn Kroniek van het Vuur, maar als een afstandelijke historica die verdwenen geschiedenisblaadjes terug aan elkaar probeert te lijmen. De centrale gebeurtenis in Gewaagd leven is een dodelijk auto-ongeval dat door Onno wordt veroorzaakt. Zijn broer Hagith Mus laat zich echter als de schuldige opsluiten. Onno is in een kerk gevlucht en daar zijn leven verbrokkeld, aan zich voorbij ziet gaan. Het gezin Mus, waar Onno uit voorkomt, wordt gedomineerd door zijn vader Michaël, die meestal afstandelijk louter met zijn initialen M.M. wordt aangeduid. Hij is een predikant die zijn beroep geen eer aandoet. Hij mishandelt zijn vrouw en kinderen, hij gaat uit en heeft buitenkinderen; hij is een grenzeloze opportunist en raakt verwikkeld in drugszaken. Astrid Roemer: ‘Die predikant is zo verkeerd begrepen. Men heeft in hem vooral de kolonisator menen te herkennen. Maar mijn personage is uiteraard veel meer dan dat. Hij symboliseert de worsteling van een goed mens met het ‘menselijk tekort’. In een context van geweld is het vooral voor mannen moeilijk om boven het geweld uit te stijgen. De functie van de ruimte in deze roman is het karakteriseren van personages: ‘Een mogelijkheid die hiervoor al even is aangestipt, is dat de ruimte wordt ingezet voor de nadere karakterisering van een personage.’ (Van Boven & Dorleijn 2003: 293) De ruimte waarin een personage normaal thuis hoort vertelt veel over dat personage. Als de ruimte door een personage via focalisatie wordt waargenomen, merken we als lezer ook meteen meer over hoe dat personage in elkaar steekt. Het centrale thema van de monotonie en onontkoombaarheid van Onno z’n leven behelst zijn geïsoleerde, teruggetrokken positie in de wereld en zijn visie op de maatschappij, die hij als kil en gevoelloos ervaart’. Hier gaat het om de semantische waarde van de ruimte, maar minder in relatie tot andere elementen van de literaire wereld. De ruimte heeft op zich een waarde die de roman mee draagt. In de gevallen die hiervoor ter sprake kwamen, draagt de ruimte in relatie tot personages bij aan de centrale betekenis van de roman. De ruimte kan echter ook op andere manieren gethematiseerd zijn en bijvoorbeeld meer rechtstreeks het hoofd- of grondmotief steunen. (Van Boven & Dorleijn 2003: 294) . Hierbij geven theoretici het voorbeeld van streekromans waarbij vaak de tegenstelling tussen de (chaotische) stad en het (rustgevende) platteland verwijst naar de ‘diepere zin’ van het werk. De ruimte is dan ‘op het letterlijke niveau van de tekst aanwezig en fungeert in zijn letterlijke betekenis, maar drukt tevens een diepere betekenis uit.’ (Van Boven & Dorleijn 2003: 295) Hierbij kan men denken aan de onhuiselijke oorden in T.S. Eliots The Waste Land (1922) die het failliet van de voorbije beschaving weergeven, of aan Dresden in Harry Mulisch’ Het stenen bruidsbed (1959) dat onmogelijke verovering door onlosmakelijke vernietiging symboliseert. Bij poëzie vervult de ruimte een andere functie dan in proza. ‘In lyrische teksten, die dus geen handeling bevatten, kan de ruimte eveneens een structurerend en betekenisdragend element zijn, maar dat functioneert enigszins anders dan in verhalende teksten’ (Van Boven & Dorleijn 2003: 295). In navolging van F.C. Maatje noemen Van Boven en Dorleijn de lyrische ruimte statisch, een herinneringsbeeld, in tegenstelling tot de ruimte in verhalende teksten waarin handelingen plaatsvinden. (Van Boven & Dorleijn 2003: 296) ‘In een verhalende situatie krijgt, met andere woorden, de ruimte gestalte door middel van categorieën die in lyrische situaties ontbreken: de handeling, de gebeurtenissen en de tijdscategorie waarmee die zijn verbonden.’ (Van Boven & Dorleijn 2003: 297) Poëzie bevat geen echte acties en geen tijdsverloop dat daarmee samenhangt. De rol van de plaats kan echter niet enkel duidelijk worden in de interactie tussen plaats en personages of tussen plaats en gebeurtenissen: ‘Groepering van de plaatsen ten opzichte van elkaar is daarbij een manier om inzicht te krijgen in de relaties tussen de [ruimtelijke] elementen.’ (Bal 1978: 49-50) De plaatsen ontlenen dus ook hun rol en betekenis aan hun positie ten opzichte van de andere plaatsen. Daarbij is de oppositie tussen binnen en buiten vaak relevant, maar ook andere tegenstellingen zoals hoog – laag, ver – dichtbij, gesloten – open, eindig – oneindig komen dikwijls voor. Welbewust probeert Astrid H. Roemer een middenweg uit te zetten tussen traditionele en moderne literaire normen. De vertelde wereld in een roman moet vooral ‘waar’ zijn en dat wil zeggen: naar het leven (de werkelijkheid, en bij de ‘vrouwenromans als Over de Gekte van een vrouw). In deze roman vertelt de vrouw haar gefragmenteerde leven en bespreekt zij ook enkele

