• dinsdag 07 February 2023
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Bedrijfsleven formuleert concept local content policy

| de ware tijd | Door: Redactie

‘Het idee is niet nieuw’

door Euritha Tjan A Way

Wilgo Bilkerdijk van de Asfa vindt dat het concept ‘local content policy’ dat is voorbereid het makkelijker moet maken voor de overheid om te komen tot wetgeving en beleid.

Hoewel het idee van local content nieuw lijkt, is dat niet zo. Dat zegt Aditpersad Moensi in gesprek met de Ware Tijd. “Ik heb jaren bij Suralco gewerkt en daar is het principe van local content organisch gegroeid. Het bedrijf besloot op een gegeven moment steeds meer lokaal af te nemen. Er zijn ook al bedrijven geweest die dit proces hebben doorlopen in Suriname.”

Moensi verwijst naar het bedrijf Haukes en busbedrijf Badjalala die zijn gegroeid uit de behoefte aan lokale diensten van Suralco.

Hij behoort ook tot de groep vertegenwoordigers van het bedrijfsleven die betrokken is geweest bij het formuleren van het concept ‘local content policy’ dat aan de regering is aangeboden. Moensi is door Akmos gevraagd om actief mee te doen aan de beraadslagingen.

“Ik laat in het midden of het een ministerie moet zijn, maar het moet wel komen”

Rol Staatsolie

Het idee is dus niet nieuw, maar een kant en klare policy was er nog niet. Het concept ‘local content policy’ dat behalve door Akmos voorbereid is door de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) en de Associatie van Surinaamse Fabrikanten (Asfa) is bedoeld als basis voor het formuleren van beleid en wetgeving. Het document is op 19 oktober aan de regering aangeboden. “Het biedt ook de bouwstenen aan om de mogelijke inkomsten uit de offshore olie-industrie een goede bestemming te geven,” zegt Hans Hiralal, vertegenwoordiger van de VSB. Hij zit in de leiding van de bedrijven Subisco in Suriname en Guybisco in Guyana.

Namens Asfa heeft Wilgo Bilkerdijk gewerkt aan het document. Zowel hij als Hiralal pleit voor een instituut dat deze ontwikkeling richting moet geven. “Ik laat in het midden of het een ministerie moet zijn, maar het moet wel komen,” zegt Hiralal. Beide heren stippen aan dat de overheid ook moet beslissen of het wel verstandig is dat Staatsolie de rol die ze nu heeft als controleur en stuwer van deze sector, moet blijven vervullen.

“Het bedrijf doet het voortreffelijk en er is nu geen ander instituut dat het doet. Maar Staatsolie is zelf ook partij in de offshore olie-industrie, dus dan is het niet handig dat het ook een blijvende rol vervult bij de local content van de overige sectoren,” zegt Hiralal.

Inspraak publiek

Het beleidsvoorstel heeft 27 pagina’s, maar met bijlagen is het een lijvig stuk geworden. Het is aangeboden aan de regering en het is open voor public comment. “Laten mensen ernaar kijken en opmerkingen maken. Maar dan hebben we intussen het werk van de overheid wat makkelijker gemaakt om dit document aan te passen, eventueel aan te nemen en er wetgeving mee te maken of aan te scherpen,” vindt Bilkerdijk.

Hij legt uit dat die wetgeving belangrijk is om te komen tot een level playing field. “Als er geen wetgeving en regelgeving is, kunnen bedrijven die wel voldoen aan de standaarden, mogelijk toch niet gekozen worden voor het leveren van producten en diensten. Daarnaast moeten we met wetgeving ervoor zorgen dat de low skilled labours niet uitgebuit worden doordat een instantie als contractor optreedt, het grote geld ontvangt en ze een schamel loon betaalt.”

Bilkerdijk legt uit wat de werkwijze is geweest van de werkgroep bij het opstellen van het concept. “We hebben als basis de ‘local content policy’ van Guyana gebruikt en hebben geschrapt wat wij niet van toepassing op Suriname vinden. Daarna zijn er hearings met nationale en internationale deskundigen op het gebied van local content geweest.”

“Zodra wij bepaald hebben welke richting wij willen opgaan, weten we ook hoe wij ons onderwijs daarop kunnen inrichten”

Visie

Hiralal analyseert dat het land nog een duidelijke visie moet formuleren over de ontwikkelingsrichting die ingeslagen zal worden door de inkomsten uit de oliesector.

