• donderdag 29 September 2022
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Excuses en reparaties heet hangijzer bij bezoek Nederlandse parlementaire delegatie

| de ware tijd | Door: Redactie

Tekst en beeld Tascha Aveloo

PARAMARIBO — “Er zijn twee groepen rond het vraagstuk van erkenning van het Nederlandse slavernijverleden: wel of niet excuses aanbieden en herstel betalingen.” Armand Zunder, voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie Suriname, heeft in het kader van het bezoek van de delegatie van de Nederlandse Tweede Kamer een inleiding gehouden die zich concentreerde rondom het aspect van reparaties en het erkennen van de wreedheid van de slavernij.

De parlementariërs, die ook Curaçao, Sint Maarten en andere eilanden zullen bezoeken, willen zich laten informeren over het koloniale verleden en de gevolgen die merkbaar zijn. Ruim twaalf jaar geleden

publiceerde Zunder het boek ‘Herstelbetalingen’ waarin deze materie volledig wordt uitgelegd. Volgens hem zullen gauw nog twee boeken hierover worden uitgegeven.

“Die verontschuldigingen moeten hier in Suriname worden aangeboden en door het hoogste gezag: de koning of de premier van Nederland”

“Aan de ene kant heb je in de delegatie leden van het Christen-Democratisch Appèl (CDA) en de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD), die moeite hebben met het aanbieden van excuses en totaal niet georiënteerd zijn op reparaties of herstel. En aan de andere kant SP (Socialistische Partij), Groen Links, D66, Denk en Partij van de Arbeid. En die zijn in principe voorstander van het erkenning van het slavernijverleden en aanbieden van excuses. Over herstel hebben zij zich nog niet uitgesproken.”

Zunder vindt dat de witte Eurocentrische onderzoekers het Nederlandse slavernijverleden “onder het tapijt hebben geschoven”, maar andere onderzoekers ontdekken steeds meer dingen. Zo werd bijvoorbeeld ontdekt de invloed en functie van De Nederlandsche Bank in de slavernij.

Als wordt gesproken over slavernij moet er allereerst bij worden stilgestaan dat de eerste slaven de inheemsen waren en dat die enorm hebben geleden tot 1824. “Ze werden verhandeld en vooral opgejaagd in het oosten van Suriname. Als er zeg maar zes werden gevangen moest één worden afgestaan aan de gouverneur die zo een slaaf mocht verkopen.” In die tijd werden ook veel inheemsen naar Nederland gestuurd en weet men niet wat met hen is gebeurd.

Hel op aarde

Volgens Zunder zijn mensen in Nederland pas in 2019 wakker geschud over het slavernijverleden. Maar  wetenschappers in het land hebben zich laten misbruiken door onderzoek te doen dat methodisch niet klopt. “Ze hebben niet gekeken naar de echte realiteit en die is dat het voor de tot slaaf gemaakten in Suriname een ware ‘hel op aarde’ was. Maar men onderzoekt niet. Er is een scenario opgezet waarbij de witte onderzoekers het vraagstuk van erkenning van de slavenhandel en slavernij moeten onderzoeken. En in die publicaties ontbreken belangrijke zaken.”

Zo stelt Zunder dat “de daadwerkelijke manier waarop slavernij en slavenhandel zijn uitgevoerd, niet voorkomt in deze studies”. “Mensen hebben in een periode van langer dan tweehonderd jaar gewerkt zonder loon, vaak meer dan tien uur per dag. Ze werden in twintig jaar boekhoudkundig afgeschreven.  De menselijke pijncomponent wordt dus totaal niet aangehaald.”

Zunder stelt dat onderzoekers zichzelf hebben nagepraat. Hij heeft gevraagd dat er een commentaar wordt geleverd op zijn boek over herstelbetalingen, maar dat is nog steeds niet gebeurt. In het onderzoek naar de rol van DNB, dat is gedaan door de Leidse Universiteit, werd ook dat elementen van menselijk lijden totaal niet aangeraakt. “In het rapport wordt namelijk de slavernij bekeken als een juridisch ding, terwijl het een vraagstuk is waar men verschrikkelijk veel aan verdiend heeft en waarvan de gevolgen tot op de dag van vandaag nog zichtbaar zijn bij de nazaten van de inheemsen en de tot slaaf gemaakte Afrikanen.”

Eigen onderzoek

Zunder vertelde verder hoe de verbanden lagen tussen de Nederlandse regering, toen geheten de Staten-Generaal van 1571 tot 1814 en hoe die al de octrooien heeft verstrekt aan diverse bedrijven zoals de West-Indische Compagnie (WIC). Dat gebeurde allemaal in naam van God. De Staten-Generaal was ook aandeelhouder in de WIC. Daarbij zijn er ook de verschillende opvattingen over hoeveel mensen er echt naar Suriname en de rest van de wereld, zijn ‘verscheept’.

Zunder riep op dat het echte onderzoeken moet geschieden door onderzoekers uit de landen zelf, die onder de slavernij gebukt zijn gegaan. De voorvechter stelt dat uiteindelijk vanuit Suriname zelf zal moeten worden aangegeven wat de materiële en immateriële schade is geweest van het koloniale verleden. Hij stelt wel dat voorafgaand daaraan de excuses moeten komen voor de misdaden die gepleegd zijn tegen de mensheid.

“Die verontschuldigingen moeten hier in Suriname worden aangeboden en door het hoogste gezag: de koning of de premier van Nederland. Vervolgens zal er overeenstemming moeten worden bereikt over een duidelijk programma van herstel, over hoe de door de slavernij aangerichte schade zal worden hersteld.” Dat geld zou kunnen worden ingezet voor projecten om die achterstanden in Suriname te verhelpen zoals onderwijs, wegenbouw, het opzetten van laboratoria voor natuurlijke geneeswijzen, ontwikkeling en nog veel meer.

| de ware tijd | Door: Redactie