• donderdag 29 July 2021
  • Het laatste nieuws uit Suriname

COLOMBIA ZIET KANSEN IN TEELT VAN MEDICINALE CANNABIS

Datum: | Bron: United News | Door: Redactie

Cannabis is in Colombia, net als de cocateelt, een pijnlijk verhaal. Dat heeft alles te maken met de recente geschiedenis van drugstrafiek en geweld. Maar in 2016 kwam er een omslag in de politieke oorlog tegen drugs. Dat jaar werd de teelt van medicinale cannabis gelegaliseerd. MO*journalist Arne Gillis ging praten met een cannabis-CEO, een verdreven inheemse gemeenschap en een wietsmokkelaar met pensioen.

‘Buenos días’, groet de politiecommandant van Pesca, een dorpje in het Colombiaanse departement Boyacá. Andrés Fajardo groet vriendelijk terug, waarop de commandant en de CEO wat aan het keuvelen slaan. We bevinden ons op de plantages van Fajardo’s bedrijf Clever Leaves, te midden van duizenden manshoge wietplanten. 18 hectare cannabis, zo ver het oog reikt, in elke richting. De zware, zoete geur van de wietbloemen komt in vlagen door het gesprek gewaaid.

Tot vijf jaar geleden zou de commandant hier niet zijn blijven staan keuvelen. Hij zou ijlings naar zijn kazerne gespurt zijn om een arsenaal aan man- en vuurkracht op te trommelen. Dan zou hij de hele plantage in de as hebben gelegd en Andrés Fajardo voor jaren in de gevangenis hebben gedraaid. Dat, of Fajardo zou jaren later in een anoniem graf teruggevonden zijn met een kogel in het hoofd.

Dit is Colombia, een land dat tot op vandaag gebukt gaat onder drugsgerelateerd geweld. Decennialang werd de huidige business van Fajardo gecontroleerd door gewapende bewegingen. Die bewegingen – paramilitairen, guerrilla en criminele bendes – zijn de hoofdrolspelers in de burgeroorlog die tot op vandaag verder woedt. De opbrengsten van zowel de cocaplant als de marihuanaplant hielpen een conflict financieren dat 220.000 levens eiste en miljoenen Colombianen op de vlucht deed slaan.

Maar de tijden zijn toch veranderd. In 2016 keurde het Colombiaanse parlement Wet 1787 goed, op initiatief van toenmalig president Juan Manuel Santos. Wet 1787 moest niets minder dan de loop van de geschiedenis veranderen. Vanaf juli van dat jaar werden de teelt en de verkoop van medicinale cannabis gereguleerd. Daarmee voegde Colombia zich bij een reeks van zo’n dozijn landen die uiteenlopende reguleringen opzetten om de voordelen te verkennen van cannabis als geneeskrachtige plant.

Niet zelden kwam die verandering er na een verwoestende war on drugs op eigen bodem. Ook, en vooral zo, in Colombia. De recente geschiedenis is er gemarkeerd door drugstrafiek en bijhorend geweld.

In de jaren ‘60 en ‘70 stond Colombia te boek als ’s werelds belangrijkste leverancier van marihuana. De wietsoorten Santa Marta Gold en Red Point hadden een ronduit legendarische faam. Met de opkomst van cocaïne verdween cannabis als smokkelwaar wat naar de achtergrond. Vooral omwille van het verschil in volume met cocaïne: een paar koffertjes coke leveren al snel evenveel op als een vrachtschip wiet.

Maar het geweld door de trafiek groeide jaar na jaar, en raakte meer en meer verwikkeld met de burgeroorlog, die op zijn beurt in de jaren ‘60 ontstond uit onvrede over ongelijkheid en de toegang tot landbouwgrond. In de hallucinante drugsopbrengsten zag de guerrilla een efficiënte manier om zijn politieke project te financieren. De drugskartels gingen zich dan weer bewapenen ter verdediging tegen afpersing en kidnapping.

Medicinale cannabis werd plotsklaps de kip met de gouden eieren.

Het strikte antidrugsbeleid van Colombia, grotendeels afgedwongen door de Verenigde Staten, deed de druk op de ketel toenemen. Het zorgde voor verschrikkelijke uitwassen vanuit alle hoeken. Zowel het leger, de guerrilla, de kartels als paramilitaire organisaties zijn zo verantwoordelijk voor miljoenen ontheemden en honderdduizenden doden.

