• dinsdag 31 January 2023
  • Het laatste nieuws uit Suriname

BESCHOUWING — Wrevel onder schuldeisers blijft groeien

| de ware tijd | Door: Redactie

Suriname en Nederland hebben vorige week een bilaterale overeenkomst getekend over een schuldherschikking , zo meldde de Communicatiedienst Suriname (CDS) enthousiast. Hei is de tweede overeenkomst met een lidland van de zogeheten Club van Parijs, nadat in oktober een soortgelijk akkoord werd bereikt met Frankrijk.

Tekst: Armand Snijders

Beeld: CDS

Maar terwijl president Chandrikapersad Santokhi vorig jaar juni in De Nationale Assemblee zei dat buitenlandse overheden en multilaterale instellingen gevraagd zou worden om een verlies te accepteren van gemiddeld 30 procent, krijgen Nederland en Frankrijk toch het volle pond. Dat wekt veel wrevel bij andere schuldeisers.

Dat de herschikking van de buitenlandse schuld van

naar schatting vier miljard US dollar inmiddels een gebed zonder einde is, is geen geheim meer. Hoeveel die schuld precies is, is niet echt duidelijk: de berichten daarover van de zijde van de regering verschillen per keer. Eind maart vorig jaar bedroeg deze volgens Santokhi vier miljard US dollar, op 17 juni was het opeens 3,28 miljard US dollar. Dit jaar werd weer gesproken van een schuld van rond de vier miljard US dollar. Daar zijn de nieuwe schulden (van leningen bij onder meer het Internationaal Monetair Fonds en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank) nog niet bijgerekend.

Andere schuldeisers staan in de rij om hun vele miljoenen US dollars op te halen die ze hebben uitgeleend. Maar op welke deur ze moeten kloppen, is onduidelijk

Wat duidelijk is, is dat er sinds 2020 toen de regering-Santokhi/Brunswijk het roer overnam, er nauwelijks iets is afgelost. Men wilde eerst met alle schuldeisers rond de tafel om wat van de openstaande leningen af te krijgen en vooral gunstigere aflossingsvoorwaarden proberen af te dwingen.

Over herschikking van de geërfde lokale staatsschuld van zo’n honderd miljoen US dollar, wist de regering wel vrij vlot overeenstemming te bereiken. Het betrof vooral openstaande schulden bij met name aannemingsbedrijven. Over de afspraken die zijn gemaakt, is niets meegedeeld.

Het staatshoofd was optimistisch over de uitkomst van de gesprekken met alle buitenlandse schuldeisers, die dus werden gevraagd om 30 procent van de schuld kwijt te schelden en voor de resterende schuld veel gunstigere aflossingsvoorwaarden te hanteren. De obligatiehouders van Oppenheimer zouden zelfs 70 procent van hun schuld moeten afschrijven.

Eerste succesje

Echter, het optimisme van Santokhi bleek veel te groot en hij kwam van een koude kermis thuis. Geen enkele schuldeiser was bereid in te leveren, dus dat feest ging niet door. Pas na twee jaar kon de regering wel een eerste succesje melden: de Club van Parijs, waar Frankrijk, Nederland, Israël, Italië en Zweden deel van uitmaken, toonde zich bereid te praten over een bilaterale schuldherschikking ter waarde van ruim 95 miljoen euro. Dit is in vergelijking met de wereldwijde totale schuld van vier miljard US dollar slechts een schijntje.

Bovendien, er was nog geen overeenstemming met de aangesloten individuele landen: de mededeling van het ministerie van Financiën en Planning was dus eigenlijk alleen maar bedoeld om de samenleving zoet te houden. Immers, van veel kanten klonk steeds meer kritiek dat de schuldherschikking zo lang op zich liet wachten.

Impasse

Ook met de twee grootste schuldeisers, China en India, verkeren de onderhandelingen op zijn zachtst gezegd in een impasse. Vooral China is niet bereid een flink stuk van het geleende bedrag zomaar in te leveren. Over de onderhandelingen met India, waar Suriname een schuld van naar verluidt ruim honderd miljoen US dollar heeft, wordt niets vernomen.

