• woensdag 19 January 2022
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Rechter verbiedt staat om betwiste artikelen uit Valutawet toe te passen

| Waterkant | Door: Redactie

De Kantonrechter in kort geding heeft op 13 augustus 2020 zijn vonnis uitgesproken in de zaak rakende de omstreden Wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren (WCVT) in Suriname. Het kort geding werd aangespannen door de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB), Associatie van Surinaamse Fabrikanten (ASFA) en de Surinaamse Verenging van Assurantie Maatschappijen (SURVAM). De VSB was de trekker van dit proces.

De staat heeft in haar verweer eerst getracht te concluderen dat de VSB niet ontvankelijk verklaart moet worden, vanwege het ontbreken van rechtspersoonlijkheid. Dit verweer van de staat werd door de rechter verworpen, gezien de VSB haar rechtspersoonlijkheid heeft kunnen bewijzen.

De VSB heeft zich op het standpunt gesteld dat de artikelen 3 leden 5 en 6 WCVT tegenstrijdig zijn met artikel 3 leden 1 en 2 WCVT, omdat volgens de eerstgenoemde leden van het artikel geen afspraak kan worden gemaakt om voor goederen of diensten girale vreemde valuta betalingen te ontvangen, terwijl in de laatstgenoemde leden van hetzelfde artikel die afspraken wel mogelijk zijn.

Volgens de VSB is daardoor artikel 10 lid 3 onkenbaar, omdat onduidelijk is of ook afspraken inzake vreemde valutabetalingen in reeds bestaande overeenkomsten moeten worden omgezet, indien zij tevens de mogelijkheid bieden tot girale betalingen in vreemde valuta of kunnen worden aangepast in een overeenkomst die daarin voorziet.

Daarom is door de VSB geopperd dat handhaving van met name artikel 9 WCVT in strijd is met het legaliteitsbeginsel. Aan de kantonrechter kwam om die redenen in dit concreet geval toetsing toe op de voet van artikel 137 van de Grondwet.

De staat zag geen strijd met het legaliteitsbeginsel. De tegenstrijdigheid tussen bepalingen in de wet werd betwist.

Oordeel Kantonrechter

| Waterkant | Door: Redactie