belangrijke ruimten. Daaruit blijkt dat de strijd van de vrouw die alles overhoop doet gooien en alles doet omkeren , een traditionele brug moet voorstellen die gericht is op open communicatie. Het geslotene staat traditioneel in verbinding met het beschermende. Hier wordt die connotatie geïroniseerd en ondermijnd. Zo wordt de dubieuze positie van expliciet de Surinaamse vrouw extra in de reeks van strijdruimten betrokken. Een paradigma van opposities vat Weisgerber onder het begrip ‘continuïteit’. De waarnemingsruimte is gekenmerkt door discontinuïteit. Het territorium van de Surinaamse vrouw wordt ingesloten door een aangelegde muur door mannen. De geografische horizon daarentegen wordt, naar de visie van de Surinaamse vrouw, met continuïteit gewaardeerd. Bij de werkelijke ruimten stoot men steeds op grenzen. De geografische horizon daarentegen is overwegend continu. Die zijn ook vrij lokaal, in tegenstelling tot de andere delen van de geografische horizon. De tijd van de ‘detaillerende woordkunst’ is dan ook  voorbij. Het is zaak dat schrijvers zich concentreren op ‘het essentiële’. Daar waar het als enige kritische norm gold, leek Astrid H. Roemer als gezegd op twee gedachten te hinken.: geplaatst voor de keuze tussen een ‘relatieve beoordeling’ en ‘een meer voltrokken maatstaf’ overwoog zij kennelijk dat de laatste de voorkeur genoot . Onno’s moeder heeft er, ondanks alle vernederingen die ze moet doorstaan, moeite mee definitief met haar echtgenoot te breken. Haar innerlijke verscheurdheid brengt haar naar Nederland en weer terug. Onno zelf wordt heen en weer geslingerd tussen de verbondenheid met zijn familie, uitgezonderd zijn gehate vader die hij zelfs bijna om het leven brengt tijdens een worsteling in het water, en zijn verlangen om later als astronaut aan de aarde te ontstijgen. Hij is een wereldvreemde dromer, opgesloten in een eigen wereld. Onno zoekt meer de zachte vrouwenwereld dan de machowereld van zijn vader en zijn broer. Toch is juist die broer in staat tot wezenlijke moed als hij de schuld van het ongeluk op zich neemt. De onevenwichtige verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke elementen in de maatschappij en in de mens, is een belangrijk thema in deze roman en in het werk van Astrid Roemer. In de adolescent Onno Mus heeft Roemer een eigen feministische visie op een niet-programmatische en overtuigende manier gestalte gegeven. De criticus Joris Gerrits merkt op: ‘Onno ontdekt dat in de strijd tussen de seksen zowel mannen als vrouwen gebruik maken van verhalen die niet bedoeld zijn om het eigen innerlijk bloot te geven, maar om onvoorwaardelijk het eigen gelijk te vestigen. En hij komt er achter dat het vestigen van het eigen gelijk dikwijls of altijd samengaat met het verdoezelen van de waarheid. Gewaagd Leven, zoals heel de trilogie overigens, handelt over waarheid en leugen in de liefde – deel twee is opgedragen aan ‘minnaressen en hun minnaars’, deel drie aan ‘echtparen’ – tegen de achtergrond van waarheid en leugen in de politieke geschiedenis van Suriname. Om de gelaagdheid van ‘de waarheid’ aan te geven zegt Astrid Romer in een passage over Onno Mus: ‘Om het overzichtelijk te houden heeft hij bedacht dat er feiten bestaan en verhalen. Hij denkt daarbij aan een suikerspin: het stokje is een feit, de opgeblazen suiker het verhaal; samen vormen ze de ‘waarheid’. (p. 26)

Dr. Ir. Drs. Rabin Gangadin

Datum: | Bron: Dagblad Suriname | Door: Redactie