Net dat maakt de wet van 2016 zo speciaal. Voor het eerst sinds decennia begon de Colombiaanse regering anders naar drugs te kijken. Waar voordien de focus lag op verbod en militaire aanvallen tegen overtreders, zag de regering plots in dat het land wel eens een gouden zaak kon doen met de legalisering. De cijfers liegen er alvast niet om. De groeiprognoses voor de markt van medicinale wiet lopen tot in de honderden miljarden dollars tegen 2025.

Medicinale cannabis werd plotsklaps de kip met de gouden eieren, en niet alleen voor de economie of voor de volksgezondheid. Wet 1787 moest een factor worden in de heropbouw van Colombia, dat door zoveel drugsgeweld was getroffen. Een ‘andere visie op drugs’ werd expliciet opgenomen in het vredesakkoord met de FARC-guerrilla.

Daarnaast voorziet Wet 1787 ook in een legaal alternatief voor families die voordien betrokken waren bij de illegale drugsteelt. Al is het niet duidelijk in welke mate die clausule haar weg naar de praktijk gevonden heeft.

Verschillende ondernemers aarzelden niet om in het gat te springen. Het ministerie van Gezondheid en Justitie reikte tot nu toe al zo’n 120 licenties uit. Wie zich bij die ondernemers een stel hippies in kleurige hangbroeken voorstelt, komt bedrogen uit. Andrés Fajardo van Clever Leaves studeerde bijvoorbeeld aan prestigieuze universiteiten, zowel in Colombia als in de Verenigde Staten.

Fajardo rook onmiddellijk het potentieel van de nieuwe wet. Samen met collega-ondernemer Gustavo Escobar dokterde hij een businessplan uit, voor een van de eerste Colombiaanse ondernemingen in de sector van de medicinale cannabis. Luttele weken later sprong Julian Wilches mee op de kar, de voormalige directeur van het Colombiaanse drugsbeleid. Het team trok kapitaal aan, ontwikkelde zich verder, fuseerde met een ander bedrijf en bereikte eind 2020 de Amerikaanse aandelenbeurs Nasdaq, een unicum.

‘We buigen iets dat ons zoveel schade heeft toegebracht langzaamaan om naar iets positiefs.’ Andrés Fajardo, CEO van Clever Leaves

Vandaag is Clever Leaves het enige Colombiaanse cannabisbedrijf dat zijn producten naar Europa mag uitvoeren. De Europese importlicentie geldt zowat als de heilige graal in het wereldje. Het Colombiaanse bedrijf heeft fysieke vertakkingen in Portugal, Duitsland en de Verenigde Staten, alles in overeenstemming met de lokale wetgeving. Daar komt gerust wat pragmatisme bij kijken. Zo is de verkoop van droge wietbloemen vooralsnog verboden in Colombia, dus besteedt Clever Leaves die taak uit aan het Portugese dochterfiliaal.

Fajardo is er zichtbaar trots op. Als Colombiaanse staatsburger beseft hij als geen ander tot welke ellende drugs heeft geleid. Flanerend tussen zijn cannabisvelden vertelt hij over zijn visie. ‘De Colombiaanse marihuana is wereldwijd bekend, maar is ook nauw verbonden met de pijnlijke geschiedenis van dit land. Dat beeld zijn wij aan het veranderen, en het is aan het lukken. Zo buigen we iets dat ons zoveel schade heeft toegebracht langzaamaan om naar iets positiefs.’

Clever Leaves stelt intussen meer dan 350 mensen tewerk, waarvan zeventig procent vrouwen. Eén van hen is Carolina Silva (22). Ze studeert psychologie en komt uit Pesca. Ze geeft toe dat ze cannabis vroeger vooral associeerde met straatgeweld en banditisme. ‘Maar sinds ik hier werk, heb ik de andere kant van de medaille leren kennen. Hoeveel mensen zijn er wel niet ziek die geholpen kunnen worden met onze producten? Het zou niet slim zijn om vast te blijven houden aan het negatieve imago dat deze plant al zo lang heeft. Want dat is maar één aspect van het verhaal.’

Een rijke regio is het niet, deze streek in het departement Boyacá. Historisch gezien worden er vooral uien geteeld. De dorpen ogen wat uitgeblust, hun inwoners lijken vooral tot het oudere leeftijdssegment te behoren. En toch is dit de perfecte plek voor de teelt van medicinale cannabis. ‘Pesca is landbouwgebied. Voor de teelt van cannabis ligt het op de perfecte hoogte, met voldoende zon.’