“Ik stel voor dat we die vraag als land beantwoorden door te kijken naar Suriname wanneer elke druppel olie uit de grond is gehaald. Hoe willen we dat Suriname er dan uitziet? Willen we dan het zuiden van Suriname ontwikkeld hebben om aan te sluiten bij de ontwikkeling in Noord-Brazilië? Willen we samen met Frans-Guyana een bepaalde ontwikkeling op gang hebben gebracht? Of willen we eindelijk de agro-industrie ontwikkelen? Zodra wij bepaald hebben welke richting wij willen opgaan, weten we ook hoe wij ons onderwijs daarop kunnen inrichten. Vervolgens kan vanuit het Spaar- en stabilisatiefonds, dat nu nog een te vrijblijvende zaak is, bepaald worden waarin geïnvesteerd zal worden.”

De VSB-vertegenwoordiger legt uit dat Suriname kan verdienen aan deze industrie. Dit kan door belasting per barrel en winstbelasting te ontvangen en doordat de oliemaatschappijen, die actief zijn in het offshore gebied, goederen en diensten afnemen van bedrijven en organisaties in Suriname.

Uit onderzoek dat Staatsolie heeft laten uitvoeren onder de grote bedrijven in Suriname is gebleken dat er een gap bestaat tussen de kwalificatie van personeel dat wij hebben en de kwalificaties die de oliemaatschappijen vragen. “Daarom hebben we in het concept opgenomen dat er niet alleen transfer van geld moet zijn, maar ook van kennis. Dit, zodat we de de menskracht ontwikkelen die mee kan profiteren van de olie-industrie,” zegt Hiralal.

Ontwikkelingsfinanciering

Bilkerdijk: “We hebben de overheid ook gevraagd om een ontwikkelingsfinanciering voor de productiesector, om onder meer deze sector te versterken. We willen voor de kleine en middelgrote ondernemingen een baseline studie laten doen omdat het van belang is dat we weten wat de situatie bij hen is, in het kader van local content. Bedrijven zijn niet in staat dat soort studies zelf te financieren. Ze hebben het al moeilijk genoeg.”

Hiralal vindt dat er ook meer inzicht verkregen moet worden in de geldstromen van de grote olie multinationals. “Het is bijvoorbeeld voor kleine landen als Suriname en Guyana, heel moeilijk om inzicht te verwerven in de financiële handelingen van deze grote oliebedrijven. Ze zijn in meerdere delen van de wereld actief en kunnen hun winst sluizen naar plekken waar de winstbelasting laag is. Dat heet transfer pricing en dan hebben we niet altijd zicht op hun precieze cijfers. Daarom is het van belang dat we ook onze kennis op dat gebied vergroten.”

Uitdagingen

De vertegenwoordiger van de VSB die tijdens de Suriname Energy, Oil and Gas Summit & Exhibition in juni vooral de uitdagingen belichtte waarmee Suriname te kampen kan krijgen door de op handen zijnde olieboom, laat ook een waarschuwend geluid horen: “De regering moet ook gaan investeren in andere sectoren. We moeten er ook voor zorgen dat de welvaart die door de olie-industrie gegenereerd zal worden ook de rest van de bevolking bereikt. Er zijn trouwens ook valkuilen. Zo hebben we in Suriname al een probleem met het vinden van personeel.

We moeten voorkomen dat iedereen emplooi gaat zoeken in de olie-industrie en de rest dan geen personeel kan vinden. Daarnaast zorgt de olie-industrie er ook voor dat de loonkosten omhoog gaan. Dat heeft weer een negatief gevolg voor onze exportprijzen. Alles wordt daardoor duur en arme mensen worden armer. Beleid is echt dringend nodig om dit te voorkomen,” vindt Hiralal.

Hij zegt dat het daarnaast van belang is dat de instituten die Suriname heeft versterkt en serieus genomen moeten worden. “Want die traditie hebben we niet. Bij het vertrek van Suralco bijvoorbeeld was het Bauxietinstituut niet betrokken. Ook nu weer bij het vertrek van Rosebel zijn we verrast.”

Alle partijen zijn ermee ingenomen dat zij het voorwerk hebben kunnen doen voor de overheid. “We hebben veel belanghebbenden erbij betrokken en we hopen dat de weg om te komen tot wetgeving voor local content dan minder lang zal zijn.” De organisaties verwachten binnenkort van de overheid te horen wat het vervolgtraject zal zijn.

| de ware tijd | Door: Redactie