• zaterdag 10 April 2021
  • Het laatste nieuws uit Suriname

'Bouterse heeft wel oor naar het leed van armen'

Datum: | Bron: De Ware Tijd | Door: Redactie

'Bouterse heeft wel oor naar het leed van armen' 28/02/2021 12:12 - Euritha Tjan A Way Roy Bottse trok in zijn jeugd heel veel met Desi Bouterse op. Foto: collectie Roy Bottse   PARAMARIBO - Suriname heeft deze week op zijn eigen wijze 25 februari een plek gegeven. Deze dag, die afhankelijk van het signatuur van de leiders wordt ingesteld of geschrapt, drukt tot nu toe een stempel op het volk. Volgens Roy Bottse, die jeugdvriend is geweest van Desi Bouterse onder wiens leiding de coup van 25 februari 1980 werd gepleegd, staan zaken niet los van elkaar. "Ik zeg dat de start van de Republiek Suriname de bezwangering is geweest van 1980." De oude vlag met vijf sterren wordt gestreken, de nieuwe vlag met een grote gele ster wordt gehesen en in het Suriname Stadion barst het feestgedreun los op 25 november 1975. "Sranan fri, unu fri", klinkt het overal. Maar dagen na de onafhankelijkheid wanneer de euforie is gaan luwen, is het duidelijk dat slechts de koloniale regeerders zijn vervangen, een nieuwe inrichting van de republiek Suriname is ver te zoeken. De geschiedschrijving spreekt boekdelen en vermeldt: "Het land was steeds corrupter aan het worden en de militairen onder leiding van Desi Bouterse grepen naar de macht, want ze mochten geen militaire vakbond oprichten en ze wilden de situatie in het land ten goede keren." Fastforward 41 jaar. Suriname heeft net een regeringswisseling gehad. De regering met aan het roer Desi Bouterse heeft een gevoelige nederlaag geleden. Het land is net gedaald met 24 plekken naar de 94ste plek op de wereld corruptie-index. Er loopt een mega-rechtszaak wegens corruptie tegen de ex-governor van de Centrale Bank Robert van Trikt en de ex-minister van Financiën Gillmore Hoefdraad. Daarenboven bestaat er nog steeds geen vakbond in het leger. Veel lijkt na 41 jaar niet te zijn veranderd. Tijdens de kranslegging op 25 februari bij het Monument van de Revolutie, waar Bouterse omringd wordt door dezelfde kameraden - althans die nog leven en hem nog trouw zijn - als 25 februari 1980, spreekt de voormalig legerleider van verlossing door de coup van 1980. Jeugdvriend van Bouterse, Roy Bottse, zegt: "Niets van waar. Er was met uitzondering van misschien Chas Mijnals geen ideologische grondslag voor de coup. De jongens hadden totaal geen bestuurlijke ervaring en sommigen van hen konden bij wijze van praten hun schoenveters niet eens goed vastbinden. Deze jongens zijn gebruikt door anderen die politieke doelen hadden en over hun rug in het machtscentrum wilden komen."   Belangenorganisatie Roy Bottse (70) is in Suriname geboren en heeft in zijn jeugd heel veel met Bouterse opgetrokken. De twee kwamen elkaar weer tegen in Nederland en beide besloten hun land te komen dienen in het Surinaamse leger na 1975. De situatie in het leger gaat snel de verkeerde kant op en Bottse knoopt in 1976 een gesprek aan met Henk Herrenberg. "Met ongeveer een man of zes in de groep met Bouterse en Abrahams wilden we praten over een belangenorganisatie in het leger, naar voorbeeld van de Vereniging van Dienstplichtige Militairen in Nederland. Maar de heren Yngwe Elstak, die bevelhebber was gemaakt na de onafhankelijkheid, en onderminister van Defensie Waldi Willemzorg zijn daar niet goed mee omgegaan. Ze dachten net als de toenmalige politiechef Jimmy Walker dat balken en sterren op de schouders maken dat mensen respect hebben voor je. Maar mensen zijn mensen die vaak gewoon goed behandeld en gehoord willen worden", zegt Bottse. Het ging niet alleen slecht in het leger, maar in het hele land. "Dat komt omdat Suriname vóór of na de onafhankelijkheid nooit de moeite heeft genomen om zichzelf te ontwerpen. Wat willen we