• vrijdag 30 September 2022
  • Het laatste nieuws uit Suriname

De Huurwet Woonruimte 2020

| starnieuws | Door: Redactie

In SJB 2022 no. 1 is een artikel verschenen van de hand van mr. D.R.S. Rueb, (hierna te noemen de auteur) getiteld: De Huurwet Woonruimte (HW) 2020. De Huurbeschermingswet 1949 was een product van de naoorlogse wetgeving in Nederland, waarbij de huurprijzen aan banden gelegd werden en de huurder een sterke huurbescherming genoot. Dit geschiedde door huuropzegging alleen maar mogelijk
te maken op een beperkt aantal gronden met rechterlijke controle. Het gevolg was dat het voor de verhuurder moeilijk was om de huurder het pand te laten ontruimen, ook al was de overeengekomen huurperiode verstreken. De bedoeling van de nieuwe HW is om de positie van huurder en verhuurder in evenwicht te brengen.   Instelling Huurcommissie De belangrijkste vernieuwing is de instelling van een Huurcommissie met vastlegging van haar taken en werkwijze. Voor iedere beëindiging van de huur van woonruimte is een opzegging nodig, maar ook voldoende. Bij de opzegging moet een termijn in acht genomen worden waarbij de lengte afhankelijk is van verschillende omstandigheden. Voor de verhuurder is het mogelijk gemaakt de ontruiming van de huurder te doen plaatsvinden op basis van een verklaring van de Huurcommissie dat de verhuurder aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten heeft voldaan. Met de invoering van de HW is de Huurbeschermingswet 1949 ingetrokken. Eén van de belangrijkste redenen voor invoering van de HW is een tekort aan huurwoningen van goede kwaliteit. Volgens de MvT waren verhuurders vanwege de in de oude wet vastgelegde huurbescherming veelal niet bereid om met lokale woningzoekenden een huurovereenkomst voor langere tijd aan te gaan. Tot vóór de invoering van de nieuwe wet moest de verhuurder een kostbare en tijdrovende procedure bij de kantonrechter voeren om de huurder tot ontruiming te dwingen. Huurcommissie niet operationeel De HW verklaart dat er een Huurcommissie is gevestigd te Paramaribo en dat de leden door de minister (SoZaVo) worden benoemd. De benoembaarheidsvereisten en de bezoldiging moeten worden vastgesteld bij of krachtens Staatsbesluit. De auteur wijst erop dat twee jaar na de inwerkingtreding van de wet, het staatsbesluit nog steeds niet geslagen is. Termijnen Een andere belangrijke vernieuwing betreft de bij de opzegging in acht te nemen termijnen. Volgens de HW moet bij de opzegging van een voor bepaalde tijd aangegane huurovereenkomst een termijn van drie maanden in acht genomen worden. Bij verhuur voor onbepaalde tijd en bij mondelinge huur lopen de in acht te nemen termijnen uiteen. In beginsel zes maanden voor de verhuurder en drie maanden voor de huurder. Ontruiming woonruimte Is de huurbeëindiging definitief, dan moet de huurder ontruimen. Bij weigering is de verhuurder bevoegd tot gedwongen ontruiming waarvoor een verklaring van de huurcommissie nodig is. De voorschriften voor het verkrijgen van de verklaring zijn uitvoerig in de HW geregeld. Rueb merkt op dat de inhoudelijke controle door de kantonrechter m.b.t. de ontruiming is vervangen door een beperkte mate van formele controle door de Huurcommissie. Huurbescherming gezin (medehuur) Een andere noviteit is de huurbescherming van het gezin. De behoefte aan bescherming van de echtgenoot of van de partner werd lange tijd in de praktijk gevoeld. De HW heeft het begrip medehuur geïntroduceerd in geval de contractuele huurder een echtgenoot of een partner heeft waarmee hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding van tenminste twee jaar heeft en die echtgenoot of partner eveneens op het adres van de gehuurde woonruimte in het bevolkingsregister is ingeschreven. De echtgenote of partner is in dit geval van rechtswege medehuurder. Het belang van het medehuurderschap ligt vooral in de mogelijkheid van de medehuurder om onder omstandigheden de contractuele positie van de huurder te kunnen overnemen. Toedeling huurrecht en overlijden huurder De HW geeft een voorziening in geval de echtgenoten of partners uit elkaar gaan en geen overeenstemming kunnen bereiken over wie van hen de uitsluitende huurder van de woonruimte zal zijn. De echtgenoten kunnen in een scheidingsprocedure een beslissing van de kantonrechter vragen. Indien de huurder overlijdt en er is een medehuurder, dan wordt laatstgenoemde gepromoveerd tot huurder. Is er geen medehuurder aanwezig, dan eindigt de huur aan het einde van de tweede maand na het overlijden van de huurder. Huurprijs (SRD of VV?) Het uitgangspunt is dat de huurprijs voor ingezetenen met een SRD-inkomen, wordt vastgesteld in Surinaams courant. Is een huurder niet-ingezetene of een ingezetene met een aantoonbaar vast inkomen in een vreemde munteenheid, dan kan de huurprijs in een vreemde valuta worden overeengekomen. Het lijvige (bijkans 20 pagina’s), maar zeer informatieve artikel is van belang voor iedereen die zich in de praktijk met huurovereenkomsten bezighoudt in het bijzonder advocaten, notarissen, makelaars, deurwaarders en leden van de Rechterlijke Macht. Carlo Jadnanansing

| starnieuws | Door: Redactie