Ex-minister Armand Achaibersing van Financiën en Planning heeft wel regelmatig herhaald dat “het proces vlot loopt vlot en het de verwachting is om snel tot een goede afronding te komen”. Maar van een goede afronding is tot op heden nog geen sprake.

Frankrijk en Nederland zijn dus als eerste landen akkoord gegaan met de herschikking, maar zonder de gehoopte haircut van 30 procent. Suriname mag de bedragen wel veel later en tegen gunstigere voorwaarden afbetalen.

Bij Nederland betreft het een schuld aan de ING Bank van 23,9 miljoen euro voor de bouw van de tweede Carolinabrug. Daar stond eind 2021 nog circa dertien miljoen euro van open en de achterstand in betalingen bedroeg vier miljoen euro.

Bij de herschikking van deze schuld is overeengekomen dat de achterstanden voor 60 procent deze maand wordt betaald en de resterende 40 procent in november 2024. De totale schuldenlast (interest en aflossing) over de jaren 2022-2024 worden in de periode 2030 tot en met 2036 afgelost tegen een vaste rentevoet voor de Euribor (Euro Interbank Offered Rate) zes maanden van 0,291 procent gedurende deze periode.

In 2024 zal worden besloten hoe de restant schuld van ongeveer 1,2 miljoen euro zal worden afgelost. Met de Fransen werd een soortgelijke deal bereikt over een achterstallige schuld van ruim veertig miljoen euro.

Oppenheimer

En dan zijn er nog de obligatiehouders van Oppenheimer, bij wie de vorige regering in totaal 675 miljoen US dollar heeft geleend. Eind oktober 2020 zat Suriname voor het eerst met deze schuldeisers rond de tafel om over herschikking van de leningen te praten. Omdat de regering die gesprekken niet alleen wilde of durfde aangaan, werd de hulp van het internationale adviesbureau Lazard ingeroepen.

Daar hing wel een prijskaartje aan van maar liefst drie miljoen US dollar, gaf Achaibersing in maart van dit jaar na publicaties van de Ware Tijd schoorvoetend toe. In hoeverre dat de moeite waard is, moet nog blijken, want die onderhandelingen vlotten nog altijd niet. Dat kan ook worden opgemaakt uit het feit dat de regering sinds eind juli met geen woord meer over Oppenheimer heeft gerept.

De bal ligt nu vooral bij de regering. De bondholders van Oppenheimer zeggen hooguit te willen praten over een korting van 20 procent

Alle opbeurende verhalen van Santokhi, Achaibersing en minister Albert Ramdin, die tegenwoordig ook Financiën en Planning onder zijn hoede heeft, dat men verwacht overeenstemming te bereiken met de Amerikanen ten spijt, zitten ook deze onderhandelingen muurvast. Allereerst zijn zij van mening dat voor iedere schuldeiser dezelfde haircut zou moeten gelden. En dus dat zij niet de enige moeten zijn die 70 procent zou moeten inleveren.

Commerciële banken

Maar de regering ging de onderhandelingen in met het voorstel dat zij meer moeten bloeden, terwijl bijvoorbeeld de lokale commerciële banken, die uiteindelijk medeverantwoordelijk zijn voor de crisis waar het land nu in verkeert, werden gespaard en nooit een cent hoefden in te leveren. Dat kon ook niet, want die stonden er zo beroerd voor dat ze dan direct zouden zijn omgevallen.

Maar het was niet te verkopen aan de gepikeerde schuldenaren van Oppenheimer, die vooralsnog weigerden verder te praten. Daarom werd er nooit een akkoord bereikt. De bal ligt nu vooral bij de regering. De bondholders van Oppenheimer zeggen hooguit te willen praten over een korting van 20 procent. Als Suriname daarmee akkoord gaat en ook aan alle andere voorwaarden wil voldoen, staan nog al die andere schuldeisers in de rij om hun vele miljoenen US dollars op te halen die ze hebben uitgeleend.

Maar op welke deur ze moeten kloppen, is onduidelijk. Want Santokhi heeft na drie maanden en na gesprekken met achttien kandidaten nog steeds geen nieuwe minister van Financiën en Planning kunnen vinden. En dat zal de wrevel bij hen alleen maar doen toenemen.

| de ware tijd | Door: Redactie