Een andere parameter is de sociale samenhang en veiligheid in Pesca. Het is al vijftien jaar geleden dat hier nog iemand vermoord werd’, klinkt het bij Fajardo. Dat er een kazerne van het leger op wandelafstand ligt, lijkt mooi meegenomen.

Ja, de dagen rollen vredig en veilig verder in Pesca. De omzet en winstmarges van bedrijven als Clever Leaves zijn intussen enorm. Maar ondanks het positieve verhaal van bedrijfsleiders als Fajardo, en de werkgelegenheid die zij creëeren, is niet iedereen in Colombia even opgetogen over de commercialisering van cannabis.

In San Cristobál, een volkswijk van de hoofdstad Bogotá, verzamelen leden van de inheemse Tubú-gemeenschap zich in het huis van Imika Tariru. Veertien jaar geleden kwamen deze mensen aan in de hoofdstad, op de vlucht voor geweld in hun leefgebied in het departement Vaupés. Dit departement geldt als zowat het meest geïsoleerde van heel Colombia.

‘Coca en cannabis hebben gediend als brandstof voor het conflict dat ons verjaagd heeft.’ Imika Tariru, lid van de Tubú-gemeenschap

De isolatie maakte het gebied in de loop der jaren ideaal voor de illegale kweek van coca en wiet, in de eerste plaats voor de FARC-guerrilla. De inkomsten van de drugs uit deze planten wakkerden het geweld aan, dat al snel oversloeg naar de inheemse gemeenschappen die al eeuwenlang in het gebied woonden. Maar groepen als de Tubú gebruiken deze planten al lange tijd in hun traditionele ceremonieën.

Imika Tariru is intussen 64 jaar en probeert een oplossing te vinden voor zijn gemeenschap. ‘We voelen ons in de hoofdstad niet thuis. Wij willen terugkeren naar de jungle.’ Met de financiële hulp van een ngo zou er een oplossing voorhanden zijn: een verhuis naar de regio rond Cali, aan de andere kant van het land. In het huis van Tariru wordt vanavond beslist over de wenselijkheid van dat plan.

Zulke beslissingen worden doorgaans genomen met een zogenaamde mambe, een traditie van spreken en redeneren waar vele soorten planten aan te pas komen. Niet in het minst: tabak, coca en cannabis. Het fijne, groenige mengsel wordt in de kaak bewaard of rechtstreeks in de neus geblazen met een pijpje. Een ronduit duizelingwekkende ervaring.

Ondertussen wordt er gediscussieerd; het mengtaaltje tussen de taal van de Tubú en het Spaans is moeilijk te volgen. De Tubú hebben een uitgesproken praatcultuur. Het valt op dat mensen gemakkelijk een half uur aan het woord zijn. Zelfs tijdens de pauzes die vallen worden ze niet onderbroken.

Tot diep in de nacht gaan de gesprekken door. Dat Bogotá in lockdown is wegens de stijgende coronacijfers lijkt van geen tel. Uiteindelijk komen de verzamelde Tubú niet tot een beslissing over hun toekomstige woonplaats. Maar de mambe is desalniettemin een succes geweest. ‘Zulke beslissingen laten zich niet afdwingen in één nacht.’

Ik vraag Imika of hij akkoord gaat met de commercialisering van cannabis door bedrijven als Clever Leaves. Hij is opgetogen dat de plant uit het verdomhoekje raakt, maar toch is hij niet eenduidig positief. ‘Cannabis behoort hen niet toe, degenen die er alleen winst uit willen kloppen. Ze nemen die plant en ontdoen haar van haar geschiedenis.’

Voor Imika is niet alleen het doel – in zijn ogen geldgewin – van de cannabisbedrijven verkeerd, maar ook de werkwijze. ‘Cannabis werkt alleen als je die aanvult met de eigenschappen van andere planten. Anders is het gebruik ervan zinloos, en zelfs gevaarlijk.’ Waarop hij een bruggetje legt naar de recente geschiedenis van zijn volk en land.

‘De redenen die jij noemt voor de Colombiaanse burgeroorlog: wij hebben dat allemaal echt beleefd. Coca en cannabis hebben gediend als brandstof voor het conflict dat ons verjaagd heeft, door mensen die er alleen dat deeltje van gebruikten dat hen uitkwam. Sta mij dus toe om mijn bedenkingen te hebben bij bedrijven die in dezelfde logica werken – ook al is het nu toegestaan door de wet.’

REGIO

 

Datum: | Bron: United News | Door: Redactie