met het land en hoe moet het eruit zien? En bij het beantwoorden van die vraag zouden de verschillende instituten opgezet moeten worden of een plek moeten krijgen ter ondersteuning van de gewenste inrichting van de Staat. In plaats daarvan werd maar aangemodderd en ook met het leger." Volgens Bottse die uit een familie komt die politiek heel actief was binnen de NPS en die afgestudeerd is aan de Koninklijke Militaire Academie op het onderwerp Militaire Machtsovername was het duidelijk dat deze attitude binnen het leger voor strubbelingen zorgde. "Elstak was een salonmilitair, een man van de aircoruimtes die het fijn vond om in zijn groene Mercedes rond te rijden. Hij woonde bij Fort Zeelandia en had een Nederlandse vrouw. Hij waande zich nog in de tijd van de Troepenmacht in Suriname (Tris) waarbij de Prins Bernhard Kazerne grondgebied was van Nederland. Kolonel Hans Valk echter was een echte veldmilitair. Hij was deel van de technische staf die het leger moest assisteren bij de transformatie."   Bezwangering Maar doordat Elstak en Valk niet door een deur konden vanwege de bovengenoemde verschillen en de sfeer in het leger steeds broeieriger werd, waren de gesprekken toen in de militaire ruimtes vaak politiek getint en in die sfeer werd Bottse een paar keer door Valk gevraagd een militaire coup te plegen. Maar net als in het boek 'Suriname van wingewest naar Natiestaat' van Jan Pronk meldt Bottse dat hij niet denkt dat Valk was aangezet door de Nederlandse overheid. "Door mijn studie en internationale contacten echter, wist ik dat de enige manier om zo een debacle op te lossen was praten en naar elkaar luisteren, maar daar had premier Henck Arron geen oor naar. En het gevolg daarvan was de coup in 1980. Vandaar dat ik zeg dat de start van de Republiek Suriname de bezwangering is geweest van 1980." Bottse noemt klinkende namen van mensen in de samenleving die nog voor de coup van 1980 de militairen ondersteunden. "Ik noem namen als Rambocus, Sheombar, Kamperveen en Slagveer. Nadat de coup was gepleegd stonden ze allen op de stoep van de militairen om hen van advies te dienen. Velen werden minister na 1980 en konden zo hun droom realiseren om in het machtscentrum te komen. Maar hun plan mislukte, want ze hadden gedacht dat de militairen met een beetje tact en overtuiging weer naar de kazerne zouden gaan, maar die hadden intussen geproefd van de macht. Dat kwam ook door de enorme ondersteuning van de Surinamers zelf. Elke militair was na 1980 koning in zijn straat. Dat gebeurde ook met de militaire leiding."   Bevrijding Bottse keert het land in 1980 echter resoluut de rug toe en vertrekt naar Nederland. "Ik was lange tijd een paria in Nederland. Want ik was tegen de coup en tegen Bouterse, terwijl veel mensen in Suriname voor deze coup waren. Pas na de Decembermoorden stonden veel van deze mannen die het leger hadden ondersteund bij mij op de stoep in Nederland." Bottse werd lid van de Bevrijdingsraad voor Suriname en leverde korte tijd via FransGuyana een bijdrage aan het trainen van soldaten om een invasie in Suriname te verwezenlijken, die overigens nooit kwam. Ook had hij enige tijd contact met Ronnie Brunswijk van het Junglecommando, de huidige vicepresident. "Maar om in die tijd veilig te zijn in het Marowijnegebied moest je marron zijn, als je fotoman was, was je niet veilig." Bottse bleef de strijd ondersteunen maar deed daarna niet persoonlijk meer mee. Als ex-militair en politicus nu in Curaçao analyseert Bottse dat Suriname na 41 jaar nog steeds niet weet wat het wil bereiken met het land. Hij illustreert: "We zijn op het Zuid-Amerikaanse continent, maar we praten als enige in de regio Nederlands. We zijn lid van de Caricom, maar hanteren niet het Commenwealth- systeem. Het hele continent rijdt rechts, wij rijden links in Suriname en onze vakanties wijken totaal