• dinsdag 27 September 2022
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Geen nieuwe feiten bij getuigenverhoor Decembermoordenzaak

| de ware tijd | Door: Redactie

door Ivan Cairo

PARAMARIBO — Het verhoor van een aantal getuigen woensdag bij de voortzetting van het hoger beroep in de Decembermoordenzaak heeft geen nieuwe feiten aan het licht gebracht. De getuigen Ivan Graanoogst, Henk Mohamed Said, John Hardjoprajitno en Iwan Dijksteel hebben min of meer herhaald wat ze al hadden verklaard tijdens het strafrechtelijk onderzoek bij de politie en rechter-commissaris en bij de zittingen van de krijgsraad.

Hier en daar moest hun geheugen worden opgefrist door de leden van de kamer die deze zaak behandelt en door de waarnemend procureur-generaal. Toch is strafpleiter Irvin Kanhai ervan overtuigd dat met de afgelegde

verklaringen het belangrijkste element van moord, dus voorbedachtenrade, is komen weg te vallen.

Met de getuigenis van Graanoogst komt volgens raadsman Kanhai “een van de meest belangrijke elementen van moord weg te vallen”

Zijn cliënten Desi Bouterse, Ernst Geffery, Stephanus Dendoe, Iwan Dijksteel en Benny Brondenstein werden eerder door de Krijgsraad tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord en gingen vervolgens tegen dat vonnis in beroep. Zij worden verantwoordelijk gehouden voor de moord in december 1982 op vijftien tegenstanders van de toenmalige regering die geleid werd door Bouterse.

‘Te veel gewicht aan draaiboek’

Volgens Kanhai heeft de krijgsraad bij haar vonnis te veel gewicht gegeven aan het woord ‘draaiboek’ dat ten tijde van de levensberovingen door de daders zou zijn afgewerkt. De krijgsraad kwam daarom, aldus de raadsman, tot de verkeerde conclusie van moord met voorbedachtenrade. Hij vindt steun van zijn redenering in de getuigenis van Graanoogst. Hij verklaarde dat standrechtelijke executies, zoals die op 8 december 1982 hebben plaatsgevonden, nimmer onderdeel kunnen zijn geweest van een draaiboek van een militaire operatie.

Als minister van Leger en Politie ten tijde van de moorden was Graanoogst niet vooraf in kennis gesteld dat een aantal personen, die verdacht werden van het willen plegen van een coup tegen het wettig gezag, in opdracht van de legerleiding werden opgehaald en overgebracht naar Fort Zeelandia. Toen de vijftien mannen al waren omgebracht werd de ministerraad onder leiding van premier Henry Neijhorst tijdens een regeringsvergadering op 9 december door Bouterse geïnformeerd over het voorval. Als reactie op die mededeling diende de voltallige ministerraad haar portefeuille in.

Tegenover journalisten stelde Kanhai dat tijdens het strafproces de verdediging heeft aangegeven dat er geen sprake was van koel en kalm beraad toen de feiten zijn gepleegd. Met de getuigenis van Graanoogst komt volgens hem “een van de meest belangrijke elementen van moord weg te vallen”. De Krijgsraad heeft volgens hem “een bepaalde betekenis gegeven die niet klopt omdat ze te weinig kennis hebben van militaire zaken”. De jurist is van oordeel dat gekeken dient te worden naar wat de situatie in Fort Zeelandia was toen de feiten werden gepleegd. Volgens hem was er sprake van een panieksituatie.

‘Geen enkele juridische waarde’

Hoewel Kanhai optimistisch klinkt, is advocaat Hugo Essed, die nabestaanden van de slachtoffers juridisch bijstaat, van oordeel dat de getuigenverklaringen niet in het voordeel waren van de verdachten. De afgelegde verklaringen hebben volgens hem ‘geen enkele’ juridische waarde. “Mijn conclusie is dat deze verhoren, in ieder geval voor de verdachten, geen enkel voordeel hebben opgeleverd. Integendeel,” stelt Essed.

Dijksteel, die ook in het fort was, meende te weten dat Dendoe ten tijde van de moorden daar te hebben gezien. Hij gaf aan zich mogelijk te vergissen in de dag, omdat het destijds in Fort Zeelandia een “gaan en komen” was van de leden van de Groep van Zestien. Dendoe was een van de zestien onderofficieren die op 25 februari 1980 onder leiding van Bouterse de staatsgreep pleegden. Hij beweert dat hij zich ten tijde van de moorden bevond in het dorp Wanhati aan de Cotticarivier en pas daarna naar Paramaribo was teruggekeerd. Getuige Mohamed Said zegt Dendoe niet in het Fort Zeelandia te hebben “gezien of aangetroffen”.

‘Geen gangbare norm’

Hardjoprajitno noch Graanoogst waren op de hoogte van enig draaiboek om subversieve krachten op te pakken en te vermoorden. Het enige dat Hardjoprajitno, destijds minister van Cultuur, Jeugd en Sport, weet is dat verdachten na te zijn opgepakt naar “elders” verbannen zouden worden. Er is, aldus Hardjoprajitno, nooit gesproken over het doodmaken van tegenstanders.

Graanoogst merkte op vragen van de rechters op dat “standrechtelijke executies geen gangbare norm is bij militaire operaties”. Het verhaal dat Bouterse toen aan de ministerraad opdiste dat de verdachten bij een vluchtpoging waren doodgeschoten, vond hij ongeloofwaardig en onaanvaardbaar. Vandaar dat hij samen met de voltallige ministerraad zijn ontslag bij Bouterse had ingediend.

“De ministerraad had geen vrede met de uitleg en gebeurtenissen van 8 december. Daarom zijn de portefeuilles neergeld”, aldus de toenmalige minister. Hoewel hij niet ter plekke was, is Graanoogst ervan overtuigd dat Bouterse geen opdracht heeft gegeven voor de buitenechtelijke executies. “Ik ken de man en ik weet dat hij zo een opdracht nooit zou hebben gegeven”, zei hij als getuige. Woensdag werd het getuigenverhoor door de rechtbank afgesloten. Op 31 oktober wordt, wanneer de behandeling wordt hervat, een aanvang gemaakt met het verhoor van de verdachten.

| de ware tijd | Door: Redactie