af van wat het gros van de wereld hanteert. Een land kan niet zijn een beetje van dit en een beetje van dat. Je moet een richting kiezen en die aanhouden. Maar nu houden we nog steeds heel veel aan van voor 1975." Ook met het leger weten we volgens Bottse geen raad. "In de jaren na de coup zijn verschillende militairen opleidingen gaan volgen bij allerlei academies in de wereld. Soms Brazilië, dan weer Rusland en Indië. Zie daar weer het voorbeeld van hoe er geen koers was binnen het leger en het een ratje toe werd. Dit terwijl er vrijwel geen opleidingen zijn gevolgd bij de grote erkende instituten in de wereld. Die in Nederland, in Frankrijk of in Amerika. Dat zijn instituten die militaire strategie doceren en geen onderdrukking", legt Bottse uit. Daarnaast kijkt hij naar de faciliteiten in het leger en trekt de conclusie dat er maar weinig geïnvesteerd wordt in die organisatie. "Het leger is altijd een cruciale organisatie die het beleid moet ondersteunen en verdedigen. Kijk maar naar het buitenland. Het zijn de heren generaals die met de president lopen. Het zijn niet de adjudanten zoals we in Suriname zien. Kijk maar naar de voorzieningen in het leger. Hoeveel boten heeft de kustmacht en hoeveel vliegtuigen de luchtmacht?"   Goede intenties Over de bijna 22 jaar - met de vier jaar van Jules Wijdenbosch bijgeteld - die de NDP van Bouterse aan het bewind was, zegt Bottse ervan overtuigd te zijn dat zijn voormalige jeugdvriend goede intenties had. "Natuurlijk is hij bevlekt door de decembermoorden, maar er is een ding dat Bouterse heel goed kan en dat is het vermogen om arme mensen blij te maken. Hij leeft mee met hun leed en heeft er aandacht voor. Dat is mij persoonlijk veel meer waard dan allerlei economische hoogstandjes. En vergis je niet, het zijn deze mensen die achter Bouterse lopen die jarenlang zijn verwaarloosd door Pengel en de andere leiders van de NPS en waar ook nu weer niet naar geluisterd wordt." Bottse benadrukt wel dat Bouterse door de verkeerde mensen omringd wordt en daar structureel het slachtoffer van is. "Toen Suriname in 1982 te maken kreeg met de decembermoorden ging de geldkraan dicht. En Pablo Escobar leest ook de krant. Bouterse begon te bemoeien met mensen waar hij over het algemeen niets mee te maken zou hebben. Er kwamen allerlei louche figuren in het machtscentrum en daar kom je niet meer vanaf. Suriname heeft door de jaren heen ook het patroon gevolgd waar in de wereld hulp voor te vinden was als je een regiem wilde boycotten. Eerst was dat communisme, daarna drugs, vervolgens een combinatie van drugs en terrorisme - denk maar aan Dino Bouterse en Hezbollah. En daarmee kreeg Desi in zijn jaren aan de macht ook structureel te kampen. Regimes waar hij aan meedeed raakten daardoor geïsoleerd met als gevolg dat hij richtingen koos die niet in het voordeel waren van Suriname", vindt Bottse. Of zijn oud-schoolvriend op 75-jarige leeftijd nog pit heeft om de strijd weer eens op te pakken na de nederlaag van de afgelopen verkiezingen durft Bottse niet te zeggen. "Hij is wat ouder geworden en zijn gezondheid laat het misschien niet meer toe om bepaalde zaken te kunnen doen. Maar wat Suriname wel moet doen in mijn ogen is het samen begraven en een plek geven van de kunu, de vloek van de vijftien moorden van 8 december die nog steeds een wissel trekken op de ontwikkeling van het land. Daarnaast moet het land zich gaan herontwerpen een ontwikkelingspad kiezen dat de natie vooruit kan brengen", besluit Bottse.   Tweet  Gerelateerde artikelenBouterse: 'A revo skrifi geschiedenis'COLUMN: 25 februari 2021'Veel Surinamers debet aan natraject 25 februari'COMMENTAAR: 25 februari'Met referendum welles-nietesspelletje 25 februari definitief stoppen' Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina

Datum: | Bron: De Ware Tijd | Door: Redactie